<?xml version='1.0' encoding='UTF-8'?><?xml-stylesheet href="http://www.blogger.com/styles/atom.css" type="text/css"?><feed xmlns='http://www.w3.org/2005/Atom' xmlns:openSearch='http://a9.com/-/spec/opensearchrss/1.0/' xmlns:georss='http://www.georss.org/georss' xmlns:gd='http://schemas.google.com/g/2005' xmlns:thr='http://purl.org/syndication/thread/1.0'><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612</id><updated>2011-12-13T22:52:20.544-05:00</updated><title type='text'>kortverhaal</title><subtitle type='html'>Korte verhalen door Ralph Mens</subtitle><link rel='http://schemas.google.com/g/2005#feed' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/posts/default'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default?max-results=100'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/'/><link rel='hub' href='http://pubsubhubbub.appspot.com/'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><generator version='7.00' uri='http://www.blogger.com'>Blogger</generator><openSearch:totalResults>26</openSearch:totalResults><openSearch:startIndex>1</openSearch:startIndex><openSearch:itemsPerPage>100</openSearch:itemsPerPage><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-116619747914061234</id><published>2006-12-15T10:42:00.000-05:00</published><updated>2006-12-15T10:44:39.153-05:00</updated><title type='text'>Het kruis van Huamantanga</title><content type='html'>&lt;div align="justify"&gt;Huamantanga is een dorp van gemiddelde grootte, gelegen op 3800 meter in de Andes van Peru. De enige manier om er te komen is via een aarden weg die langs peilloze afgronden slingert.&lt;br /&gt;De vroegere inwoners van Huamantanga waren godsvrezende mensen die hun land bewerkten in het zweet huns aanschijns. Ze bezaten niet veel, maar met het weinige dat ze hadden bouwden ze een klein kerkje van leem.&lt;br /&gt;Nu hun gebedshuis af was, ontbrak er echter nog één ding; een kruis voor boven het altaar. Aangezien er in het bergdorpje geen timmerman was die iets dergelijks zou kunnen vervaardigen, werd besloten om een groep van drie mannen af te vaardigen om op zoek te gaan naar een kundige timmerman.&lt;br /&gt;Aldus gingen op een vroege morgen de drie afgevaardigden te voet op pad. Het dichtsbij gelegen dorp was San Jose, dat nog altijd op bijna 3000 meter hoogte lag. Vandaar voerde de weg langs de rivier de Chiyón richting de grote stad Lima.&lt;br /&gt;Over de ruwe aarden weg passeerden enkel paarden en ezels. In de regentijd zakten karren diep weg in de modder en bleven halverwege de tocht steken.&lt;br /&gt;De reis naar Lima duurde te voet zo'n drie volle dagen, vandaar dat de mannen proviand voor onderweg bij zich hadden.&lt;br /&gt;Nadat ze zo een dag hadden gelopen langs de rivier, kwamen ze een oude man op een ezel tegen. Ze vroegen de man of hij toevallig een timmerman kende. De oude man knikte. Hij liet de drie afgevaardigden uit Huamantanga zijn handen zien die ruw en verweerd waren door fysieke arbeid.&lt;br /&gt;"Met deze handen kan ik om het even wat voor hout in een haast levensecht kunstwerk omtoveren. Ze zijn weliswaar oud, maar doen nog goed dienst."&lt;br /&gt;De drie dorpelingen reageerden verheugd. Ze konden zich de lange weg naar Lima besparen. Ze vroegen de oude timmerman of hij genegen was een kruis voor boven het altaar van hun kerk te maken.&lt;br /&gt;De man knikte en sprak: "Ik zie dat jullie eenvoudige landarbeiders zijn en zal jullie dan ook niets rekenen voor mijn werk. Het enige wat ik jullie vraag is eten en drinken gedurende mijn verblijf. En verder wil ik ongestoord kunnen werken."&lt;br /&gt;De drie afgevaardigden stemden gewillig in met de voorwaarden van de timmerman, en samen keerden ze terug naar Huamantanga.&lt;br /&gt;Alle dorpelingen reageerden verheugd bij het zien van de oude timmerman. Ze wezen hem een werkplaats aan waar hij ongestoord kon werken. Het hout voor het kruis was al gedroogd en stond gereed om bewerkt te worden door de ervaren en kundige handen van de man.&lt;br /&gt;De dorpsbewoners lieten de timmerman op zijn verzoek met rust en brachten hem op gezette tijden zijn maaltijden met een fles water en een kruikje wijn. Zo verstreken de dagen terwijl de dorpelingen nieuwsgierig luisterden naar het geklop en geschuur dat uit de werkplaats klonk. Niemand kreeg echter gelegenheid om een blik te werpen op het kruis. Al die tijd bleef de deur van de werkplaats hermetisch gesloten.&lt;br /&gt;Op de zevende dag bleef het stil in de werkplaats en het eten en de drank bleven onaangeroerd. De inwoners stroomden nieuwsgierig toe en luisterden aan de deur van de werkplaats waar geen enkel geluid uit klonk.&lt;br /&gt;"Misschien is de oude man onwel geworden?" suggereerde een vrouw. De anderen knikten instemmend en besloten een kijkje te nemen om te zien of de timmerman niet ziek was.&lt;br /&gt;Toen ze de deur van de werkplaats openden, was de oude man nergens te bekennen. Toch had niemand hem het dorp zien verlaten, iets wat zeker zou zijn opgemerkt door de honden die bij het minste of geringste gerucht aansloegen.&lt;br /&gt;Terwijl ze zochten naar een spoor van de oude timmerman zagen ze in de hoek van de werkplaats een prachtig houten kruis staan. De beeltenis van Jezus was welhaast levensecht uit het hout gekerfd, met de van pijn doortrokken uitdrukking op zijn gezicht tot in het fijnste detail weergegeven. Met open mond keken de dorpsbewoners naar het kruisbeeld. Van de oude man werd echter taal noch teken vernomen.&lt;br /&gt;Tot de dag van vandaag staat het houten kruis in de kerk van Huamantanga, en ieder jaar op dezelfde dag gaan de inwoners ermee in processie door het dorp, om de mysterieuze timmerman te gedenken.&lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt; &lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;Dit verhaal is gebaseerd op een orale vertelling uit Peru.&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-116619747914061234?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/116619747914061234/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=116619747914061234' title='0 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/116619747914061234'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/116619747914061234'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/12/het-kruis-van-huamantanga.html' title='Het kruis van Huamantanga'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-116613765988361931</id><published>2006-12-14T17:59:00.000-05:00</published><updated>2006-12-14T18:09:15.363-05:00</updated><title type='text'>Evolutie</title><content type='html'>&lt;div align="justify"&gt;Toen de professor 's ochtends zijn ogen opendeed, zat er een grote kakkerlak boven in de gordijnen. &lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;'De dag begint goed,' zuchtte hij terwijl hij zich uit bed hees. 'Ik heb de gordijnen nog niet opengedaan of het bederf staart me al in het gezicht. In andere landen wordt de komst van de zomer aangekondigd door zwaluwen of vlinders, maar hier in Peru door kakkerlakken!'&lt;br /&gt;Met een rake klap van zijn pantoffel verbrijzelde hij het lakbruine lijf van het insect. Met kinderlijke nieuwsgierigheid bekeek de professor vervolgens het op het parket natrillende beestje.&lt;br /&gt;'Vreemd,' dacht hij, 'kakkerlakken zijn lichtschuwe beesten. Wat doet dit exemplaar op klaarlichte morgen boven in mijn gordijnen?' Met de punt van zijn pantoffel schoof hij het gekraakte karkas tegen de plinten.&lt;br /&gt;'Misschien was dit wel een revolutionair moment, waarop de eerste kakkerlak zich in het daglicht begeeft, zoals ooit de eerste vis zich op het vaste land waagde, en heb ik zojuist in één klap een hele evolutionaire ontwikkeling, die tot weet ik wat had kunnen leiden, om zeep geholpen!'&lt;br /&gt;Staande voor het raam rekte de professor zich uit en geeuwend trok hij de gordijnen open. Even liet hij de nieuwe dag op zich inwerken.&lt;br /&gt;'Waarom vinden we vlinders of lieveheersbeestjes trouwens lieflijk en kakkerlakken wanstaltig? Het is toch echt van een en dezelfde familie.'&lt;br /&gt;De professor wandelde langzaam naar de badkamer om zijn blaas te ontdoen van het 's nachts verzamelde vocht.&lt;br /&gt;'Mijn urine ruikt de laatste tijd anders dan normaal,' bedacht hij terwijl hij doortrok. 'Misschien heb ik teveel &lt;em&gt;chevice&lt;/em&gt; gegeten.'&lt;br /&gt;De professor zette zich in de keuken aan het gereedstaande ontbijt en pakte de krant die naast zijn bord lag. Gewoontegetrouw begon hij het dagblad van achter naar voren te lezen. Op de wetenschapspagina las hij dat de zon een ongewone periode van verhoogde activiteit onderging:&lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;Mega-explosies uit drie zonnevlekken, in omvang groter dan onze aarde, blazen tonnen gloeiendheet gas de ruimte in. De eerste schokgolven van deze uitbarstingen zullen onze planeet vandaag bereiken en het magnetisch veld van de aarde bombarderen met positieve ionen.&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;De professor onderdrukte een geeuw en sloeg de pagina om. Net toen hij op de opiniepagina was aangekomen, kwam het dienstmeisje op haar witte gymschoenen binnengehold en wenste hem goedemorgen in haar zangerige accent uit het regenwoud. Haar gitzwarte haar rustte in een staart op haar rug.&lt;br /&gt;'Er komt geen water meer uit de kraan, señor professor!' zei ze half hijgend en met een uitdrukking op haar indiaanse gezicht alsof het een nationale ramp betrof. Het meisje bleef als verlamd naast de eettafel staan. De professor haalde een briefje van tien &lt;em&gt;soles&lt;/em&gt; tevoorschijn en gaf deze aan haar.&lt;br /&gt;'Ga bij de super een paar flessen water halen,' voegde hij haar met een wuivend gebaar toe.&lt;br /&gt;Voordat het meisje de keuken uitholde, hield hij haar echter staande met de vraag:&lt;br /&gt;'Zeg eens, waarom vind je kakkerlakken eigenlijk vieze beesten?'&lt;br /&gt;Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was repliceerde het meisje: 'Ze lopen zo eng, of nee, ze lopen niet; ze slepen zich voort over de grond.'&lt;br /&gt;'Mmm, dank je, ga nu maar,' mompelde de professor terwijl hij de krant naast zich neerlegde.&lt;br /&gt;Peinzend staarde hij voor zich uit. &lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;'Ze heeft gelijk, kakkerlakken lopen niet, ze slepen hun achterlijf voort, alsof het een levenloos deel van hun lichaam is.'&lt;br /&gt;Wat de professor ook niet zinde, was dat kakkerlakken hem eraan herinnerden dat hij slechts door een dunne laag beton van de voortwoekerende wildernis was gescheiden. Onder de fundamenten van het huis, dat hij zelf had ontworpen en steen voor steen had laten bouwen, in de rioleringsbuizen, daar krioelde het van het ongedierte. De kakkerlak die af en toe door een gat naar binnen kroop, was slechts het topje van de ijsberg, de voorhoede van een enorm leger van insecten en ander ongedierte dat vroeger of later zijn eilandje van luxe en beschaving zou overlopen. &lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;&lt;br /&gt;De professor had zijn eetlust verloren en liep via de achterdeur het terras op. Hij zette zich in een grote rieten stoel in de nog milde morgenzon, en keek uit over het keurig getrimde gazon. &lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;Achter in de tuin liep de hond rond, hier en daar snuffelend aan een struik of een geurspoor. &lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;Het gras zag er wat dor uit, maar verder stond de tuin in volle bloei. Over een paar maanden zouden de citroenen, mandarijnen en bananen weer rijp aan de takken van de bomen hangen. &lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;Zakken vol gaf hij ieder jaar mee aan de timmerman, de schilder en andere werklui die klusjes in en om het huis verrichtten. Zelf kon hij al dat fruit niet verorberen, en als hij het niet op at viel het rottend op de grond en kwamen de vliegen en mieren er op af.&lt;br /&gt;&lt;em&gt;Bonk.&lt;/em&gt; De oude Laila liep tegen een boom aan, schudde het hoofd en liep versuft verder. Blindheid op hoge leeftijd was een bekend probleem bij Beagles, evenals aantasting van het zenuwstelsel, met name in de poten.&lt;br /&gt;Het viel de professor plotseling op dat de oude hond zich als een insect voortbewoog. Af en toe viel ze om, maar altijd weer stond ze op, schudde eens met haar kop en sleepte zich verder. Alsof ze geen gevoel meer in haar achterpoten had, zo bewoog ze zich mechanisch voort, haar oude, uitgemergelde lichaam achter zich aanslepend. &lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;Soms lag ze stil op het gras. Minutenlang tuurde de professor naar het doorleefde hondenlijf om te zien of ze nog ademde. En altijd weer zag hij na een tijdje de ribbenkast opveren ten teken dat er nog een restje leven in het beest zat.&lt;br /&gt;'Deze struik heeft water nodig.'&lt;br /&gt;De tuinman onderbrak zijn overpeinzing. De kromgegroeide man met zijn door de zon gebruinde huid en een baseballpet over zijn dunne grijze haar stond naast een dorre struik aan de rand van de tuin.&lt;br /&gt;'De wortels van de struik zitten aan de achterkant, waar het water niet komt. Daardoor gaat hij langzaam dood,' sprak de tuinman.&lt;br /&gt;'Zo is het leven,' antwoordde de professor, 'uiteindelijk gaan we allemaal langzaam dood.'&lt;br /&gt;De tuinman grijnsde zijn verrotte tanden bloot. 'De een wat sneller dan de ander,' lachte hij.&lt;br /&gt;De professor knikte en staarde in de verte. 'Ja, de een wat sneller dan de ander.'&lt;br /&gt;Laila had haar vruchteloze tocht door de tuin opgegeven en haar breekbare lichaam onder de vijgenboom gelegd. Haar ademhaling was nauwelijks waarneembaar. Af en toe stak ze haar neus in de lucht, alsof ze iets rook, maar daarna legde ze de kop weer te rusten, haar lichaam te afgetakeld om de bron van de geur te achterhalen.&lt;br /&gt;'De rozen hebben verse mest nodig,' kraaide de tuinman. 'Ze zien een beetje flets, het ontbreekt ze aan voedsel.'&lt;br /&gt;De professor keek naar de rozenstruiken; witte, gele en roze, zijn lievelingsbloemen. Vreemd hoe die mooie bloemen met hun heerlijke geur op zoiets banaals als stront konden groeien. Hij moest opeens aan zijn moeder denken, een mooie vrouw met lange, ravenzwarte haren die ze altijd in een dikke vlecht op haar rug droeg, zoals alle vrouwen uit de bergstreken. Hij herinnerde zich haar geur, een zoete geur van rozen in de tintelende middagzon. &lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;Toen hij acht jaar oud was, vertrok zijn moeder naar "de grote stad", om te werken als naaister bij een rijke familie, hem achterlatend in zijn geboortedorp, onder de hoede van zijn opa en oma. Zijn hele verdere leven had hij nooit van een vrouw kunnen houden, omdat altijd de angst aan hem knaagde dat ze hem zou verlaten. En om zijn angst voor te zijn, verliet hij elke vrouw die ooit van hem had gehouden.&lt;br /&gt;In de boom waaronder Laila lag te slapen, hadden zich zeven vogels met glimmende zwarte verenpakken verzameld. Iedere vogel zat op een aparte tak.&lt;br /&gt;'Da's geen goed teken,' bezwoer de tuinman hem. 'Wanneer je zoveel zwarte vogels bij elkaar ziet, gaat er gauw iemand dood.'&lt;br /&gt;De professor keek fronsend naar het onheilspellende schouwspel.&lt;br /&gt;'Allemaal bijgeloof!' riep hij laconiek.&lt;br /&gt;De tuinman bond een plastic zak met tuinafval dicht, verzamelde zijn gereedschap in zijn kruiwagen, en liep naar het tuinhek.&lt;br /&gt;'Ik zou maar voorzichtig zijn als ik u was,' waarschuwde hij en verdween daarna door het hek. De professor klakte met zijn tong als om de opmerking van de tuinman te relativeren.&lt;br /&gt;Het dienstmeisje bracht hem zijn&lt;em&gt; jugo&lt;/em&gt;, een mix van papaja, savila, tomaten, en enkele groenten. Het was zijn elixer voor een lang leven, zijn toverdrank om de dood op afstand te houden. &lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;De laatste tijd droomde hij regelmatig over de dood. In een steeds terugkerende droom zag hij boven de stad een grote oogverblindende paddestoel van licht zich ontvouwen, daarna werd zijn lichaam verteerd door een onzichtbaar vuur; eerst zijn handen, die langzaam veranderden in een zwarte, teerachtige substantie, waarna deze langzaam zijn hele lichaam absorbeerde. &lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;Midden in de nacht werd hij zo in het pikkedonker wakker. Minutenlang durfde hij zijn handen niet uit te strekken in het duister, uit angst dat hij de binnenkant van een doodskist zou voelen.&lt;br /&gt;Half wegdromend in de zon, in zijn rieten stoel op het terras, leek het of het geluid van de vogels in de bomen aanzwol. Het gekoer van duiven, gekir van kleine zangvogels en het zoemen van insecten vulde zijn oorschelpen, tot er niets was dan een monotoon gezoem. &lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;De professor probeerde zijn ogen te openen, maar op de een of andere manier lukte het hem niet om te focussen op zijn omgeving, en hij zag alles om hem heen in een troebele waas. Het zweet brak hem uit en de warmte en vochtigheid voelden aan als een klamme deken die om hem heen werd geslagen. &lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;Hij wilde het dienstmeisje roepen om hulp, maar er kwam geen geluid uit zijn keel. Als een jong vogeltje in zijn nest met de bek wijd open gesperd, zo zat de professor in zijn stoel. Er droop wat slijm uit zijn mond, zonder dat hij er iets aan kon doen.&lt;br /&gt;Het laatste dat de professor waarnam, nadat hij even het zicht had herwonnen, was dat uit het niets een kakkerlak hem recht in het gezicht vloog en zich nestelde op zijn voorhoofd. Machteloos liet hij het glas uit zijn handen vallen op de tegels van het terras. Tegelijk blies Laila onder de vijgenboom met een zucht haar laatste adem uit.&lt;br /&gt;Uit alle hoeken en gaten kwamen de insecten nieuwsgierig tevoorschijn, aangetrokken door de ongewone stilte, die als een vacuüm in de tuin hing. Met hun voelsprieten tastten ze de omgeving af en enkelen proefden voorzichtig van het elixer dat een plas op de tegels had gevormd. &lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;Nog onwennig verkenden ze hun nieuwe territorium, maar de eersten kropen al over de leuningen van de rieten stoel om de oude heerser van zijn troon te verstoten en hun kersverse plaats in te nemen in de natuurlijke orde der dingen.&lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt; &lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in literair magazine Lava.&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-116613765988361931?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/116613765988361931/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=116613765988361931' title='0 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/116613765988361931'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/116613765988361931'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/12/evolutie.html' title='Evolutie'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-116584474361313935</id><published>2006-12-11T08:44:00.000-05:00</published><updated>2006-12-11T08:45:43.636-05:00</updated><title type='text'>Terug in Peru</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;1.&lt;br /&gt;Wat is thuis? Is dat het huis waarin je bent geboren, het huis van je ouders, een dorp of stad in je moederland, of is thuis om het even welke plek ter aarde waar we ons hebben gesetteld en die we ons 'eigen' hebben gemaakt? Deze vragen schieten door mijn hoofd terwijl de Boeing 737 opstijgt van Jorge Chavez International Airport in Lima om richting Tacna, de meest zuidelijke stad van Peru te koersen.&lt;br /&gt;Het is mijn eerste vliegreis sinds ik een half jaar geleden in Lima arriveerde om mij er samen met mijn Peruaanse vrouw te vestigen. Zes maanden waarin de stad met zijn acht miljoen inwoners mijn enige referentiekader was, de uitgestrekte metropool met zijn chaotische verkeer, zijn straatventers, sloppenwijken, bedelaars en criminaliteit.&lt;br /&gt;De dag voor mijn vertrek verkeerde ik in een kleine crisis. Alle ongemakken, onopgeloste problemen en eigenaardigheden van onze nieuwe verblijfplaats werden me opeens te veel, en in een reflex besloot ik om mijn rugzak te pakken en op een vliegtuig te stappen. Niets brengt je problemen beter in perspectief dan af te reizen naar een plek waar deze -nog- niet bestaan.&lt;br /&gt;Terwijl ik de vliegtuigtrappen betreed, voel ik al een zekere verlichting. Alsof je met het ontstijgen van de fysieke plek ook de verbinding verbreekt met alles wat met die plek samenhangt. Ik installeer mij in de stoel naast de nooduitgang en neem de nieuwe omgeving in mij op. De Boeing van de Peruaanse maatschappij Aerocontinente heeft er, aan de versleten bekleding op de stoelen te zien, al aardig wat vliegreisjes opzitten, maar verder ziet het toestel er nog degelijk uit. De embleempjes op de hesjes van de stewardessen boezemen me echter minder vertrouwen in: een soort schildje met één vleugel.&lt;br /&gt;Na anderhalf uur vliegen bereiken we Tacna. Ik moet nog altijd wennen aan de immense afstanden in Zuid-Amerika. Als je vanuit Amsterdam anderhalf uur vliegt zit je in Spanje, maar hier zit je nog steeds in Peru. En dat is alleen nog maar de zuidelijke helft van het land. Tweeduizend kilometer kust van kop tot staart is Peru rijk. Tacna is het meest zuidelijke punt, waarna de lintworm die Chili heet begint.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;2.&lt;br /&gt;"Peru eindigt niet in Tacna, het vaderland begint er", lees ik bij het verlaten van de terminal op een witte muur bij de uitgang van het vliegveld. De heroïsche stad viel in 1879 ten prooi aan Chili in de Guerra del Pacifico, maar werd in 1929 teruggegeven nadat de inwoners voor toetreding tot Peru hadden gestemd. Erg veel ging er zo te zien niet verloren met deze stad; de buitenwijken bestaan uit louter bakstenen huisjes die even grauw zien als de omliggende bergen. Er valt hier dan ook zelden een druppel water en buiten de stad is het louter woestenij.&lt;br /&gt;Per taxi begeef ik me naar de busterminal waar volgens mijn Let's go-reisgids de colectivo's vertrekken naar Chili, een soort taxi die pas gaat rijden wanneer er vijf passagiers aan boord zijn. De kosten worden gedeeld.&lt;br /&gt;Bij binnenkomst stormt er onmiddellijk een oude baas op me af. 'Colectivo, señor?' roept hij me toe. Ik knik gelaten en loop gedwee achter hem aan naar een loketje waar de kaartjes voor de carpool-taxi worden verkocht. De oude baas, die de chauffeur is van de colectivo, vertrouwt me toe dat ik de vijfde passagier ben en dat we onmiddellijk zullen vertrekken. Een half uur later sta ik nog steeds bij het loketje te wachten op een papiertje waarmee ik de Chileense grens over kan.&lt;br /&gt;Twee oudere mannen, één in stralend wit pak, de ander met een mooie sombrero op, staan rustig een sigaretje te roken en  te wachten op hun medepassagiers. Het kauwgompje dat ik bij de daling van het vliegtuig tegen dichtklappende oren in mijn mond heb gestopt, heeft inmiddels alle smaak verloren en ik wil het in de dichtstbijzijnde prullenbak gooien. Juist op dat moment komt de schoonmaakster langs om het ding te legen. Ze kijkt in de volle prullenbak, kiepert hem om, zodat vervolgens alle rotzooi en flesjes met nog wat inhoud op de vloer van de terminal liggen. Daarna wordt alle afval overgeschept in haar karretje, gaat de dweil een paar keer over de betegelde vloer om de bier- en ijsresten te absorberen, en enkele minuten later is al het belastend materiaal verdwenen. Zo kan het dus ook.&lt;br /&gt;Nadat de paperassen in orde zijn bevonden, volg ik de oude baas naar de parkeerplaats buiten waar een zwarte Blues Mobile op ons staat te wachten. Alle colectivo's die tussen Tacna en Arica -de eerste stad voorbij de Chileense grens- rijden zijn om onduidelijke reden oude Amerikaanse Sedans. Voorin de wagen zit Jake Blues, met zwarte zonnebril op, samen met zijn roodharige vriendin. Achterin zit een nazaat van Bob Marley met partner. Ik neem plaats op het enig overgebleven plekje achterin en trek de deur met een 'klik' in het slot.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;3.&lt;br /&gt;Buiten Tacna veranderen de grauwe bakstenen huisjes in bouwvallen die voornamelijk zijn opgetrokken uit oude reclameborden. We volgen een tijdlang een rivier waar geen druppel water door stroomt en hier en daar staat nog een boom in een verder desolaat landschap. Na enige tijd houdt de toch al schaarse begroeiing helemaal op en strekt zich enkel de Panamericana voor ons uit in een woestijnachtig landschap met grote duinen van grijs zand. De Panamericana is de weg die Noord- en Zuid-Amerika met elkaar verbindt en van Fairbanks, Alaska tot aan het zuiden van Chili loopt. Het plan voor de transcontinentale weg stamt uit 1925 toen in Argentinië het Pan-American Highway-congres werd gehouden. Ironisch genoeg is Argentinië het enige land waar de weg niet doorheen voert.&lt;br /&gt;Het desolate landschap geeft mijn geest de rust die ik zocht. Hier geen getoeter van taxi's, geschreeuw van cobradors, de jongens in de Limeense taxibusjes die in elke voetganger een potentiële klant zien, geen knipperende reclamelichten of andere vervuiling van de zintuigen. Hier is helemaal niets om je gedachten af te leiden. In dit uitgestrekte landschap kun je uren op één gedachte kauwen, als een koe in een Hollandse wei. Alleen de luchtspiegelingen boven het hete zand zorgen voor enige afwisseling.&lt;br /&gt;Na een tijdje doemt aan de horizon een groot bord op dat aangeeft dat we de grens met Chili naderen. Ik bekijk mijn reisgenoten nog eens vanuit mijn ooghoeken en vrees dat Bob Marley voor oponthoud gaat zorgen. De Chilenen schijnen wat grenscontroles betreft de Oost-Duitsers van Zuid-Amerika te zijn. Als we even later naast de auto staan blijkt inderdaad alles te worden doorzocht. Kofferbak open, bagage op een tafeltje en twee handen die door mijn spullen wroeten. Wat heb ik eigenlijk bij me? Mijn Let's Go-gids en De kunst van het reizen van Alain de Botton, een tandenborstel, tandpasta, sokken, onderbroek, en een fles Bonaqua. De douanier heeft mijn survival blanket ontdekt, zo'n zilverfolie-geval dat altijd in mijn rugzak zit. Helemaal vergeten dat ik die bij me had. Hij ruikt aan het pakketje en bekijkt het alsof het een futuristisch voorwerp is, maar besluit dan dat het verder ongevaarlijk is.&lt;br /&gt;Samen met Jake Blues en vriendin en de partner van Bob Marley wachten we in de Sedan op de rastafari, wiens bagage wordt gefileerd door de Chilenen. Na een kwartier krijgt ook hij het groene licht en mogen we onze reis voortzetten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;4.&lt;br /&gt;Het landschap aan de Chileense kant van de grens is niet veel anders dan dat in Peru; zand, zand en nog eens zand. Wat weet ik eigenlijk van Chili? Mijn reisgids behandelt slechts Peru, Bolivia en Ecuador, en vertelt me alleen hoe ik de grens over moet steken. Ook staan er nog wat weetjes in over Arica maar daar houdt het wel mee op.&lt;br /&gt;'Pinochet', denk ik, dictatuur, martelingen en verdwijningen. Maar dat is nu allemaal verleden tijd. Een oom van mij zat vroeger als machinist op de grote vaart en deed geregeld Peru en Chili aan. Hij vertelde dat het land een grote Amerikaanse invloed kende -vandaar wellicht die oude Sedans-, maar de sfeer sloeg radicaal om toen Allende aan de macht kwam. Volgens mijn oom veranderde het land van het ene op het andere bezoek in een communistisch bolwerk, waar gemarcheerd werd en socialistische liederen klonken. In september 1973 deed zijn schip andermaal Chili aan, maar niemand mocht van boord. Pinochet had zojuist zijn bloedige staatsgreep gepleegd en president Allende was afgezet en vermoord. De sfeer was beklemmend en bedreigend volgens mijn oom. Je wilde niet eens van boord, alleen maar zo gauw mogelijk weer weg.&lt;br /&gt;Aan de horizon zie ik een grote rots die boven alles uitsteekt. Dat moet El Morro zijn, het stuk steen waar duizenden Peruanen en Chilenen in de Pacifische Oorlog voor zijn gesneuveld, het Gibraltar van Zuid-Amerika. En zoals de meeste Spanjaarden maar moeilijk kunnen verkroppen dat de Rots van Gibraltar nog immer in Britse handen is, zo beschouwen Peruanen El Morro en Arica nog altijd als Peruaans grondgebied. De immens grote Chileense vlag die boven op de rots wappert laat echter niets aan duidelijkheid te wensen over.&lt;br /&gt;We rijden Arica binnen en onmiddellijk valt me de grote rust op. Geen getoeter, gesnij en door rood licht rijdende auto's. Alle automobilisten houden zich, in tegenstelling tot de Peruaanse chauffeurs, keurig aan de verkeersregels. Het stadje zelf valt me tegen. Ik had iets Middellandsezee-achtigs verwacht met oogverblindend witte huisjes, maar alles is hier even grauw als in Tacna.&lt;br /&gt;Mijn medepassagiers stappen uit bij het busstation van Arica, en ik vraag de chauffeur of hij het adres kent van het hostal dat ik via internet heb gevonden. Hij knikt en rijdt me er vervolgens in vijf minuten naar toe. Op internet stond enkel een foto van de voorgevel van het hostal, en dat zag er wel fris uit.&lt;br /&gt;Ik bel aan en een oude vrouw doet argwanend de deur op een kier.&lt;br /&gt;'Si?'&lt;br /&gt;'Hostal Stagnaro?'&lt;br /&gt;'Si.'&lt;br /&gt;Ik leg haar uit dat ik een kamer voor één nacht zoek en ze laat me, nu iets minder argwanend, binnen. Misschien had ik vantevoren even moeten bellen.&lt;br /&gt;Ze roept haar man die in de badkamer in een wit hemd zijn tanden staat te poetsen. Nadat hij is uitgepoetst komt hij tevoorschijn en kijkt me met twee enorme jampotten aan. Ik vraag hem hoeveel de kamer kost en hij berekent dat dat 5000 pesos is. Ik vraag of daar ook het ontbijt bij is inbegrepen en hij knikt, hoewel ik geen idee heb hoeveel dat is, 5000 pesos.&lt;br /&gt;Hij gaat me voor naar boven, en laat me de kamer zien. Het bed ziet er netjes uit. Verder is het een troosteloze kamer met stoffige luxaflex, grauwe muren met vreemde vlekken en een metalen doodskist als klerenkast. Ik knik dat het in orde is. Er staat een opvallend moderne tv aan het voeteneind van het bed. Daar kom ik de nacht wel mee door.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;5.&lt;br /&gt;Na mijn spullen te hebben geïnstaleerd besluit ik de stad in te gaan om een hapje te eten. Het is zondag en er zal vast wel wat te beleven zijn in de havenstad. Na een  paar honderd meter lopen door de winkelstad richting centrum kom ik er achter dat er in Arica op zondag helemaal niets te beleven valt. Alle winkels zitten potdicht en er bevindt zich geen hond op straat. Alleen hangen overal matrozen van een jaar of 18, 19 doelloos rond. Ik ga op zoek naar een bankautomaat, want ik heb enkel dollars en nog wat Peruaanse soles op zak. Na enig zoeken vind ik godzijdank een cajero automatico die gewoon werkt op zondag. Je hoeft alleen maar af te gaan op de grootste concentratie matrozen.&lt;br /&gt;Met een paar duizend pesos op zak wandel ik even later verder richting de haven. Daar zal toch wel enig vertier zijn, bedenk ik optimistisch. Op een McDonalds na is er echter helemaal niets open. Dan maar naar het strand. Ik loop verder en kom bij een mooi parkje met wit uitgeslagen palmbomen. Ik tuur wat rond in het verlaten park en zie tot mijn vreugde een kolonie watervogels, volgens mij een soort woerden, die boven in de palmbomen nestelen. Er zit een gier op een tak te wachten tot er één naar beneden valt. Opeens dringt het tot me door waarom het parkje is uitgestorven en waarom de palmbomen wit zijn uitgeslagen. De achterkant van mijn jasje heeft inmiddels al de volle laag gekregen en ik rep me naar veiligere orden.&lt;br /&gt;Iets verderop, langs de kades van Arica, krijg ik mijn eerste pelikaan in het vizier. Een grote, solitaire vogel die wat op de woeste golven dobbert. Als ik dichter langs de golfbrekers loop, zie ik een hele kolonie van de vogels op de rotsblokken zitten, hun grote, karakteristieke bek in de borstveren gestoken. Eentje vliegt er door de lucht en draait cirkels, alsof hij in slowmotion door het luchtruim zweeft. Wat een prachtig gezicht, deze vogels die zo lijken te zijn weggevlogen uit een Disneyfilm.&lt;br /&gt;Ik kijk uit over de Stille Oceaan en moet opeens aan een ander Chili denken, het Chili van Pablo Neruda, de grote Chileense dichter en vriend van Salvador Allende. Neruda stierf op 23 september 1973 in Santiago aan leukemie, twaalf dagen na de moord op Allende. Zelfs toen ik nog nauwelijks Spaans kende, las ik Isla Negra van Neruda in de originele taal, zij het met een Engelse vertaling bij de hand. Zijn poëzie is vol van Chili, van de aarde, de lucht, de zee, van het leven zelf. Over de oceaan waar ik over uitkijk heeft hij geschreven: "Man of vrouw, reiziger, eens, later, als ik niet leef: hier zoeken, zoek me hier tussen rotsen en oceaan in het stormlicht van het schuim."&lt;br /&gt;Deze woorden overdenkend loop ik langs de kade naar een pier die de woeste golven van de oceaan trotseert. Ik kijk even naar El Morro waar ik onderdoor loop en zie de rood-wit-blauwe vlag van Chili wapperen tegen de strakblauwe hemel. Af en toe vouwt de wind een stukje van het doek om en zie je enkel het rood en wit waardoor het heel even op de vlag van Peru lijkt. Maar Peru is heel ver weg van hier. De rust, de kalmte, de stilte, dat alles is heel on-Peruaans. Zeker in Lima waar het leven 24 uur per dag doorgaat, zeven dagen per week.&lt;br /&gt;De pier leidt naar het voormalig eiland Alacra, tegenwoordig een schiereiland. Ik blijk de enige wandelaar te zijn, want Chilenen 'doen' het schiereiland per auto. Alle voorbijgangers nemen mij uitgebreid op, alsof ik een bijzondere verschijning ben. Ik blijf stug doorlopen en vraag me ondertussen af of er dadelijk een enorme tsunami komt om me van de pier af te slaan, maar de golven blijven keurig onderaan de rotsblokken.&lt;br /&gt;Aan de kop van de pier staan wat Chilenen naast hun auto een broodje op te peuzelen. Zoals wij op zondag even naar Scheveningen of Zandvoort rijden, bedenk ik me. Behalve een vuurtoren en een rottende zeeleeuw op het strand, is er niets te beleven en langs de andere kant van de weg loop ik terug naar het vaste land.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;6.&lt;br /&gt;Na een stevige maaltijd in een van de weinige restaurants die open zijn in Arica, geflankeerd door een drietal zeebonken die in een voor mij onbekende taal spreken, vind ik zowaar een internetcafé. In een duistere ruimte zitten mensen met een gordijn afgeschermd achter de pc. Dat wekt onmiddellijk de indruk dat hier fors porno wordt gedownload. Ik laat mijn gordijntje dan ook gewoon open, en mail een keurig berichtje aan mijn vrouw om te zeggen dat ik goed ben aangekomen en dat ik van haar hou. Daarna loop ik door de uitgestorven winkelstraat terug naar het hostal en sluit me met een fles water en wat snoepgoed in mijn kamer op.&lt;br /&gt;De dag is redelijk zonnig geweest en de warmte hangt nog lange tijd in de kamer. Ik heb geen pyjama meegenomen en slaap in T-shirt en onderbroek onder een dunne laken. Ik zap wat langs de Chileense en buitenlandse kanalen, zie dat Chili de interland tegen Argentinië heeft verloren (was het daarom zo stil op straat?), bekijk de film Cast Away met Tom Hanks en val daarna in een diepe slaap.&lt;br /&gt;Als ik 's morgens wakker word, voel ik een koude tocht door de kamer trekken. Ik spring uit bed uit om mijn broek aan te trekken, doe mijn trui aan en daarna gebeurt het. Er schiet iets in mijn rug en ik klap dubbel van de pijn. Het enige wat ik kan doen is me op het bed laten vallen en kreunend en verlamd van de pijn lig ik daar hulpeloos in een vreemde kamer, ver van huis en van mijn vrouw, zo'n 1500 kilometer om precies te zijn.&lt;br /&gt;Een half uur lang doe ik pogingen om me te bewegen, om een comfortabele positie te vinden die me geen pijn bezorgt, maar niets helpt. Er schiet van alles door mijn hoofd: de geplande beklimming van El Morro en het bezoek aan een mummievindplaats in de Atacamawoestijn kan ik wel op mijn buik schrijven. Vanavond om zes uur vertrekt mijn vliegtuig vanuit Tacna naar Lima. Hoe kom ik godsnaam van dit bed af?&lt;br /&gt;Ik voel me als Gregor Samsa die 's ochtends wakker wordt en in een gigantische kever veranderd blijkt te zijn. Evenals de kever van Kafka lig ik op mijn rug in een kamer, en kan ik geen kant op. Existentiële levensvragen spelen door mijn hoofd. Wat als ik hier nooit meer wegkom? Geen prettig idee om hier tot mijn dood te moeten liggen wachten. Kunnen ze me begraven in die metalen kast. De tv die de hele nacht aan heeft gestaan gaat onverstoorbaar door met het uitkramen van allerlei onzinnige informatie die mijn aandacht van het probleem afleidt. Met mijn hand tast ik naar de afstandsbediening die achter me ligt en klik het apparaat uit.&lt;br /&gt;Wat nu? Moet ik om hulp roepen? Die ouwe baas met zijn jampotten is volgens mij ook stekedoof. Ik móet op de een of andere manier overeind zien te komen. Ik probeer met bekkenkantelen, een oefening die ik jaren geleden tijdens fysiotherapie heb geleerd, weer wat beweging in mijn rug te krijgen. En zowaar blijkt het te helpen. Voorzichtig zet ik beide voeten op het koude zeil. Ik strompel naar de deur en roep door een kier: 'Hola, señora!' Daarna blijft het stil. Gisteravond bij het verlaten van het hostal meen ik twee andere gasten te hebben gezien, maar verder lijkt het pand uitgestorven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;7.&lt;br /&gt;Er zit niets anders op dan om de trap af te lopen. Daarna zien we wel weer verder. Nog steeds dubbel gevouwen trek ik sokken en schoenen aan, en in deze toestand daal ik voetje voor voetje de trap af. Bij de keuken aangekomen zie ik godzijdank de oude vrouw bij het fornuis staan.&lt;br /&gt;'Wat is er met ú aan de hand!' roept ze uit.&lt;br /&gt;Ik leg haar uit dat ik niet rechtop kan staan, verga van de pijn in mijn rug en dringend een pijnstiller nodig heb. Haar man komt uit zijn kantoortje vandaan en kijkt me vol verbazing door zijn jampotten aan, alsof ik een soort curiosum ben.&lt;br /&gt;'Kun je niet rechtop staan?' vraagt hij met een mengeling van ongeloof en spot in zijn stem.&lt;br /&gt;Ik schud mijn hoofd van niet.&lt;br /&gt;De vrouw gebaart me aan de ontbijttafel te gaan zitten. Ze legt een strip aspirenes voor me neer en geeft me een kop kamillethee. Ik slik onmiddellijk twee tabletten door en gooi de thee er achteraan om iets warms in mijn lijf te krijgen.&lt;br /&gt;De eigenares van het hostal blijkt zelf ook ooit iets dergelijks aan de hand te hebben gehad, en duikelt uit een laatje een tube spiercreme op. Ze vraagt of ze het op mijn rug mag smeren en ik knik van ja. Al wil ze modder op mijn rug smeren, of naalden in mijn hele lichaam steken, het maakt me niet uit, als ik maar van die pijn afkom.&lt;br /&gt;Zo'n tien minuten lang masseert de oude vrouw met krachtige hand mijn rug en ik voel dat er weer wat leven in komt. Na de kneedsessie kan ik zowaar weer enigszins rechtop zitten, zij het dat ik een beetje naar links hang.&lt;br /&gt;Terwijl de vrouw het ontbijt voor me serveert, harde broodjes met jam en kamillethee, kijk ik met een half oog naar de tv die hier constant aanstaat. Op het ochtendnieuws is een live-reportage ergens vanuit Arica. En vivo staat er onder in het beeld. De verslaggever is enorm opgewonden. De camera zoemt in op een donkere wolk die richting Arica drijft.&lt;br /&gt;'Misschien gaat het regenen', deelt de vrouw me mee, wijzend naar de beelden van de donkere wolk. De camera brengt de verslaggever weer in beeld die, beurtelings in de lens en naar de wolk turend, ons van minuut tot minuut bijpraat over de regenkansen. Daar kan Erwin Krol nog een puntje aan zuigen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;8.&lt;br /&gt;Als ik enige tijd later, na het echtpaar betaald en bedankt te hebben, weer op straat sta, schijnt de zon als nooit tevoren en is van de donkere wolk geen spoor meer te bekennen. Helaas ging ook deze regenbui aan het stoffige Arica voorbij.&lt;br /&gt;Ik kan weer normaal lopen, maar mijn spieren zijn totaal verkrampt waardoor om de vijf minuten een enorme pijnscheut door mijn lichaam trekt en ik dubbelsla en mij happend naar adem aan een paal of ander voorwerp vast moet klampen. Het is maandagochtend en de winkelstraat krioelt nu van de mensen. Voorbijgangers kijken me meewarrig aan als ik weer één van mijn wegtrekkers krijg. Ze komen op de meest onverwachte en ongelukkige momenten. Mijn rugzak, die toch niet al te veel spullen bevat, lijkt met de minuut zwaarder te worden.&lt;br /&gt;In de plaatselijke apotheek koop ik paracetamol en spierzalf, waarna ik nog maar één ding verlang: terug naar Tacna.&lt;br /&gt;Vanuit een telefooncel bel ik mijn vrouw op om te zeggen dat ik eraan kom. Tijdens het gesprek kan ik nauwelijks praten van de pijn, en na het horen van het vertrouwde geluid van mijn geliefde aan de andere kant van de lijn barst ik in tranen uit. Juist op dat moment slikt het apparaat mijn laatste peso door en wordt de verbinding verbroken. Het gesprek geeft me in ieder geval nieuwe kracht, en de verzekering dat mijn vrouw mij staat op te wachten op het vliegveld van Lima. Ik hoef me nu alleen nog maar in Tacna in het vliegtuig zien te hijsen en met wat paracetamols bij de hand overleef ik de terugtocht wel.&lt;br /&gt;Bij de busterminal ben ik andermaal de laatste passagier in de colectivo. Deze keer bestaan mijn medepassagiers uit twee studenten, twee vrouwen en een kind. De terugreis verloopt voorspoedig, zij het dat het kind de hele rit aan één stuk door huilt. Waarom het kind huilt is niet duidelijk, het is meer een soort dreinen. Misschien is het de warmte of het ongemak van de volle Sedan. Het kan me allemaal niet schelen, zolang ik die verdomde pijn maar niet voel.&lt;br /&gt;De formaliteiten aan de grens verlopen gladjes en als we het bord Bienvenido en Peru passeren, zet de chauffeur de radio aan en schalt er bekende salsamuziek door de luidspeakers. Vóór ons strekt de Panamericana zich uit met aan beide zijdes niets dan zand. Ik ben weer terug in Peru, ik ben bijna thuis.&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-116584474361313935?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/116584474361313935/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=116584474361313935' title='2 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/116584474361313935'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/116584474361313935'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/12/terug-in-peru.html' title='Terug in Peru'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>2</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-116576479224804311</id><published>2006-12-10T10:28:00.000-05:00</published><updated>2006-12-10T10:33:12.263-05:00</updated><title type='text'>De dans van de Kivio</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;De jeugd uit het Peruaanse bergdorpje Huaros, op vier uur rijden van Lima, is 's ochtends vroeg al druk in de weer op een binnenplaatsje, terwijl de zon zijn warme stralen over de toppen van de Andes werpt. Een verademing na de lange, koude bergnacht. De kinderen trekken kuikengele en loodgrijze pakken aan en zetten woeste dierenmaskers op. Ze bereiden zich voor op de jaarlijkse uitvoering van de Dans van de Kivio, een regenceremonie die minstens duizend jaar oud is.&lt;br /&gt;De kivio is een vogeltje dat hoog in de Andes leeft, maar aan het begin van het regenseizoen afzakt naar lager gelegen gebieden. De boeren uit het bergdorp beschouwen hem dan ook als een regenbrenger, en als een boodschapper van de goden.&lt;br /&gt;Wanneer het gaat regenen ontspint zich een wilde dans tussen de mannetjes- en vrouwtjeskivio's. Het mannetje verkeert in staat van opwinding en roept aan één stuk door '&lt;span style="font-style: italic;"&gt;Kiví-kiví-kiví!&lt;/span&gt;' De vrouwtjes dansen rond het mannetje, als planeten rond de zon, en vallen één voor één in een diepe slaap.&lt;br /&gt;De Inca's noch de Spanjaarden hebben de eeuwenoude traditie van de dorpelingen om zeep weten te helpen. Wel zijn er in de loop der jaren elementen aan toegevoegd. Zo is er een rol weggelegd voor &lt;span style="font-style: italic;"&gt;El Caballero&lt;/span&gt;, die met zijn rijlaarzen, zijn geweer en zijn honden, de Spaanse &lt;span style="font-style: italic;"&gt;conquistador&lt;/span&gt; voorstelt. Hij is degene die uiteindelijk de mannetjeskivio doodt, en elk jaar een einde maakt aan het ritueel.&lt;br /&gt;Op de ochtend van de regenceremonie zijn alle bewoners verplicht zeven keer een ontbijt te nuttigen. Dat dit niet slechts een symbolisch getal is, ontdek ik na mijn derde bord bestaande uit gebraden vlees met ui en tomaat, gebakken aardappels, koffie en ponche, een drankje op basis van eierdooier. Na vier ontbijten druk ik mijn snor. Mijn maag is niet bestand tegen zoveel geweld op de vroege morgen.&lt;br /&gt;Eerder die nacht is de &lt;span style="font-style: italic;"&gt;Mayordomo&lt;/span&gt; met zijn gevolg al de bergen ingetrokken om twee kruizen, die boven op een rotspunt hoog boven het dorp staan, naar beneden te sjouwen. Laat in de middag arriveren de bezweette mannen met twee grote, groene kruizen, die vervolgens door de vrouwen met bloemen worden versierd. Dan worden de kruizen, begeleid door stemmige muziek, door de nauwe straten van Huaros naar de kerk aan het centrale plein gedragen. Onderweg moet nog even halt worden gehouden, omdat een bus die dwars over de weg staat de doorgang versperd, maar daarna kan de processie ongehinderd de kerk binnengaan.&lt;br /&gt;Rond de middag trekken de verkleedde kinderen, begeleid door een harpspeler en twee vrouwelijke trommelaars, door de straten van het dorp. Twee grote hondenkoppen bonzen op de deuren; zeven vossen en wolfjes bedelen om voedsel en hout voor een grote, gezamenlijke maaltijd op het plein.&lt;br /&gt;Wanneer er voldoende ingrediënten voor de maaltijd, &lt;span style="font-style: italic;"&gt;patache&lt;/span&gt; genaamd, in een grote kruiwagen zijn verzameld, trekken alle acteurs richting het dorpsplein. De kinderen worden vergezeld door twee volwassen kivio's, een mannetje en een vrouwtje, en &lt;span style="font-style: italic;"&gt;La Huaca&lt;/span&gt;. Deze laatste is de personificatie van een heilige grot boven op de berg. Volgens de legende ligt de eerste inwoonster van Huaros in de grot begraven. De dorpsbewoners zeggen dat de vrouw af en toe de grot verlaat, en zich vertoont als een mooie, jonge vrouw. Tijdens de Dans van de Kivio wordt La Huaca vreemd genoeg gespeeld door een oud, rimpelig vrouwtje met een beroet zwartepietengezicht.&lt;br /&gt;Alle dorpsbewoners hebben zich inmiddels verzameld rond de oude plaza, die is afgezet met borsthoge muurtjes van grote keien, en maken zich op voor het jaarlijkse spektakel. La Huaca danst op de harpklanken met een kruik vol bloemen in de lucht geheven het dorpsplein rond. De honden, vossen en wolven voeren intussen een kat-en-muisspel uit en er wordt flink gestoeid in het stoffige zand, waarbij af en toe ook rake klappen vallen, tot groot vermaak van het publiek. Dan verschijnt de mannetjeskivio uit de verte en met zijn gele cape springt hij over de muur, waardoor hij even lijkt te vliegen. De volwassen kivio's en de kuikens voeren hun duizelingwekkende dans uit, terwijl de trommels roffelen en de harp aanzwelt. De dorpelingen kijken hoopvol naar de nog immer strakblauwe hemel. "Het ontbreekt ons aan geloof, " mompelt een van de oudere dorpsbewoners.&lt;br /&gt;Dan is het tijd voor het hoogtepunt van de uitvoering. De Caballero stuurt zijn honden op de mannetjeskivio af, richt zijn geweer en schiet. De gele gedaante stort in het zand neer, en wordt door de Spanjaard en zijn honden op een rituele offertafel gelegd, waarna zijn keel wordt doorgesneden. De kivio vertoont nog enkele stuiptrekkingen, maar daarna blijft hij levenloos liggen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De patache, een soort soep met vlees en bonen, is na uren koken in grote pannen eindelijk klaar. De jaarlijkse verkleedpartij is ten einde en de kostuums zijn in een grote plastic zak opgeborgen. De kinderen spelen op een naastgelegen veldje, en de mannetjeskivio zit geleund tegen de muur zijn eten op te lepelen.&lt;br /&gt;Terwijl ik in de rij sta voor de grote pan soep, kijk ik omhoog en zie donkergrijze wolken over de toppen van de bergen drijven. In de verte wordt de zon in een roze en oranje gloed gesmoord en de blauwe hemel trekt langzaam dicht. De regen kan nu niet ver weg meer zijn. Morgen dansen de kivio's weer, hoog in de bergen. &lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-116576479224804311?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/116576479224804311/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=116576479224804311' title='0 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/116576479224804311'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/116576479224804311'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/12/de-dans-van-de-kivio.html' title='De dans van de Kivio'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-116326568156739540</id><published>2006-11-11T12:13:00.000-05:00</published><updated>2006-11-11T13:41:59.616-05:00</updated><title type='text'>Sinterklaas in Lima</title><content type='html'>&lt;div align="justify"&gt;Het is een graad of 20, bewolkt maar geen onaardig weer. Lima in december, 6 december om precies te zijn. Een man met een lange witte baard verschijnt om de hoek. Met zijn rode mantel en vreemde hoofddeksel maakt hij een merkwaardige indruk in de straten van de Peruaanse hoofdstad. Maar tradities laten zich niet onderdrukken; zelfs aan de andere kant van de wereld, hartje zomer, wordt een oerhollands Sinterklaasfeest gevierd.&lt;br /&gt;Het is mijn eerst 'Sinterklaas' in Peru nadat ik in maart mijn studio in Den Haag heb verruild voor een optrekje in Lima, en mijn vrijgezellenstatus voor een huwelijk met een Peruaanse schone. Aangezien mijn vrouw en ik zelf nog geen kinderen hebben, charteren we een Peruaans neefje om ons te begeleiden op het kinderfeest.&lt;br /&gt;De ambassadeur heeft zijn residentie voor de gelegenheid opengesteld, een groot geel gebouw, met bananenbomen in de tuin en een helderblauw zwembad. De kinderen hebben echter enkel oog voor Sint Nicolaas en zijn Pieten.&lt;br /&gt;Een heus spektakel wordt opgevoerd, een zieke Pakjespiet wordt per ambulance aangevoerd en daarna opgelapt met een mix van sterke dranken. De kinderen trekken er een vies gezicht bij. Daarna moet de zak van Sinterklaas worden gezocht, want die is zoek. Na enig speurwerk wordt de zak van de Sint op het dak gevonden en kan het feest beginnen.&lt;br /&gt;Een voor een worden de kinderen naar voren geroepen, Nederlandse en Peruaanse kinderen. Taal- en cultuurbarrieres blijken geen probleem voor de Sint. De Spaanstalige Peruaanse kinderen zijn evenzeer in de ban van de Goedheiligman als de Nederlandse kinderen met hun blonde koppies.&lt;br /&gt;Ons neefje, voor wie het de eerste kennismaking is met de Nederlandse traditie, heeft geen enkele moeite met Sinterklaas: "Het is de broer van de kerstman," weet hij zeker. Wat zijn kinderen toch ingenieus, denk ik bij mijzelf.&lt;br /&gt;Er wordt gestrooid, gezongen, terwijl een koel briesje door de bananenbomen waait. Cadeautjes worden uitgedeeld en opengemaakt. Voor alle kinderen is er iets lekkers.&lt;br /&gt;Ook voor de ouders is er van alles uit het thuisland; bitterballen, gevulde speculaas, kleine loempia's en koud Heinekenbier. Ik word er enigszins weemoedig van en probeer me voor te stellen hoe de familie thuis rond de open haard zit, met warme chocolademelk en banketletters van mijn moeder, en hoe er wordt gezongen door de neefjes en gestrooid door mijn oudste zus of door mijn vader.&lt;br /&gt;Hoe zeer familietradities soms ook verwateren met de jaren, Sinterklaas is een feest dat we door de jaren heen steeds hebben weten te handhaven. Zeker nu de kinderen van mijn broers en zus de goede leeftijd hebben, waarin ze nog immer in de Goedheiligman geloven.&lt;br /&gt;De anekdotes van vroegere Sinterklaasvieringen schieten door mijn hoofd; mijn zus als zwarte piet geschminkt die zich per ongeluk heeft opgesloten op de wc, de wasteil vol met cadeaus op het keukendak, mijn vader die immer op het laatste moment op zolder zijn surprise in elkaar flanst.&lt;br /&gt;Wat is het toch, dat dit oerhollandse, kneuterige, gezellige, spannende, melige familiefeest zo onweerstaanbaar maakt? Wat is dat leven in ons dat ook nu weer vol overtuiging &lt;em&gt;'Zie ginds komt de stoomboot'&lt;/em&gt; staat te zingen, in de tuin van de ambassadeur, aan de andere kant van de wereld, terwijl we onze kinderen in dezelfde verzinsels willen laten geloven die men ons heeft wijsgemaakt toen we hun leeftijd hadden?&lt;br /&gt;Ik weet het antwoord niet, maar ik voel me hier -aan de zijde van mijn Peruaanse vrouw, kijkend naar de kinderen die Sinterklaas aarzelend een handje geven en bang zijn om bij hem op schoot te gaan zoals ik dat ook was op hun leeftijd, omgeven door landgenoten die net als ik ver van huis zijn- Hollandser dan ik me in Nederland ooit heb gevoeld. Het is een prettig, warm gevoel, een gevoel van saamhorigheid met mensen die ik nauwelijks ken. Straks gaan we weer allemaal terug naar ons eigen leven, maar één keer per jaar komen we samen om een oude Nederlandse traditie levend te houden, en door te geven aan nieuwe generaties.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/1600/Sint.jpg"&gt;&lt;img style="margin: 0px auto 10px; display: block; text-align: center; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/Sint.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Als Sinterklaas na twee uur vertrekt onder het zingen van het afscheidslied, wordt hij door alle kinderen en ouders uitgezwaaid tot aan de poort. Zoals mijn Peruaanse neefje geen moeite heeft met de Sint, zo blijkt Sinterklaas totaal geen moeite te hebben met verre landen en vreemde culturen. Ook in Peru blijft de Sint gewoon zichzelf.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt; &lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;&lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;&lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;&lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;Dit verhaal is gepubliceerd in de bundel 'Sinterklaas Overzee. Avonturen van een reislustige heilige', uitgegeven door KIT Publishers te Amsterdam, in samenwerking met de Wereldomroep.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt; &lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;&lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;&lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div align="justify"&gt;&lt;a href="http://www.flickr.com/photos/mens32"&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;Foto: mens32&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;/a&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-116326568156739540?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/116326568156739540/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=116326568156739540' title='2 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/116326568156739540'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/116326568156739540'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/11/sinterklaas-in-lima.html' title='Sinterklaas in Lima'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>2</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-116128948112887737</id><published>2006-10-19T15:11:00.000-05:00</published><updated>2006-11-07T08:34:55.380-05:00</updated><title type='text'>Picarones op stroop</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Het was half april, herfst in Lima. De zon stond nog hoog aan de diepblauwe hemel, maar de zilte lucht die werd aangevoerd uit de Stille Oceaan voelde al killer aan.&lt;br /&gt;In het park van Miraflores slenterden stelletjes gearmd langs de perkjes met Afrikaantjes en andere zomerbloemen die er nog volop bloeiden. De oude man met zijn sombrero, vergezeld door een klein aapje in een wit jurkje, stond op zijn vaste plek bij de ingang. Voor één sol pakte het aapje uit een houten la een papiertje waarop een voorspelling stond geschreven; een geel papiertje voor &lt;span style="font-style: italic;"&gt;caballeros&lt;/span&gt; en een blauw voor &lt;span style="font-style: italic;"&gt;señoritas&lt;/span&gt;. De kleine, gerimpelde man met zijn rieten sombrero leek een relikwie uit vervlogen tijden.&lt;br /&gt;Langs de wandelpaden stonden kleine kraampjes met glazen vitrines waarachter etenswaar lag uitgestald; &lt;span style="font-style: italic;"&gt;turrones&lt;/span&gt;, een soort noga, &lt;span style="font-style: italic;"&gt;arroz con leche&lt;/span&gt; en &lt;span style="font-style: italic;"&gt;picarones&lt;/span&gt;, gefrituurde plakjes zoete aardappel. Traditionele lekkernijen die naar vroeger smaakten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a href="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/1600/picarones.jpg"&gt;&lt;img style="margin: 0px 10px 10px 0px; float: left;" alt="" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/picarones.jpg" border="0" /&gt;&lt;/a&gt; Tussen het zondagse publiek door liepen de schoenenpoetsers die naar je schoeisel wezen alsof er poep aan kleefde. Op hun houten kistjes kon je voor twee sol je schoenen laten poetsen terwijl je rustig je krantje las. Voor een habbekrats voelde je je even een vorst.&lt;br /&gt;Vanuit het koffiehuis op de hoek observeerde ik de bedrijvigheid in het park. Boven de deuropening van het etablissement hing een lichtreclame die loom rondjes draaide. &lt;span style="font-style: italic;"&gt;'Lima-Perú'&lt;/span&gt; stond er op één kant van de koffiekleurige reclamebak, en op de andere kant &lt;span style="font-style: italic;"&gt;'Café Z'&lt;/span&gt;. Urenlang kon ik vanachter een cappuccino of een espresso naar het leven buiten op straat kijken en fantaseren over de levens van de mensen die passeerden.&lt;br /&gt;Terwijl ik juist een slokje van mijn cappuccino nam, waarbij de slagroom een witte snor op mijn bovenlip achterliet, kwam er ongenodigd een man naast me zitten. Het was een kleine, maar stevige, in het wit geklede kerel met een pokdalig gezicht en een stoppelige baard. Twee waterige ogen keken me even aan terwijl ik de man vluchtig van opzij opnam, ondertussen de room van mijn bovenlip vegend. Zijn gezicht kwam me bekend voor, maar ik kon het zo gauw niet plaatsen.&lt;br /&gt;"Neemt u mij niet kwalijk meneer," zei de man op monotone wijze, "dat ik aan uw tafeltje plaatsneem, maar alle andere tafels zijn al bezet."&lt;br /&gt;Terwijl ik een gebaar maakte van 'maakt niets uit', keek ik terloops even het koffiehuis rond om te constateren dat inderdaad alle tafeltjes bezet waren.&lt;br /&gt;Hij zwaaide naar de serveerster, een meisje van een jaar of zestien met glanzende, gitzwarte haren tot op haar schouders en een paar appelronde borsten onder een strak T-shirt waarop het logo van het etablissement prijkte.&lt;br /&gt;"Eén koffie graag."&lt;br /&gt;Het meisje noteerde de bestelling en liep richting de bar, door mij en mijn tafelgenoot nagekeken.&lt;br /&gt;"Weet u," zei de man terwijl hij naar de serveerster knikte, "mijn dochter zou ongeveer haar leeftijd hebben gehad."&lt;br /&gt;Ik mompelde iets onverstaanbaars en keek de man bewust niet aan, bang dat er een treurig verhaal vol zelfbeklag zou volgen. Mijn ongenode gast liet zich echter niet ontmoedigen door mijn geveinsde gebrek aan belangstelling.&lt;br /&gt;"Hoe lang is het nu geleden? Vijf jaar op de kop af. Vijf jaar meneer."&lt;br /&gt;Ik knikte zwijgend in de hoop dat de bui zou overdrijven, maar het was tevergeefs.&lt;br /&gt;"Elk jaar op deze datum bezoek ik even haar laatste rustplaats en drink daarna een kopje koffie in dit etablissement. Rituelen houden de mens op de been die niets anders meer heeft om voor te leven."&lt;br /&gt;Na deze persoonlijke ontboezeming zweeg de man een poosje, en ik bemerkte bij mijzelf een zekere onrust, geprikkeld om de rest van het verhaal te horen. Ik hoefde echter niet aan te dringen, want het bleek slechts een rustpauze te zijn waarna hij zijn verhaal vervolgde.&lt;br /&gt;"Ik ben van eenvoudige afkomst moet u weten. Mijn familie komt uit het noorden van Peru. Mijn vader was een eenvoudige visser. In zijn houten bootje vistte hij op tonijn, kabeljauw, makreel en tong. Die verkocht hij voor een schijntje op de visafslag. Kwestie van marktwerking, begrijpt u. Maar ja, wat moest hij anders? Om rond te komen moesten wij al op jonge leeftijd meehelpen de kost te verdienen. Ik hielp mijn vader bij de visvangst, maar besloot na zijn dood dat mijn toekomst aan wal lag, niet op zee."&lt;br /&gt;De serveerster bracht de man zijn koffie en hij nam even de tijd om suiker en melk in zijn kopje te gooien en roerde bedachtzaam zijn lepeltje in de rondte. Met een afgemeten gebaar haalde hij het lepeltje er weer uit, tikte er even mee tegen de rand van het kopje en legde het vervolgens op het schoteltje neer.&lt;br /&gt;"Nadat mijn ouders zijn gestorven ben ik naar Lima verhuisd. Iedereen sprak over Lima alsof het een paradijs was waar het geld voor het oprapen lag. Maar dat viel bitter tegen. Toch zag ik kans om werk te vinden in de haven, bij de visafslag van Callao. Daar kwamen de grote vissersboten binnen met vis in alle soorten en maten, soorten die ik nooit eerder gezien had, die wij dan in kratten met ijs op de vrachtwagens moesten laden. Geen fijn werk, verzeker ik u."&lt;br /&gt;Ik keek even naar de grove handen van de man die een arbeidszaam leven verraadden.&lt;br /&gt;"We werkten letterlijk dag en nacht. Soms bleef ik tussen de lege kratten slapen, omdat het niet de moeite was om voor een paar uur naar huis te gaan. Mijn grote droom was echter om op een dag voor mezelf te beginnen, zodat mijn kinderen later de kost niet zouden hoeven verdienen op dezelfde manier als ik. Na een aantal jaren werkte ik mijzelf op tot voorman en van mijn spaargeld huurde ik een bestelauto, waarmee ik verse vis bij alle restaurants van Lima bezorgde. Door me een slag in de rondte te werken en tegen scherpe prijzen te verkopen, wist ik een klein fortuin te verdienen en kon ik op den duur mijn eigen vrachtwagen kopen. Jaren later opende ik mijn eigen visverwerkingsfabriek en bouwde een imperium op dat naam en faam kreeg in heel Peru. Ik was de viskoning van Lima!"&lt;br /&gt;Mijn tafelgenoot nam voorzichtig een slok koffie na eerst in het kopje te hebben geblazen. Intussen keek ik weer even van opzij naar de man die in de verste verte niet op een viskoning leek, en meer weg had van een dakloze pauper.&lt;br /&gt;Alsof hij mijn gedachten had geraden sprak hij: "U zult wel denken, die arme sloeber zit hier een sterk verhaal op te hangen, maar ik kan u verzekeren dat ik in die tijd een van de meest welvarende ondernemers van Lima was. Ook privé ging het me voor de wind. Ik trouwde met een mooie vrouw uit de gegoede klasse en liet een groot huis met zwembad bouwen in de mooiste wijk van de stad. We kregen twee kinderen, een flinke zoon en een wolk van een dochter die aan niets ontbrak. Geen van beiden hoefde ooit een vinger uit te steken, ze kregen alles wat hun hartje begeerde."&lt;br /&gt;Een moment lang keek hij zwijgend voor zich uit met een vage glimlach om zijn lippen, alsof hij zich die gouden jaren weer voor de geest haalde.&lt;br /&gt;"Mijn zoon assisteerde me in de zaak en ik leerde hem de kneepjes van het vak. Mijn dochter leidde intussen een onbezorgd leventje en werd door iedereen geliefd. Maar niemand hield zoveel van haar als ik, zij was mijn oogappel, mijn lieveling. Hoe laat ik ook thuiskwam van werk, altijd liep ik even langs haar slaapkamer om haar een nachtkus te geven."&lt;br /&gt;We hadden intussen allebei onze koffie op en, zonder mijn tafelgenoot te interrumperen, gebaarde ik naar het meisje dat achter de bar stond om nog eens hetzelfde te serveren.&lt;br /&gt;"In die tijd stapte ik, ambitieus als ik was, ook in de houthandel en pendelde regelmatig tussen Lima en het regenwoud. Het was lucratieve business, ziet u."&lt;br /&gt;Ik mompelde instemmend.&lt;br /&gt;"Op een van mijn trips naar de jungle kocht ik een blauwe guacamayo van een oude Cocama-indiaan, die me verzekerde dat de vogel eigenlijk de ziel was van een overleden persoon. Volgens zijn stam waren de oermoeders van de huidige mens twee guacamayo's met vrouwenhaar en menselijke gezichten die met mannen copuleerden. Ik vond het gewoon een bijzondere vogel en besloot hem voor mijn dochter te kopen."&lt;br /&gt;Hij onderbrak zijn verhaal toen de serveerster een koffie en een cappuccino voor ons op het tafeltje neerzette. Met een knikje bedankte ik haar, waarna mijn tafelgenoot zijn relaas vervolgde.&lt;br /&gt;"Het was een grote vogel, bijna één meter lang, met veren van een intens blauwe kleur, zoals het blauw van hyacinthen. Het beest had een zachtaardig karakter en mijn dochter was er weg van. Zijn kooi stond in haar kamer naast haar bed en de hele dag praatte ze tegen de guacamayo en zong liedjes voor hem. De bediendes probeerden het beest schuine woorden en vieze liedjes te leren, maar hij luisterde enkel naar mijn dochter en imiteerde haar stemgeluid perfect; de manier waarop ze zong of goedenmorgen zei, zelfs de manier waarop ze lachte, een soort kakelen, wist hij perfect na te doen. Vaak vergisten de dienstmeisjes zich, denkend dat ze mijn dochter in huis hadden gehoord, om daarna vergeefs naar haar te zoeken en uiteindelijk te concluderen dat de guacamayo hen voor de gek had gehouden."&lt;br /&gt;De man glimlachte stilletjes en pauzeerde een moment. Ik had me intussen half naar hem toegedraaid en luisterde ademloos, wachtend op de tragische ontknoping.&lt;br /&gt;"Zoals ik al vertelde breidden mijn zaken zich uit, maar er zitten maar 24 uur in een dag en ik kon mijzelf niet opdelen. Behalve mijn zoon vertrouwde ik niemand mijn zaken toe, zodat ik gedwongen was steeds langere dagen te maken. Mijn vrouw vervreemde van me en lag de godganse dag verveeld aan het zwembad en flirte met de mannelijke bediendes. Maar mijn dochter bleef alle dagen trouw op mij wachten tot ik haar een nachtkus op haar voorhoofd had gegeven, alsof het een geheime bezwering was zonder welke ze niet kon slapen."&lt;br /&gt;Hij nam een slokje koffie en hield het kopje enige seconden voor zich in het luchtledige, om het daarna bedachtzaam neer te zetten.&lt;br /&gt;"Op een kwade morgen ging echter alles verkeerd. Er waren al dagenlang volop voortekenen, maar ik had ze genegeerd, arrogant als ik was in mijn waan dat ik alles naar mijn hand kon zetten. Bij de visafslag ging het personeel in staking. Ze eisten hogere lonen en betere werkomstandigheden. Trots als ik was en koppig vanwege mijn eigen afkomst, weigerde ik alle eisen en dreigde de stakers met ontslag. Vervolgens braken ook in andere filialen, die ik her en der had opgezet, stakingen uit, en als een bezetene reed ik alle bedrijven af om de werkweigeraars met ontslag te dreigen. Maar het was tevergeefs. Mijn imperium lag op zijn gat. Moegestreden kwam ik ver na middernacht thuis en dronk een paar whiskeys om tot bedaren te komen, waarna ik op de bank in slaap viel."&lt;br /&gt;Peinzend keek hij voor zich uit terwijl ik voorzichtig een slokje van mijn tweede cappuccino nam.&lt;br /&gt;"Toen ik de volgende ochtend wakker werd, hoorde ik boven de stem van mijn dochter die iedereen goedenmorgen wenste, en glimlachend kwam ik overeind. Mijn harde gemoed verzachtte en ik nam mij voor om aan de eisen van mijn werknemers tegemoet te komen. Opgewekt liep ik de trap op om mijn dochter tegemoet te lopen en was verbaasd haar nog in bed aan te treffen. De blauwe guacamayo riep me vrolijk 'goedenmorgen' toe vanuit zijn kooi naast haar bed."&lt;br /&gt;Met ogen die nog wateriger leken dan ze al waren, staarde hij uit het raam van het etablissement naar buiten. Voor het eerst wist ik mij niet te beheersen en probeerde de man aan te sporen met een kort maar krachtig: "En?"&lt;br /&gt;Hij keek mij verdwaasd aan, alsof ik hem uit een diepe droom had gewekt.&lt;br /&gt;"En?" herhaalde hij. "En niets, ze was dood." Tranen sprongen in zijn ogen en met zijn vuisten probeerde hij de waterlanders tegen te houden.&lt;br /&gt;"Ik liep naar haar bed toe en zag dat ze op haar buik lag, één arm slap buiten het ledikant hangend. Op de grond lag een leeg potje rattengif. Mijn dochter had de hele inhoud ingenomen. Volgens de lijkschouwer was ze als gevolg van inwendige bloedingen gestorven, een gruwelijke, pijnlijke dood. Waarom? Wat was er gebeurd dat ze zich van het leven had beroofd, mij berooid en ontgoocheld achterlatend? Dat was het enige waaraan ik kon denken. Zelfs nadat ze al bewierookt en begraven was, bleef deze ene vraag door mijn hoofd spoken: wat had mijn dochter tot zelfmoord aangezet?"&lt;br /&gt;Hij keek mij met strakke blik aan. Van de eerdere emoties was plotseling niets meer te zien. Er sprak een vastberadenheid uit zijn ogen die ik daar niet had vermoed.&lt;br /&gt;"Ik sloot mij op in mijn werkkamer met de kooi van de guacamayo, terwijl mijn bedrijf naar de gossiemijne ging. De stakingen duurden voort, vrachtwagens reden niet meer, leveranciers en afnemers haakten af en binnen de kortste keren ging mijn hele imperium op de fles. Schuldeisers stonden voor de deur en mijn vrouw nam de benen, maar ik deed voor niemand open en zat van zonsopgang tot zonsondergang in mijn werkkamer, luisterend naar de guacamayo die met de stem van mijn dochter tegen mij praatte. Het was alsof de ziel van mijn oogappeltje in die blauwe vogel was gevaren. Het gekwebbel van de guacamayo was het enige wat mijn dochter nog in leven hield, het enige wat mij met haar verbond."&lt;br /&gt;Hij keek zorgelijk voor zich uit en vervolgde: "Na een paar dagen veranderde het standaardrepertoir van de gaucamayo echter. In plaats van zijn vrolijke &lt;span style="font-style: italic;"&gt;'goedenmorgen'&lt;/span&gt; en het kakelende lachje van mijn dochter, herhaalde hij keer op keer dezelfde zin: &lt;span style="font-style: italic;"&gt;'Waarom heb je me geen nachtkus gegeven? Waarom heb je me geen nachtkus gegeven?'&lt;/span&gt; Als een langspeelplaat die in dezelfde groef blijft steken, zo werden de woorden in mijn ziel gekrast, en ik besefte dat het mijn dochter's laatste woorden waren voor ze stierf. Langzaam groeide het besef dat ik zélf verantwoordelijk was voor de dood van mijn dochter, dat ik haar had vermoord. Ik die had verzuimd haar een nachtkus te geven, ík had haar vermoord!"&lt;br /&gt;Geschokt keek ik mijn tafelgenoot aan, zoekend naar woorden van troost die er niet waren.&lt;br /&gt;Na een lange stilte vervolgde hij zuchtend: "Er restten mij nog slechts twee opties; óf er zelf een einde aan maken, óf de stem van mijn geweten om zeep helpen. Ik koos voor het laatste en draaide op een mooie zomeravond de blauwe guacamayo de nek om, en legde daarmee de stem van mijn dochter voorgoed het zwijgen op."&lt;br /&gt;Hij leegde met een ferme slok zijn kopje en stond gehaast op. Zich verontschuldigend na mijn vragende blik zei hij: "Tegenwoordig werk ik hier in het park als verkoper."&lt;br /&gt;"Wat verkoopt u dan?" wilde ik weten, en vroeg me opnieuw af waar ik zijn gezicht eerder had gezien.&lt;br /&gt;"Ik verkoop jeugdsentiment," antwoordde hij droog. "Het favoriete kostje van mijn dochter. Aangezien ik na het instorten van mijn imperium financieel aan de grond zat, en de wet mij verbiedt ooit nog een eigen zaak te beginnen, heb ik op een dag besloten mij te wijden aan de verkoop van de lekkernij, die ik vroeger op zondag altijd voor mijn dochter kocht. Zo houd ik de herinnering aan haar levend, en verdien tegelijk de kost. Beschouw het maar als een soort boetedoening."&lt;br /&gt;Nadat ik de man had aangeboden voor de koffie te betalen, vroeg ik hem, voor hij het lokaal uit baande: "Wat was eigenlijk uw dochter's favoriete lekkernij?"&lt;br /&gt;Hij keek me even doordringend aan, en zei toen met een vreemde toon in zijn stem: "Picarones op stroop." Met die woorden draaide hij zich om, en verdween buiten in de menigte.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De schemering was inmiddels ingevallen en weemoedig staarde ik naar het draaiende uithangbord waarvan het licht inmiddels was aangefloept. Nadat ik het laatste restje van mijn inmiddels koude cappuccino had opgeslurpt en aan de kassa de rekening had betaald, wandelde ik in gedachten verzonken richting het park. Opeens werd mijn oog getrokken door een dansend vlammetje in de avondlijke schemering, als een elfje of een vuurvliegje dat zich tussen de wandelaars voortbewoog. Ik versnelde mijn pas om het lichtschijnsel te volgen en toen ik eindelijk dichterbij was herkende ik hem, de oude straatventer in zijn witte kledij, zijn etenswaar in een klein karretje voor zich uit duwend, met zijn antieke olielamp die hij altijd bij zich droeg, terwijl zijn karakteristieke stem, vanachter uit de keel, door de zilte avondlucht sneed: "Picarones op stroop!"&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-style: italic;font-size:85%;" &gt;Dit verhaal is eerder gepubliceerd in literair magazine Lava Literair en genomineerd voor literaire prijs De Brandende Pen 2006&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div style="text-align: justify;"&gt; &lt;/div&gt;&lt;div style="text-align: justify;"&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;Foto: &lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;a href="http://www.flickr.com/photos/mens32"&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;em&gt;mens32&lt;/em&gt;&lt;/span&gt;&lt;/a&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-116128948112887737?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/116128948112887737/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=116128948112887737' title='6 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/116128948112887737'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/116128948112887737'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/10/picarones-op-stroop.html' title='Picarones op stroop'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>6</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-116110834033024794</id><published>2006-10-17T12:53:00.000-05:00</published><updated>2006-10-17T13:40:44.676-05:00</updated><title type='text'>Appels van Granada</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Wie Granada zegt, zegt Alhambra. Wie Alhambra zegt, ziet visioenen van paleizen met verkoelende fonteinen, ingenieuze architectuur en bloeiende sinnaasappelbloesems.&lt;br /&gt;Toen Dolf en Tanja, na een uur zwerven door een labyrinth van steegjes en straatjes, eindelijk bij het Alhambra arriveerden, zagen ze een rij mensen voor de ingang staan die zich tientallen meters ver uitstrekte en waar evenveel beweging inzat als in de slangen die in het terrarium van Artis achter de ramen liggen. Gedwee sloten de twee aan in de polonaise van verhitte toeristen. Wie een wereldwonder wil aanschouwen, moet zijn geduld oefenen.&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div style="text-align: justify;"&gt;&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Na twee lange uren wachten, waarin de rij niet korter werd, maar Dolf en Tanja wel opschoven van de staart van de menselijke slang naar de kop, bereikten ze eindelijk de kassa's.&lt;br /&gt;"Dos billetes, por favor", mompelde Dolf. Een stewardess-achtig type keek hem vriendelijk aan vanachter het loketraam.&lt;br /&gt;"Two tickets? That's 2000 pesetas please."&lt;br /&gt;Met twee kaartjes naar het paradijs in de hand geklemd, liepen ze de Generalife, het omliggende park, binnen. Overal waar je keek stonden bomen en struiken in bloei. Een ingenieus stelsel van gootjes transporteerde het water naar alle uithoeken van de lusttuin. De Arabieren hadden het dorre Spaanse land met hun irrigatietechnieken omgetoverd tot een groene oase. De sinnaasappel-, citrus- en olijfbomen vormden de tastbare herinneringen aan hun verblijf van zes eeuwen op het Iberische schiereiland.&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;Rondom de Generalife waren zware vestingsmuren gebouwd door de Moren. Het had de oprukkende christenen niet tegen kunnen houden. Het Alhambra was aan het einde van de 15e eeuw het laatste bolwerk wat de Arabieren nog in bezit hadden. De rest van Andalusië was toen al gekerstend. 'Christen worden of je kop eraf', was het simpele, maar effectieve credo. Hier, in Granada, hielden de islamieten stand.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dolf en Tanja struinden door de tuinen vol bloeiende klimops, palmbomen en sinnaasappelbloesems. De witte bloemetjes vulden de warme voorjaarslucht met een zware, zoete geur. Hoeveel kunstenaars hadden zich niet laten inspireren door dit lustoord? Irvin Washington, Escher, onbekende dichters. Het Alhambra had een onuitwisbare indruk op hen achtergelaten.&lt;br /&gt;"Laten we de paleizen gaan bekijken", opperde Dolf. "Dat moet het spectaculairste gedeelte zijn." Tanja knikte instemmend.&lt;br /&gt;Via een plein met diverse trappen en terrassen kwamen ze bij de ingang van de palacios. Twee geuniformeerde controleurs met strenge zonnebrillen hielden hen tegen.&lt;br /&gt;"Tickets." Dolf reikte de kaartjes aan. De controleur bekeek beide kaartjes zorgvuldig en zei toen: "You must come back later. Four o'clock."&lt;br /&gt;Dolf en Tanja bestudeerden de kaartjes. Een apart strookje gaf aan dat ze de paleistuinen pas om vier uur konden bezoeken. Het Alhambra krijgt jaarlijks zeven miljoen toeristen te verwerken, 20.000 bezoekers per dag. Die passen niet allemaal tegelijk in het paleis van de Groot Vizier van Granada.&lt;br /&gt;Beteuterd keken Dolf en Tanja elkaar aan.&lt;br /&gt;"Vier uur, dan zitten we alweer in trein naar Sevilla", zei Tanja bedrukt. Vervolgens keken ze weer naar de bebrilde controleurs, maar die gaven geen krimp. Hier viel niet over te onderhandelen. Geslagen dropen ze af.&lt;br /&gt;Ze beklommen de grote vierkante toren, die aan de zuidelijke rand van de vestingsmuur stond. Via een smal trapgat kwamen ze uit op het terras van de donjon. De wind verscheen uit het niets en blies koele lucht in hun verhitte gezichten.&lt;br /&gt;Dolf leunde over de rand van de toren en keek uit over het vlakke achterland van Granada. Zo moest de laatste Kalief hier ooit hebben gestaan, dacht hij. De gouden stad aan zijn voeten, de besneeuwde bergtoppen van de Sierra Nevada aan zijn linkerzijde, en de legers van koning Ferdinand van Castillië aan zijn poorten. De sprookjesachtige Mesquita van Cordoba, de moskee met zijn duizend zuilen, en het machtige Alcazar van Sevilla waren al in de handen van de christenhonden gevallen. De nederlaag was zeker. Alleen een eerloze aftocht kon de levens van zijn onderdanen sparen. De wetenschap dat hij nooit meer de zon zou zien ondergaan boven het geadopteerde vaderland, nooit meer voet zou zetten op de rode, uitgedroogde aarde die door zijn voorgangers vruchtbaar was gemaakt, knaagde aan zijn gemoed. Maar ooit, misschien pas over honderden jaren, ooit zouden de Moren terugkeren om hun geliefde paleis en stad weer in te nemen. 'Ojala, als Alah het wil'.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/1600/265117558_2c9b256053.jpg"&gt;&lt;img style="margin: 0px auto 10px; display: block; text-align: center; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/265117558_2c9b256053.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;"Ik moét die paleizen zien", zei Tanja plotseling, Dolf uit zijn nostalgische trance schuddend. Ik ben niet dit hele eind voor niets gekomen. Ik moét ze zien."&lt;br /&gt;Dolf dacht na. In zijn studentenjaren was hij controleur geweest bij de Keukenhof, een groot bloemenpark in zijn geboorteplaats. Geen controle zo streng, of er was wel een gaatje te vinden, wist hij uit ervaring. Zelf had hij zich ooit laten omkopen voor vier moorkoppen. Hij begreep dat dit plan hier echter niet zou slagen.&lt;br /&gt;"Laten we de achteruitgang proberen", opperde hij. Via het smalle gat, tegen de stroom in, daalden ze de wenteltrap weer af, om buiten naar de achteruitgang van de paleistuinen op zoek te gaan. Al gauw kwamen ze er achter dat de uitgang eveneens werd bewaakt, zij het minder streng. Een draaihek dat slechts één kant uit kon, belemmerde daarbij de doorgang.&lt;br /&gt;Dolf herinnerde hoe hij ooit, als jongetje van negen, bij de Keukenhof over een hek was geklommen om binnen te komen. Niet bij de ingang, niet bij de uitgang, maar ergens er tussenin.&lt;br /&gt;"We moeten het in het midden proberen", zei Dolf triomfantelijk, "daar controleren ze nooit." Achter een eettentje ontwaarden ze een groot, zwart hek, waar geen mensen bij in de buurt waren en dat niet werd gecontroleerd. Dit was de zwakke plek in de bewaking die ze zochten. Tanja weifelde echter, bang om gepakt te worden. Nadat Dolf in vijf tellen over het hek was geklauterd, liet ze alle twijfel varen. Ze hadden tenslotte een kaartje, en ze vertikte het om Granada te verlaten zonder het Alhambra te zien.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vijf seconden later stond ook Tanja met beide benen in de paleistuinen. Niemand was getuige geweest van hun bliksemactie. Hun harten bonsden sneller, van de inspanning, maar ook om het vooruitzicht van de paleizen. Wat Dolf betrof was de expeditie geslaagd. Ze hadden de opgeworpen obstakels omzeild, en het systeem verslagen. Hij trok in gedachte een lange neus naar de controleurs met hun junta-zonnebrillen.&lt;br /&gt;Tanja was echter nog niet tevreden. "Hoe komen we nu in het paleis?"&lt;br /&gt;Via een wirwar van fonteintjes, laantjes en plantsoenen kwamen ze bij de buitengebouwen van het paleis aan. Al gauw kwamen ze erachter dat ze tegen de stroom inliepen. Bij de uitgang van de paleisgebouwen zaten ook controleurs die indringers buiten moesten houden. Deze zagen er echter minder streng uit dan de controleurs bij de ingang.&lt;br /&gt;Opnieuw putte Dolf uit zijn ervaring als Keukenhofcontroleur. Hij besloot dat hij de mannen op hun menselijkheid aan moest spreken. Argeloos liepen ze op de ingang af, waarop één van de controleurs -zoals verwacht- hen tegenhield met de woorden: "No es una entrada." Dolf keek de man ernstig aan en zei: "Estamos buscando un niño", met zijn hand aanduidend dat het om een klein jongetje ging.&lt;br /&gt;"Vale", zei de man berustend en liet Dolf en Tanja -bezorgde ouders op zoek naar hun verloren kind- erdoor.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Even later openbaarde zich voor hun ogen de volle schoonheid van de islamitische bouwkunst. Met open mond liepen ze om de zoveelste fontein heen, tussen de schuifelende mensenmassa's door, tastend naar de volgende doorgang. Na diverse buitenverblijven te hebben doorlopen kwamen ze uiteindelijk, tegen de draad in, bij het binnenste van de paleizen, het heilige der heilige, de Plaza de Leyones. In het midden van het plein stond de bekende fontein met de acht leeuwen. Van gravures uit de vorige eeuw herinnerde Dolf zich dat de binnenplaats was overwoekerd met struiken en bomen. Nu lag er enkel keurig aangeharkt grind, als in een Japanse zentuin.&lt;br /&gt;In de galerijen om het plein waren prachtige druipgrotachtige gewelven gecreëerd vol harmonieuze mozaïeken. Het binnenste van de lijmstenen koepels toonde verfijnde structuren, als door bijen gemaakte honingraten. Dolf stelde zich voor hoe de Kalief met zijn gevolg op grote kussens gezeten de dag hier doorbracht, in de schaduw van de galerijen, luisterend naar de monotone klanken van Arabische snaarinstrumenten.&lt;br /&gt;Het contrast tussen die meditatieve atmosfeer van weleer, en de massa's toeristen die met handcams en fototoestellen zich een weg baanden onder de arcades door, kon niet groter zijn. En toch had de plek iets van haar sereniteit behouden. Het was alsof de westerse geest geen grip kon krijgen op deze oosterse schoonheid. De Arabische tekens, teksten uit de koran, langs de gevels, en de in elkaar overvloeiende geometrische figuren gaven het paleis de ongrijpbaarheid van een fata morgana in de woestijn. Een oase van rust waar tijd geen vat op leek te hebben.&lt;br /&gt;Dolf bedacht dat in de islamitische traditie de tuin symbool stond voor het paradijs dat nog komen moet, terwijl het in de christelijke traditie symbool staat voor het paradijs dat is geweest. Misschien dat daarom die christelijke ridders zo hard vochten om de islamitische lustoorden te veroveren; paradise regained.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na een uur ronddolen kwamen Dolf en Tanja, nu met de stroom mee, bij de uitgang terecht. In de anonimiteit van de massa viel het de controleurs niet op dat ze zonder &lt;span style="font-style: italic;"&gt;niño&lt;/span&gt; naar buiten kwamen. Als in een droom dwaalden ze door de nauwe steegjes van Granada, die op en af tegen de bergwand slingerden waar de stad tegenaan schurkte. In de buurt van het station doken ze gauw nog een groentezaakje binnen om wat proviand voor de terugweg in te slaan. Terwijl Tanja aan de verkoopster enkele sinnaasappels en wat olijven aanwees, bekeek Dolf de vreemde soorten fruit die er uitgestald lagen. In één kistje lagen 'manzanas de Granada'.&lt;br /&gt;"Hé", zei Dolf, "wist je dat granaatappels gewoon appels van Granada zijn?"&lt;br /&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-style: italic;"&gt;Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in de verhalenbundel 'Backpack' bij Uitgeverij 521.&lt;/span&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;a style="font-style: italic;" href="http://www.flickr.com/people/joaomaximo/"&gt;Foto: Joaomaximo&lt;/a&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-116110834033024794?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/116110834033024794/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=116110834033024794' title='2 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/116110834033024794'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/116110834033024794'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/10/appels-van-granada.html' title='Appels van Granada'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>2</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115403672075788283</id><published>2006-07-27T16:42:00.000-05:00</published><updated>2006-10-17T14:11:57.873-05:00</updated><title type='text'>Punta Marroqui</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Lange tijd hobbelde de bus voort door een ruig maar verder vlak landschap. De rode Spaanse aarde schoof in alle tinten voorbij; van roestbruin tot saffraan. Dolf staarde door het vuile busraam naar buiten, terwijl voor zijn geestesoog het voorval steeds opnieuw werd afgespeeld.&lt;br /&gt;Op het plein voor de kathedraal van Sevilla pakte een zigeunerin de hand van Tanja. Wacht, verder terugspoelen. Er ging nog iets aan vooraf. De vrouw, in haar corpulente verschijning met overhangende boezem en een felgekleurde sjaal om haar schouders het prototype van de Spaanse zigeunerin, hield een takje uitgestoken naar Tanja. Wat voor takje was het? Rosemarijn dacht Dolf. Tanja stak haar hand in een reflex uit om het aan te nemen. Onmiddellijk pakte de zigeunerin de uitgestoken hand en vouwde de palm open alsof het een pocketboek was.&lt;br /&gt;Meewarrig keek Dolf toe. Toeristen-gedoe. Onschuldig. Wel op je portemonnee passen. Hij voelde met zijn rechterhand waar zijn geld zat. In de rechterachterzak, het knoopje van de broekzak was dicht.&lt;br /&gt;De zigeunerin lachte breed uit, nog voor ze een blik op de hand had geworpen. Ze trok de aandacht van omstanders met wijdse gebaren. Tanja zat klem, kon haar hand niet meer terug trekken. De zigeunervrouw had haar in de tang. Als een worstelaar die triomfantelijk de houdgreep aantrekt en lakoniek naar het publiek zwaait, terwijl het slachtoffer machteloos op de mat spartelt.&lt;br /&gt;De blik van de vrouw richtte zich op de palm van de hand. Het lachende gezicht vertrok in een pijnlijke grimas. Alsof ze door een hartaanval werd getroffen. Verkrampt. De zigeunerin zag iets in de lijnen op de hand. Haar ogen puilden uit. Als grote, glanzende olijven. Het geroezemoes van de toegestroomde toeristen verstomde op slag toen de vrouw uitriep: "Ay Madre!" Ze duwde de hand van zich af alsof het een gloeiende aardappel was. "Ay!" Ze staarde Tanja vertwijfeld aan, sloeg een kruis, riep nog eens "Madre de Dios!" en maakte zich prevelend uit de voeten.&lt;br /&gt;De toeristen dreven mompelend uiteen. Tanja en Dolf stonden moederziel alleen op het grote plein. De koetsiers met hun rijtuigjes, die je normaal als vliegen van je af moest slaan, gingen in een grote boog om hen heen. Tanja had het takje rosemarijn nog steeds vastgeklemd in haar andere hand. "Was was dat?" vroeg ze geschrokken aan Dolf. Hij haalde zijn schouders op.&lt;br /&gt;"Vast een soort truc," bedacht hij ter plekke. "Die komt straks terug met tekst en uitleg, en een rekening van duizend pesetas. Let maar op." Maar de zigeunervrouw kwam niet meer terug. En het incident bleef door zijn hoofd spoken.&lt;br /&gt;Tanja was er niet meer mee bezig. Ze kende zigeuners alleen uit haar eigen land, het voormalige Tsjecho-Slowakije, waar ze voornamelijk bekend stonden als werkschuw. De mystiek van de Spaanse zigeuner, met zijn exotische muziek en esoterisch kunsten, waren in Oost-Europa volstrekt onbekend. Ze zag het dan ook als pure oplichterij, of een zieke 'practical joke'.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De bus richting Tarifa, het uiterste puntje van Spanje, kwam nu in een afwisselend berglandschap terecht. De chauffeur draaide, druk pratend met passagiers achter hem en zuigend aan een zware Ducados-sigaret, nonchalant aan het grote stuur, de bus langs de randen van de afgrond scherend. Dolf voelde zijn maag omdraaien, terwijl zijn hart in zijn keel schoot. Wat had die zigeunervrouw gezien? Een voortijdig einde, een vreselijke dood? Hoewel hij niet traditioneel gelovig was, gooide hij er voor de zekerheid een paar schietgebedjes tegen aan.&lt;br /&gt;'Laat mij alsjeblieft Afrika eenmaal zien. Meer vraag ik niet. Afrika zien en dan sterven, of nee, niet sterven. Leven wil ik, en Afrika zien'. Dat moest genoeg zijn om de dolle busrit te overleven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/1600/164302669_fa24da4754.jpg"&gt;&lt;img style="margin: 0px auto 10px; display: block; text-align: center; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/164302669_fa24da4754.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Plotseling was ze daar, de zee. De weg draaide nog steeds door bergland naar beneden, maar beetje bij beetje kwam de bus op zeeniveau. Het water wat zich hier voor hun oog uitstrekte was dat van de Atlantische Oceaan. Voorbij Tarifa veranderde het onmerkbaar in de Middellandse Zee. De kustlijn was bezaaid met windmolens. In plaats van de witte torenmolens met hun primitieve wieken stonden hier honderden moderne windmolens, die half Andalusië van stroom voorzagen. Geen Don Quichots hier op uitgemergelde paarden die de molenwieken te lijf gaan. Wel veel wind, eeuwige wind van de oceaan en van het Afrikaanse continent.&lt;br /&gt;Opeens zagen ze het opdoemen, uit de mist die over de Straat van Gibraltar hing, als een sluier tussen twee continenten.&lt;br /&gt;"Kijk," riep Dolf, "daar ligt Marokko!" Groen, opvallend groen, dacht hij. Geen woestijn of savanne.&lt;br /&gt;"Afrika", prevelde Tanja eerbiedig. Na meer dan twintig jaar opgesloten te zijn achter het IJzeren Gordijn had ze niet kunnen bevroeden dat ze dit exotische continent ooit met eigen ogen zou aanschouwen. De vader van een vriendin vertelde er vaak over. Hij was geoloog en reisde voor zijn werk regelmatig naar Zimbabwe, waar de communisten een vinger in de pap hadden. Zijn verhalen over leeuwen en olifanten, en uitgestrekte steppes, hadden een mytisch beeld op haar netvlies gebrand. En nu zag ze het met eigen ogen, zij het van afstand, en met tien kilometer zee tussenbeide.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De bus volgde ondertussen de kronkelende kustlijn. Dan weer kwam de overzijde dichterbij, dan weer leken ze er van weg te rijden. Spoedig zouden ze het dichtsbijzijnde punt, Tarifa, bereiken. Vandaar vertrok de boot naar Tanger, een naam die voor altijd was verweven met hippies, hasjiesh en Hemingway.&lt;br /&gt;Dolf en Tanja hadden nog niet besloten of ze de oversteek zouden maken. In de bus zaten twee Ieren met rugzakken en Tanger op hun voorhoofd geschreven. Tanja had tijdens een tussenstop gevraagd of ze wisten hoe vaak de boot naar Marokko vertrok. Volgens hun informatie -een verkreukeld Lonely Planet-gidsje- vertrok de boot maar één keer per dag. Zij zouden na een overnachting in Tarifa de volgende ochtend de boot naar Tanger nemen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wie afreist naar het land van zijn dromen, doet er goed aan zich voor te bereiden op een flink portie teleurstelling. Ons voorstellingsvermogen, dan wel onze fantasie, is meestal boeiender dan de werkelijkheid. Dolf herinnerde zich zijn eerste indruk van Venetië. Vanaf de camping aan de andere kant van het water, zag hij de stad liggen als een rimpelend visioen. De koepel van de kerk aan het San Marcoplein stak als een kroon boven de stad uit. Later slenterden ze uren door de nauwe steegjes, keken ze vanaf boogbruggetjes naar de gondeliers in hun drijvende doodskisten, en kregen ze ruzie toen ze de weg kwijt raakten. De stank van het water, de uitzinnige prijs van twaalf gulden voor een kopje koffie op het San Marcoplein, een rat die een straatje overstak, dat alles bezoedelde de eerste, serene indruk die hij van de stad had.&lt;br /&gt;Ook was Dolf beducht voor het in de voetsporen treden van geliefde schrijvers. Zo had hij ooit een reisroman gelezen van een Nederlander, die heel Spanje had doorkruist in de tijd van Franco. Van Santiago de Compostella tot Cordoba, en van Toledo tot Cadaques, om uiteindelijk in Sitges de liefde van zijn leven te ontmoeten. In navolging van de auteur was Dolf ook naar Sitges afgereisd, om er enkel een blauwtje te lopen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tarifa, de 'Punta Marroqui', bleek niet meer dan een klein, winderig wildwest-dorp te zijn. Het strand was in bezit genomen door hordes surffanaten. Dolf en Tanja keken teleurgesteld uit het busraam.&lt;br /&gt;"Katwijk aan Zee is nog opwindender in de zomer," merkte Dolf op. "Het is een gat van niks." Tanja knikte instemmend.&lt;br /&gt;"Laten we blijven zitten tot het eindpunt, dan kunnen we Gibraltar bezoeken."&lt;br /&gt;De eindbestemming van de bus was La Linea, vanwaar je te voet de grens met Gibraltar, de 'Punta Grande de Europa', kon oversteken. De befaamde rots was nog immer Brits grondgebied, een doorn in het oog van de Spanjaarden die zelf wel hun kolonies in Marokko, Ceuta en Melilla genaamd, trots handhaafden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De chauffeur draaide het busstation van Tarifa binnen. Alle passagiers bleken hier de bus te verlaten. Dolf en Tanja bleven als enigen zitten. De chauffeur, die er na vier uur bussen nog immer monter uitzag, zei dat hij vijftien minuten nodig had om te tanken. Dolf, die in het verleden nog wat Spaanse lessen aan de Leidse universiteit had gevolgd, knikte berustend. Haast was nog altijd een vreemd fenomeen in Spanje, alhoewel het allang niet meer het land van 'Mañana' was. In de steden werd hard gewerkt. De kantoren met airconditioning hadden een klimaatomslag tot gevolg, ook al hield men nog altijd de oude werktijden aan. Tussen een en vijf uur 's middags ging alles plat. Winkels sloten, zelfs musea gingen dicht. Het enige wat je rond die tijd kon doen was eten of slapen. Pas rond vijf uur kwam het openbare leven weer op gang, om tot een uur of negen door te gaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Precies één passagier was ingestapt bij het busstation van Tarifa; een oude Spanjaard met een hoedje, die achterin de bus plaats nam. Dolf en Tanja keken toe hoe de chauffeur de pompbediende aflostte. Blijkbaar had de man pauze en wilde de buschauffeur niet wachten tot hij terugkwam. De chauffeur nam de slang uit de pomp om te gaan tanken, maar op dat moment ging er iets mis. De brandstof spoot aan de bovenkant van de pomp naar buiten, alsof de chauffeur zojuist een nieuw olieveld had aangeboord. De straal reikte zo'n vijf meter de lucht in, en kletterde boven op de bus neer. De brandstof sloeg tegen de ruiten alsof ze door zware slagregens reden.&lt;br /&gt;Dolf en Tanja bekeken het tafereel vol ongeloof. Allebei dachten ze aan de zigeunerin, maar geen van beide sprak deze gedachte uit. De chauffeur trachtte ondertussen de stroom brandstof te stuiten, maar tevergeefs. Het enige effect was dat hij zelf doordrenkt raakte. Lichte paniek maakte zich intussen meester van Dolf en Tanja. Beelden van ontploffende voertuigen uit goedkope actiefilms schoten door hun hoofden. De deuren van de bus waren daarbij hermetisch afgesloten, zodat er geen uitvlucht mogelijk was. Het enige wat Dolf kon bedenken was: "Als er maar niemand een sigaret opsteekt." Op dat moment pikte zijn instinct de geur op. Het was nog een lichte geur, maar onmiskenbaar die van tabaksrook. Hij draaide zich om en zag tot zijn schrik dat de oude man een sigaret had opgestoken. Terwijl de brandbare vloeistof met bakken tegelijk tegen de ramen kletterde, zat de oude baas doodleuk een peukje te roken.&lt;br /&gt;Dolf stoof op de man af en riep in zijn beste Spaans:&lt;br /&gt;"Meneer, kunt u uw sigaret uitdoen. Het is gevaarlijk, benzine op de bus, daar." Hij wees naar de ruiten waar je nog nauwelijks door naar buiten kon kijken. De oude baas keek Dolf niet begrijpend aan.&lt;br /&gt;"Sigaret, uitmaken," probeerde Dolf. De oude man leek het te snappen en zei: "Maar ik zit toch in het rokersgedeelte?" Even twijfelde Dolf of hij de sigaret eigenhandig zou doven, maar vervolgens liep hij weer naar de voorkant van de bus.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De chauffeur was er inmiddels in geslaagd om de pomp af te sluiten, simpel door de slang terug te hangen. Dolf en Tanja waren er echter van overtuigd dat de bus ieder moment de lucht in kon gaan. Door het open raampje riep Dolf naar de chauffeur: "Meneer, kunt u alstublieft de deur opendoen." De man liep op de bus toe en drukte met zijn hand door het geopende raam op een knop. De busdeur draaide met een zucht open. Dolf en Tanja sprongen naar buiten en renden weg van het rampvoertuig.&lt;br /&gt;Precies op dat moment reed een andere bus richting La Linea voorbij. Tanja stopte de bus met een dwingend gebaar. En terwijl de doordrenkte buschauffeur hen nog nariep "Het is niet gevaarlijk, het stinkt alleen maar", sprongen ze de andere bus in en lieten de rampplek achter zich.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-style: italic;font-size:85%;" &gt;Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in de verhalenbundel '&lt;/span&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;Over onverharde wegen'&lt;/span&gt;&lt;span style="font-style: italic;font-size:85%;" &gt; bij Uitgeverij 521.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Foto: &lt;a href="http://www.flickr.com/photos/12935388@N00/"&gt;Rubatacchini&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115403672075788283?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115403672075788283/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115403672075788283' title='3 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115403672075788283'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115403672075788283'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/07/punta-marroqui.html' title='Punta Marroqui'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>3</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115267403299199889</id><published>2006-07-11T21:52:00.000-05:00</published><updated>2006-07-11T23:03:45.556-05:00</updated><title type='text'>La Tramontana</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Het boemeltje van Barcelona naar Sitges reed op een sukkelgangetje langs de helderblauwe zee. Het monotone gerammel over de bielzen bracht Dolf in een trance, een soort wakkere droomtoestand die elke gedachte deed vervliegen, tot er enkel het uitgestrekte azuur van de Middellandse Zee was. In die staat van ledigheid arriveerde hij op het station van Garrafe, een piepklein kustplaatsje op een steenworpafstand van Sitges.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het was een avond zonder een zuchtje wind, zoals die er langs de Costa Brava vaker waren. Als er al wind stond, was het meestal een fris briesje vanaf zee. Soms waaide er echter de &lt;span style="font-style: italic;"&gt;'Tramontana'&lt;/span&gt;, zoals de Catalanen hem noemde, een plotseling opstekende landwind die vanuit de Pyreneeën door de dorpjes langs de kust blies, en even plotseling als hij gekomen was weer verdween.&lt;br /&gt;Op een keer had Dolf gezien hoe een auto zich opeens, zonder bestuurder, in beweging zette, en van een heuvel af de zee in reed. Een oude Catalaanse vrouw, die het ook had zien gebeuren, greep met haar handen naar haar hoofd en riep: "La Tramontana, es la Tramontana!"&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij keek rond op het kleine station. De meeste loketten waren gesloten en het perron was uitgestorven. Maar dat betekende meestal niets. Pas enkele minuten voordat een trein arriveerde, was men bereid om het loket te openen, waarop de gehaaste reizigers zich voor het kleine raampje verdrongen om een kaartje te bemachtigen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij keek op zijn horloge. Zijn broer Mario, die samen met Bianca bij haar oud-tante logeerde, zou hem om acht uur af komen halen van het station. Stiptheid was niet de sterkste kant van de Spanjaarden, en zijn broer, die al ruim zeven jaar kind aan huis was op het Spaanse schiereiland, had zich inmiddels geheel aangepast aan de gewoontes van het land. Eenmaal had hij het gepresteerd om vier uur te laat te komen op een afspraak. Als excuus voerde hij aan dat zijn Spaanse 'schoonmoeder', Madre, hem voor het middageten had uitgenodigd, en weigeren zou onbeleefd zijn geweest.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Terwijl de wijzer van de grote stationsklok langzaam naar acht uur kroop, ontwaarde Dolf zijn broer en Bianca aan de andere kant van het spoor. In tegenstelling tot Dolf, die blond was en blauwe ogen had, kon Mario ook uiterlijk gemakkelijk voor een Spanjaard doorgaan met zijn zwarte, krullende haar en donkere huidtint, maar door zijn lengte haalde Dolf hem overal tussenuit. Hij zwaaide en pakte zijn reistas op om ze tegemoet te lopen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bianca Corazon was de oudste uit een gezin van drie dochters. Señor Corazon was pas op hoge leeftijd getrouwd -hij was de vijftig al gepasseerd toen hij in het huwelijksbootje stapte- maar had op zijn oude dag nog drie parels van dochters ter wereld gebracht. Toen Mario Bianca leerde kennen, was haar vader al vijf jaar dood. In een huis met vier vrouwen was hij vriend, schoonzoon en vaderfiguur tegelijk. De jongste van de drie dochters aanbad hem het eerste jaar in stilte. Nadat Bianca Mario's haar had geknipt, haalde ze stiekem één van de donkere lokken uit de prullenbak, en bewaarde het als een talisman onder haar kussen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Terwijl de middelste van de drie dochters werkte, en grotendeels de kost verdiende voor het gezin, studeerde Bianca op kosten van haar oud-tante medicijnen in Barcelona. Wanneer ze in de weekenden thuis kwam, probeerde ze haar 'schuld' -ze kostte alleen maar geld en bracht niets in het laatje- af te lossen door de ganse dag door het huis te rennen, van de keuken naar de slaapkamers, om haar moeder al het werk uit handen te nemen. Moeder Corazon werd hier steevast zo nerveus van, dat na enkele uren de hel losbrak, en er werd geschreeuwd, gehuild en geslagen met deuren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mario, die zelf slechts één zus en twee broers had, was totaal onvoorbereid op al dit vrouwelijk geweld. De weekenden in de huiselijke kring werden dan ook steeds meer een bezoeking, en wanneer hij kon verzon hij een excuus om in Barcelona te kunnen blijven. Bianca kon hij echter nooit overhalen om haar heilige plicht te verzaken. Doordeweeks beulde ze voor haar doktersstudie, en in het weekend voor haar zielenrust. Deze zomer hadden ze, op Mario's aandringen, de huiselijke kring echter weten te ontsnappen, om drie weken door te brengen in de villa van haar rijke tante.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Langzaam wandelden ze gedrieën over een slingerend bergpaadje naar het vakantiehuis. Bianca's oud-tante was een rijke weduwe -haar man zaliger was eigenaar van een stropdassenfabriek- die in hetzelfde dorp woonde als de familie Corazon, aan hetzelfde plein, het enige plein dat het dorp rijk was. Santa Paloma heette het stoffige plaatsje, waarvan er in Spanje dertien in een dozijn gaan; oude opaatjes zitten er op hun bankjes onder de bomen, vrouwen doen er in hun zondagse jurk boodschappen, en de mannen zitten op de terrasjes aan het bier. En toch, wanneer je aan één van hen zou vragen wat de mooiste plek in heel Spanje was, zouden ze -zonder ook maar een moment te aarzelen- antwoorden: "Santa Paloma!"&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de zomermaanden vertoefde de rijke weduwe in een grote witte villa aan de kust, samen met haar dienstmeisje dat uit Gallicië afkomstig was, het westelijke deel van Spanje waar een andere taal wordt gesproken en het klimaat een stuk onvriendelijker -Atlantischer- is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De sprinkhanen tsjirpten er flink op los in het droge gewas, terwijl op de achtergrond constant het geruis van de zee was te horen. Mario, Bianca en Dolf wisselden reiservaringen uit in het Spaans, een taal die ze alledrie machtig waren, maar die voor geen van allen de 'moedertaal' was. Hoewel een buitenstaander dit niet kon vermoeden, was voor Catalanen de Spaanse taal zo oneigen, dat Bianca regelmatig tegen Mario verzuchtte: "Waarom kan ik met jou nooit in mijn eigen taal spreken?" Bianca had haar eerste schooljaren nog onder Franco meegemaakt, een tijd waarin het Catalaans streng werd onderdrukt. Ten gevolge daarvan was het Spaans in Catalonië als een hoer die door iedereen werd gebruikt, maar door niemand geliefd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bij het tuinhek van de villa bleek het beeld dat Dolf zich had gevormd van het huis, aan de hand van de beschrijvingen van zijn broer, redelijk te kloppen met de werkelijkheid. Het huis leek opgebouwd uit louter suikerklontjes van een oogverblindend wit. Het deed Dolf denken aan de witte huisjes in Cadaqués, het mooiste dorpje van de hele Costa Brava, waar de schilder Salvador Dalí was geboren. Rond de villa stonden kaarsrechte cypressen, en de tuin was omzoomd met bloeiende oleanderstruiken. De zoete geur van de bloemen droeg ver in de onberoerde avondlucht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bianca's oud-tante zat in de halfdonkere woonkamer met de tv aan, zonder ernaar te kijken. De luiken voor de ramen waren gesloten tegen de hitte. De tv strooide haar flikkerende blauwe licht langs de egale muren, die volhingen met archaïsche schilderijen, voornamelijk landelijke vergezichten en bergpanorama's. Op één schilderij stond een oudere man afgebeeld, met één hand aan zijn vestzak, en een sigaar in de andere hand. Dolf vermoedde dat het de overleden echtgenoot van de oud-tante was, die hem met trotse blik aankeek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De oude vrouw, ze moest minstens tachtig zijn, kwam fief uit haar stoel overeind en begroette Dolf met de koelte van een vorstin. Toch voelde Dolf zich niet ongemakkelijk bij deze begroeting. Het was een soort adellijkheid die van binnenuit kwam, natuurlijk was, niet opgelegd. De vrouw des huizes gebaarde iedereen om plaats te nemen in de fluwelen fauteuils, en trok aan een koord dat in de keuken een bel in werking stelde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Terwijl ze zich onderhielden met ditjes en datjes -de oude vrouw wilde weten hoe het weer was in Nederland en of het waar was dat alles er groen is en elke bloem er in het voorjaar bloeit- kwam het dienstmeisje de kamer binnen met een blad vol koffiekopjes en een fles mineraalwater. Er verschenen schaaltjes met bonbons en '&lt;span style="font-style: italic;"&gt;turrons'&lt;/span&gt; -een lokale lekkernij, waarvan iedere plaats zijn eigen variëteit had- waarna het meisje weer naar de keuken verdween.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De oude vrouw stond plotseling op en verdween eveneens, om even later terug te komen, het verbaasde meisje met zachte hand voor zich uit duwend. De frêle vrouw schoof een stoel bij en gebaarde het meisje naast Dolf te gaan zitten. Onwennig nam ze plaats in de fauteuil, waarna het gesprek een vervolg nam.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dolf nam haar zijdelings op, af en toe een blik op haar werpend, om vervolgens zijn ogen snel op iets anders te richten. Ze was jong, jonger dan hij was in ieder geval. Haar gezicht was ronder en minder scherp dan dat van Catalaanse vrouwen, en had de lichte blos van iemand die haar hele leven in de bergen of aan de zee heeft gewoond. Meest opvallend waren echter haar ogen, die helderblauw waren en fel afstaken bij haar ravenzwarte haar dat in een kort staartje was samengebonden. Opnieuw overviel hem dat gevoel van ledigheid, tegen het zweverige aan, maar nu met een lichte tinteling eraan toegevoegd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Waarom gaan jullie niet naar het strand," zei de oude vrouw na een half uur. "Het is een mooie avond en de zeelucht is goed voor jonge harten." Op de tegenwerpingen van Bianca en het meisje, zei de vrouw: "Ik red mij hier wel." Na nog enige tegenwerpingen, voornamelijk uit beleefdheid, stonden de jongeren op en wensten de oude dame 'welterusten'. Terwijl het dienstmeisje nog snel het blad met kopjes naar de keuken bracht, haalden Mario en Dolf hun colberts tevoorschijn. Bianca trok een vest aan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Door de tuin liepen ze naar het smalle bergpad, bijgeschenen door het licht van de volle maan, wat de cypressen een vlammende schaduw ontlokte. De geur van de oleanders was nog altijd onmiskenbaar, maar moest plaatsmaken voor de zilte zeelucht naarmate ze dichter bij de kust kwamen. Mario en Bianca besloten naar een terras te gaan dat over zee uitkeek. Dolf volgde, geflankeerd door het zwijgzame meisje, in hun spoor.&lt;br /&gt;"Hoe heet je?" vroeg hij haar in zijn beste Spaans, en nog voor ze kon antwoordden zei hij: "Ik heet Dolf."&lt;br /&gt;"Doff?" herhaalde ze de vreemde, korte naam.&lt;br /&gt;"Dolf," zei hij weer. "En jij?"&lt;br /&gt;"Amalia."&lt;br /&gt;"Azalia?"&lt;br /&gt;Ze schudde haar hoofd.&lt;br /&gt;"Amalia."&lt;br /&gt;Hij knikte.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op het terras, dat bovenop de rotsachtige kust lag, was het aanmerkelijk frisser. In de haast was Amalia vergeten iets warms aan te trekken. Dolf leende haar zijn colbert en zei, bijna verontschuldigend: "Ik heb het niet koud." Ze accepteerde het zwarte jasje dankbaar en hing het los over haar schouders. Langzaam dronken ze van hun drankjes, keken uit over de zee waarop hier en daar nog een vissersboot ronddobberde, en spraken over onbelangrijke zaken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mario en Bianca zouden de volgende ochtend om negen uur met haar oud-tante naar Barcelona afreizen. Bianca opperde dat Dolf een dag langer kon blijven, om samen met Amalia Sitges te bezoeken. Dolf knikte instemmend, terwijl zijn hart oversloeg, en zei, zo koel mogelijk: "Oké. Waarom niet?" Amalia glimlachte, stilzwijgend en mysterieus, als de Zwarte Madonna van Montserrat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://www.flickr.com/photos/izarbeltza/21138357/"&gt;&lt;img style="margin: 0pt 10px 10px 0pt; float: left; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/21138357_0498e3c5f9.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;In een lichte roes wandelden ze terug naar de villa, waar iedereen zijn slaapplaats opzocht. Dolf sliep samen met zijn broer in de logeerkamer. Er stonden twee grote, ouderwetse ledikanten met ijzeren spijlen achter het hoofd en aan het voeteneinde. Hij zonk diep weg in het donzen beddengoed en was binnen enkele tellen vertrokken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het zonlicht scheen al door de luiken toen Dolf zijn ogen open deed. Hij keek in de richting van de deur, waar hij zojuist zijn naam had gehoord. Amalia keek door de deuropening naar binnen. Ze glimlachte.&lt;br /&gt;"Wakker worden!"&lt;br /&gt;Dolf keek de kamer rond. Zijn broer was vertrokken, evenals als diens spullen.&lt;br /&gt;"Hoe laat is het?"&lt;br /&gt;"Tien uur."&lt;br /&gt;Ze waren helemaal alleen in de grote, witte villa.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Amalia had al koffie en croissantjes klaargezet op een tafel op het terras. In de vroege zonnestralen ontbeet hij, terwijl zij in de weer was met beddengoed en tafellakens. Dolf realiseerde zich, terwijl hij zijn tanden in een &lt;span style="font-style: italic;"&gt;'croissant con chocolate' &lt;/span&gt;zette, dat ze eigenlijk niets van elkaar waren. Ze waren -nog- geen vrienden, geen familie, zelfs geen vage kennissen van elkaar. En toch voelde hij zich op zijn gemak, alsof ze elkaar al van kindsafaan kenden, alsof ze een nichtje of een buurmeisje van hem was.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de trein van Garrafe naar Sitges sprak ze honderduit, over haar huis en haar familie, haar geboorteplaats en de Gallische bergen, over de taal en de andere gewoontes. Ze woonde om economische redenen in Catalonië, maar haar hart lag aan de andere kant van het Iberische schiereiland. Over een paar weken ging ze voor enige tijd naar haar geboorteplaats, om met vrienden door de bergen te trekken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het station van Sitges lag direct aan de brede boulevard. De romaanse kerktoren domineerde het stadsbeeld, maar behalve het strand en de haven was er niet veel te zien. Ze wandelden onder de palmbomen door, bekeken de zonaanbidders op het strand, en trokken zich vervolgens terug in de nauwe steegjes, waar de schaduw wat genade toonde tegen de onverbiddelijke zon.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op een terrasje bestelden ze bier met &lt;span style="font-style: italic;"&gt;limon&lt;/span&gt;, en &lt;span style="font-style: italic;"&gt;bocadillos &lt;/span&gt;met kaas en tomaat. Dolf bedacht hoe vaak hij in zijn eentje door Spanje had gezworven, van Barcelona naar Madrid, naar Toledo en Aranjuez, en in noordelijke richting tot de Picos d'Europa. Hij was gewend zichzelf gezelschap te houden. De spaarzame contacten die hij maakte, waren meestal buitenissig. In Aranjuez raakte hij in gesprek met twee Amerikaanse vrouwen, die hem wilden bekeren tot het mormonisme. In een bergdorpje in de Pyreneeën sprak hij een hele avond met een dronken Spanjaard, die ooit van vijf hoog uit een hotelraam was gevallen, en hem probeerde te koppelen aan zijn zuster met kind. Toen Dolf enigszins tegensputterde, riep de man beledigd uit: "No es una puta!"&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De schaduwen werden al langer op de pleintjes. Langs de boulevard liepen ze terug naar het station. De meeste badgasten waren verdwenen en hadden plaatsgemaakt voor scharrelende paartjes. De confrontatie met een verliefd stelletje maakte Dolf wat ongemakkelijk, alsof hij zich opeens bewust werd van een onuitgesproken gevoel of verlangen, dat zich al die tijd had schuilgehouden in de schaduw van hun conversatie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de trein van Sitges naar Barcelona keken ze allebei stil uit het raam. Amalia zou in Garrafe uitstappen, terwijl hij verder reisde naar Barcelona, zijn broer achterna. De zon werd aan de horizon langzaam gesmoord in de kalme zee. Het roze schemerlicht legde een zachte gloed over de dorpjes langs de kust die aan de trein voorbij schoven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Veel te snel arriveerde het boemeltje in Garrafe. Amalia boog zich voorover en zoende hem op zijn wang, voordat hij een woord kon uitbrengen. Terwijl ze door het gangpad de coupé uitliep, riep hij: "Stuur me een kaartje uit Gallicië!" Ze keek even om, lachte haar witte tanden bloot, en stapte uit de wagon. Knarsend zette de trein zich weer in beweging. Hij zwaaide uit het opengeklapte bovenraampje tot ze uit het zicht was verdwenen. De laatste stralen van de zon waren inmiddels gedoofd, en een andere maan schoof tussen hem en zijn herinnering aan het meisje, dat zojuist nog tegenover hem zat en nu al een eeuwigheid van hem verwijderd leek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Dolf, wakker worden!"&lt;br /&gt;Hij opende zijn ogen en keek lodderig op de wekker, die tien uur aangaf.&lt;br /&gt;"Er is post," vulde zijn moeder aan, om hem een motivatie te geven om op te staan.&lt;br /&gt;Hij gooide het laken opzij en sprong uit bed, trok zijn ochtendjas aan en stommelde de trap af naar beneden, waar een ansichtkaart op hem lag te wachten. Bergen, zee, groeten uit Gallicië. Hij draaide de kaart om en wreef zich in de ogen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-style: italic;"&gt;"Lieve Dolf, hierbij de beloofde kaart met een afbeelding van mijn geliefde Gallische land. Ik maak met vrienden een tocht door de bergen en vermaak me heel erg goed. Ik hoop dat we elkaar nog ontmoeten in Spanje deze zomer. Liefs, Amalia."&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zijn hart begon sneller te kloppen. Ze wilde hem weer zien, deze zomer nog. Hij had nog twee weken vakantie voor de colleges begonnen, en genoeg geld verdiend in de bollen om de reis te bekostigen. Een bustocht van twintig uur was alles wat hen nog scheidde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nooit was hij nerveuzer geweest voor een vakantie naar de Spaanse zon. Zijn tweede binnen één maand. Wat zou de familie daar ervan denken? Hij probeerde een geldige reden te verzinnen voor zijn komst. Hard gewerkt, geld verdiend, vrije dagen. Nog nooit had de reis, die normaal al oneindig leek, zo lang geduurd. Amsterdam, Brussel, Dijon, Lyon. Vanuit Lloret de Mar reisde hij per trein en bus verder naar Santa Paloma, waar de oud-tante zich weer had geïnstalleerd, samen met Amalia, en waar ook de familie Corazon, zijn logeeradres, en zijn broer zich bevonden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het dorpje lag er even vredig bij als altijd, ingesloten door de omliggende bergen, het dorpsplein met het witte kerkje er middenin. Het was alsof hij thuis kwam. Alles voelde vertrouwd aan; de mensen in de straten, de bomen die zich al opmaakten voor de naderende herfst, de oude mannetjes op het plein.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij belde aan bij het huis van de familie Corazon. Bianca deed open en begroette hem hartelijk. Zijn broer zou pas 's avonds uit Barcelona arriveren. Ze gingen in de geblindeerde woonkamer zitten, die als altijd naar magnolia's rook. Bianca's moeder kocht ze elke zaterdag vers op de markt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze spraken over koetjes en kalfjes en wisselden de laatste nieuwtjes uit. Opeens zei Bianca, tussen neus en lippen door: "Amalia is terug uit Gallicië, ik geloof dat ze verkering heeft."&lt;br /&gt;Dolf verslikte zich en keek haar verbijsterd aan. De grond leek onder zijn voeten weg te glijden. Hij probeerde tijd te winnen door te doen alsof hij het woord niet begreep: "Verkering?" Ze knikte en ratelde door over iets anders, maar Dolf hoorde het niet meer. Hij was verdoofd, alsof iemand hem heel hard op zijn hoofd had geslagen.&lt;br /&gt;'Ik geloof dat ze verkering heeft.' De woorden kaatsten door zijn lege hoofd. "Ik moet niets laten merken," was zijn enige gedachte, "niets."&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'s Avonds ontmoette hij Amalia op het plein, onder de bomen. Het blauw in haar ogen lichtte zelfs in het schemerlicht nog op. Ze glimlachte en streelde met haar vingers over zijn arm.&lt;br /&gt;"Hoe was je reis?"&lt;br /&gt;"Hmm, goed."&lt;br /&gt;Zijn hart was gesloten.&lt;br /&gt;"En jouw vakantie?"&lt;br /&gt;"Hmmm."&lt;br /&gt;Haar gezicht betrok, alsof er een wolk voor de zon schoof. Ze voelde de kilte tussen hen en huiverde licht. Hij wendde zijn gezicht af. Er restte niets om over te praten. Zelfs de sprinkhanen hadden er het zwijgen toegedaan. De bergen lagen stil verzonken in de duisternis, zonder het schijnsel van de maan om hen bij te lichten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zonder iets te zeggen liepen ze over het plein naar de kerk, die somber boven de slapende huizen uittorende. Terwijl ze daar stonden, zoekend naar woorden die er niet waren, begonnen de kerkklokken plotseling te luiden. Verbaasd keken ze omhoog naar de toren, om te zien waarom de klokken zo laat in de avond nog luidden. Een oude vrouw in zwarte kledij liep gehaast voorbij, sloeg een kruis en riep: "Es la Tramontana!"&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-style: italic;font-size:85%;" &gt;Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in de verhalenbundel '&lt;/span&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;De wereld rond'&lt;/span&gt;&lt;span style="font-style: italic;font-size:85%;" &gt; bij Uitgeverij 521.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Foto: &lt;a href="http://www.flickr.com/photos/izarbeltza/"&gt;Izarbeltza&lt;/a&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115267403299199889?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115267403299199889/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115267403299199889' title='1 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115267403299199889'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115267403299199889'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/07/la-tramontana.html' title='La Tramontana'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>1</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115255641887890147</id><published>2006-07-10T13:21:00.000-05:00</published><updated>2006-07-11T22:16:18.420-05:00</updated><title type='text'>Op de Heume</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Vaak vraag je je af of het nou nodig is om al die oude gebouwen af te breken om er nieuwbouwwoningen of appartementen voor in de plaats te zetten. Maar de eerlijkheid gebiedt mij te bekennen dat op de plaats van mijn geboortehuis vroeger een boerderij heeft gestaan. Ook die heeft dus plaats moeten maken voor de oprukkende civilisatie, zoals dat zelfde geboortehuis ooit plaats zal moeten maken voor appartementen. Grond is een schaars goed in ons land.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Aan de gevel van mijn geboortehuis hing een naambord, zoals wel meer huizen dat hebben. &lt;span style="font-style: italic;"&gt;Huize Weltevree&lt;/span&gt;, &lt;span style="font-style: italic;"&gt;Nooit Gedacht&lt;/span&gt;, &lt;span style="font-style: italic;"&gt;Ons Geluk&lt;/span&gt; en hoe ze allemaal mogen heten. Alleen had ons huis een heel vreemde naam: &lt;span style="font-style: italic;"&gt;'Op de Heume'&lt;/span&gt;.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met de jaren raakte het bord overwoekerd door een vuurdoorn met oranje besjes. De spreeuwen voelden zich er goed thuis en maakten er elk voorjaar hun nest in. Vanuit het raampje in de badkamer kon je de gespikkelde eitjes zien liggen. Het naambordje werd echter geheel aan het oog onttrokken, en kwam pas weer tevoorschijn toen de vuurdoorn, die inmiddels tot de dakgoot reikte, jaren later naar beneden werd gehaald.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De laklaag op het naambord was door weer en wind behoorlijk aangetast. Het &lt;span style="font-style: italic;"&gt;'Op de Heume'&lt;/span&gt; was nog nauwelijks leesbaar, maar toch duidelijk genoeg om onze nieuwsgierigheid te wekken. Wat was dat toch, dat 'De Heume'?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn ouders hadden het bord gekregen op hun trouwdag. De naam was afgeleid van het gebied waarop de huizen eind jaren vijftig waren gebouwd, en dat De Heume werd genoemd, naar een boerenfamilie die daar destijds woonde. Wanneer je daar naar toe ging, dan was je 'op de Heume'. En daar stond dus ook een boerderij. Laat nou die boerderij precies hebben gestaan op de plek waar later mijn geboortehuis werd gebouwd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen mijn vader op een dag besloot het gras uit de achtertuin te vervangen voor een terras van grindtegels met trendy bielzen als dorpel, moest er een halve meter grond worden afgegraven. Tijdens het spitten stuitten we plotseling op iets hards. Wat kon dat zijn? Een oude soldatenhelm, het skelet van een paard, een houten schatkist? Onze fantasie sloeg op hol.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na enige tijd flink graven werd een oranje plavuizenvloertje blootgelegd. Hier werd een grote archeologische vondst gedaan! Het bleek de keukenvloer van de oude boerderij te zijn, die nog geheel intact was. Waarschijnlijk heeft men de funderingen van de boerderij gewoon laten liggen, en er later grond over uitgestort.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Enkele plavuizen hebben we gebruikt om een soort barbecuetafel te maken. Daarna hebben we weer een halve meter grond over de oude keukenvloer gegooid. Voor toekomstige archeologen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-style: italic;font-size:85%;" &gt;Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in weekblad De Lisser&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115255641887890147?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115255641887890147/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115255641887890147' title='0 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115255641887890147'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115255641887890147'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/07/op-de-heume.html' title='Op de Heume'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115245313789074658</id><published>2006-07-09T08:47:00.000-05:00</published><updated>2006-07-10T13:17:30.703-05:00</updated><title type='text'>Tand des tijds</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Vroeger is een tijd waarin een huis een huis was, een straat een straat, een sloot een sloot. Niets veranderde. De werkelijkheid bleef generatie na generatie hetzelfde, met hier en daar een accentverschil, maar geen wezenlijke verandering.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tegenwoordig, in onze jachtige tijden, over de drempel van de 21ste eeuw, is niets nog zeker. De werkelijkheid wordt ontworpen op de tekentafels van planologen en architecten. De realiteit is maakbaar, heet het dan. Monumenten? Dat zijn eilandjes van onvergankelijkheid in een steeds veranderende zee.&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div style="text-align: justify;"&gt;&lt;br /&gt;Zo liep ik onlangs na lange tijd nietsvermoedend door de straat waar mijn geboortehuis staat. Tot mijn schrik zag ik dat de groentewinkel op de hoek, die daar zo lang als ik leefde had gestaan, was verdwenen. Waar ooit het witte pandje met de blauwe luifels stond, gaapte nu een levensgroot gat. Alsof een gezonde kies uit een gaaf gebit was getrokken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://www.flickr.com/photos/rusc/179402344/"&gt;&lt;img style="margin: 0pt 10px 10px 0pt; float: left; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/179402344_6943a02c7e.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;Ook de huizen rondom waren afgebroken. Om plaats te maken voor appartementen, hoorde ik later. Het ooit zo vredige hoekje, waar kinderen op straat knikkerden en oude mannetjes langs de gevel schuifelden, zag eruit alsof er zojuist een vuurwerkfabriek was ontploft.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Terwijl ik er met mijn mond vol tanden naar keek, bekroop me het gevoel alsof een deel van mijn geheugen was geamputeerd. En zoals men in geamputeerde ledematen nog regelmatig jeuk voelt of pijn, zo spookte het beeld van de groentezaak door mijn hoofd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bijna dagelijks stuurde mijn moeder mij voor een boodschap naar de winkel op de hoek, voor een pak vla, een brood of wat fruit. Je kon er van alles kopen. Ook kon je er vaak na sluitingstijd nog even binnenlopen door het magazijn, voor een blik bonen of erwtensoep. Opschrijven was nooit een probleem. Als je geld te kort had zei de groenteman altijd: "Dat komt de volgende keer wel."&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hele bollenschuren heb ik tegen de vlakte zien gaan. De grijpers die mijn oude school afbraken heb ik met droge ogen te werk zien gaan. Waarom greep dit stukje verdwenen verleden mij dan zo aan?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Knaagde soms onderhuids de angst dat dit monster, dat vooruitgang heet, zich verder een weg zou banen door de rest van de straat, om uiteindelijk mijn geboortehuis op te slokken, tot elke tastbare herinnering eraan tot stof zal zijn vergaan?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het geheugen heeft, in de strijd tegen de oprukkende amnesie, voortdurend bevestiging nodig vanuit de realiteit. Beseffen al die architecten en planologen dat wel?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;span style="font-style: italic;"&gt;Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in weekblad De Lisser&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;a style="font-style: italic;" href="http://www.flickr.com/photos/rusc/"&gt;&lt;br /&gt;Foto: Rutger Schulte&lt;/a&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;span class="down" style="display: block;" id="formatbar_CreateLink" title="Link" onmouseover="ButtonHoverOn(this);" onmouseout="ButtonHoverOff(this);" onmouseup="" onmousedown="CheckFormatting(event);FormatbarButton('richeditorframe', this, 8);ButtonMouseDown(this);"&gt;&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115245313789074658?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115245313789074658/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115245313789074658' title='1 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115245313789074658'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115245313789074658'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/07/tand-des-tijds.html' title='Tand des tijds'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>1</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115238673284054856</id><published>2006-07-08T14:18:00.000-05:00</published><updated>2006-07-09T08:17:06.740-05:00</updated><title type='text'>Een dagje strand</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Een wolkenloze hemel strekte zich uit zover het oog kon zien. De zomer van 1976 was één van de heetste van de eeuw. Het was zo heet dat het gras niet mocht worden besproeid, en de auto's niet in het sop mochten op zaterdag. Dus kleurden alle gazonnetjes bruin, en werden kinderen beroofd van hun wekelijkse bijverdienste: auto wassen, vijf gulden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het dorp was uitgestorven, de straten verlaten. Alle andere kinderen uit de buurt waren op vakantie. Dus behalve je te pletter vervelen, zat er niets anders op dan naar het strand te gaan. Maar hoe er te komen?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het plan was als volgt. Vader offerde zich op en ging met de bus naar zijn werk, zodat moeders met de kinderen in de auto naar het strand kon. Bij het instappen brandde het skai aan onze blote dijen. Moeders zat zwetend achter het stuur.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tot de rand van het dorp ging alles goed. We zwaaiden optimistisch uit de opengedraaide raampjes naar buurjongens en neefjes die per fiets de lange weg aflegden naar het strand. Ter hoogte van de strandafslag stokte de reis.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bumper aan bumper stond het blik, tot aan de parkeerplaats naar het beloofde land. In de verzengende hitte tuften de auto's stapvoets voort. De hete lucht boven het asfalt trilde en vormde fata morgana's van verkoelende plassen water. Het strand en de zee waren echter nog ver weg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na ruim een half uur arriveerden we eindelijk bij de parkeerplaats van de strandafslag. Maar ook hier schitterde zover het oog reikte het blik in de zon. Na een paar keer te hebben rondgereden, zat er niets anders op dan terug naar huis te rijden. Wij dreinend op de achterbank, moeders gutsend van het zweet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De oplossing werd gevonden toen een buurman bereid bleek ons naar het strand te rijden en bij de parkeerplaats af te zetten. Een half uur later zaten we alsnog op het strand, tussen de andere gezinnen met dreinende kinderen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://www.flickr.com/photos/dungelmann/142646902/"&gt;&lt;img style="margin: 0pt 10px 10px 0pt; float: left; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/142646902_47c87132da.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;De eerste test voor een geslaagde dag was vervolgens het opzetten van het windscherm. Dat waren niet de gebruiksvriendelijke, lichtgewicht spullen van tegenwoordig. Nee, dit was een loodzwaar windscherm, met ijzeren stokken en stormharingen, bedoeld om een levenlang mee te gaan. Het eerste half uur waren we dus in de weer met tentstokken, scheerlijnen - waar we later op de dag herhaaldelijk over zouden struikelen - en haringen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als het gevaarte eenmaal stond, kon het feest beginnen. Een sprintje naar de vloedlijn en in één keer koppie onder in de branding. Meestal was er wel één bij die op een schelp trapte of een kwal in zijn nek kreeg, en kon de weg naar de EHBO-post worden afgelegd voor wat jodium en gaas.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar toch kwamen we wonderwel de lange dag door, en voor je het wist was het tijd om een zandkasteel tegen de vloed te bouwen. IJsstokjes, bekertjes en ander afval werd hierbij gebruikt, en dan was het wachten op het water.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Terwijl moeders de spullen al inpakte, stonden wij nog in het schemerlicht van de ondergaande zon op het laatste stukje zandkasteel, om uiteindelijk de ongelijke strijd tegen de zee op te geven. Zo eindigde een traditioneel dagje strand.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-style: italic;font-size:85%;" &gt;Dit verhaal is eerder in weekblad De Lisser gepubliceerd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a href="http://www.flickr.com/photos/dungelmann/"&gt;Foto: H. Dorreman&lt;/a&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115238673284054856?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115238673284054856/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115238673284054856' title='0 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115238673284054856'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115238673284054856'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/07/een-dagje-strand.html' title='Een dagje strand'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115223417069079796</id><published>2006-07-06T19:54:00.000-05:00</published><updated>2006-07-06T20:35:40.376-05:00</updated><title type='text'>De bloemenslinger</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Het was een zaterdag. Zo'n ouderwetse zaterdag, waarop vaders de auto in het sop zetten, en wij op rubberen laarzen doelloos wat op een veldje struinden of met een stok in een sloot zaten te purren. Het was voorjaar, en alle bollenvelden stonden in bloei.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met mijn vader en mijn neef bezochten we een oom in Voorhout die in de bloemen zat. Letterlijk, want hij had langs de spoorlijn Haarlem-Leiden een heel veld vol narcissen die moesten worden gekopt. In het vooruitzicht dat wij een mand met narcissen mee mochten nemen, hielpen we graag een handje. Met de mand vol gele koppen als trofee vertrokken we 's middags naar huis.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://www.flickr.com/photos/lokhin/9011957/"&gt;&lt;img style="margin: 0px auto 10px; display: block; text-align: center; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/9011957_6733b22b9f.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Onmiddelijk werd naald en draad tevoorschijn gehaald, en enthousiast gingen mijn neef en ik aan de slag. Dat viel nog niet mee, om de naald met draad door de taaie stengels te rijgen. Na enige tijd zagen onze vingers groen van de bloemsappen, maar langzaam maar zeker ontstond onder onze handen een heuse bloemenslinger. Na een stief uurtje rijgen was het pronkstuk klaar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met de organische boa om onze nek, begaven wij ons naar de straat, om de eerste de beste automobilist de slinger te verkopen. Vooral Duitsers waren erg happig op de gele guirlandes. Overal in de streek zag je ze rijden met de bloemslinger op de motorkap. Dat de sappen van de narcissen een aanslag pleegden op de laklaag van de auto, vertelde niemand erbij.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De eerste tien auto's waren nog wel leuk. Steeds wanneer er een auto passeerde, hielden wij de slinger in de lucht om de bestuurder tot stoppen te dwingen. Na twintig auto's was de lol er wel een beetje af. Teleurgesteld dropen wij af, om weer tot de orde van de dag over te gaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De volgende dag zouden we familie in Hillegom bezoeken die aan een drukke, doorgaande weg woonde. Een buitenkansje! Met de slinger op schoot vertrokken we naar het aangrenzende dorp, waar we ons handwerk wel even zouden verpatsen. Maar ook langs de drukke weg in Hillegom liep het niet storm.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na een half uur stopte er een auto met Duitse nummerplaat. Onze harten begonnen sneller te kloppen. Het autoraampje werd opengedraaid en de bestuurder richtte het woord tot ons: &lt;span style="font-style: italic;"&gt;"Wo ist der Kooikenhoov?"&lt;/span&gt; Onze teleurstelling onderdrukkend antwoordden wij in ons beste Duits: &lt;span style="font-style: italic;"&gt;"Immer gerade aus."&lt;/span&gt; En met een &lt;span style="font-style: italic;"&gt;"Danke"&lt;/span&gt; vervolgde de Duitser zijn weg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Uiteindelijk besloten we de slinger op te hangen langs de weg, met een bordje erbij: 'Te koop, één gulden'. Daar heeft hij nog ruim een week gehangen, tot hij vanzelf uit elkaar viel.&lt;br /&gt;&lt;span style="font-style: italic;font-size:85%;" &gt;&lt;br /&gt;Dit verhaal is eerder gepubliceerd in weekblad De Lisser.&lt;br /&gt;&lt;a href="http://www.flickr.com/photos/lokhin"&gt;&lt;br /&gt;Foto: Lokhin Tsui&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115223417069079796?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115223417069079796/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115223417069079796' title='0 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115223417069079796'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115223417069079796'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/07/de-bloemenslinger.html' title='De bloemenslinger'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115207087519424600</id><published>2006-07-04T22:24:00.000-05:00</published><updated>2006-11-11T13:51:59.670-05:00</updated><title type='text'>Dag dieren!</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Misschien komt het doordat ik op Dierendag ben verwekt, maar als kind trok ik mij het lot van alle kleine wezens aan. Jonge vogeltjes die hun moeder kwijt waren, konden op mijn barmhartigheid rekenen. Als een ware volger van Franciscus van Assisi ontfermde ik mij over de fladderende beestjes, om ze thuis met een bakje water in een kartonnen doos te doen. De meesten haalden de volgende morgen niet, maar dat ontmoedigde mij geenszins.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ook huisdieren hadden mijn volste aandacht. Bij de plaatselijke dierenwinkel werd menig vis, vogeltje of hamster liefdevol in een plastic zakje of kartonnen doosje gestopt. Eenmaal thuis sprongen de goudvissen uit de vissenkom en wanneer het een beetje tochtte in huis, kon je er donder op zeggen dat de volgende morgen het vogeltje op zijn rug in het zand lag. In de kooi van de hamster plaatste ik een Wildwest Saloon met echte klapdeurtjes, om hem later dood in de deuropening aan te treffen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op een dag werd in onze straat een huisdierverkiezing gehouden ter gelegenheid van Dierendag. Alle kinderen uit de buurt mochten hun huisdier komen showen in een garage aan het einde van de straat. Zelf kwam ik met een vissenkom vol black molly's op de proppen. Die beestjes waren erger dan konijnen. Van ons buurmeisje had ik een guppie gekregen met achteraf een verdacht dikke buik. Een paar weken later zaten we met een fiks overbevolkingsprobleem in de kom.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn buurjongen won de eerste prijs in de verkiezing van het leukste huisdier. Hij had een  hamster, Babbel geheten, die in een uitgeholde kokosnoot woonde. Steeds stak het beestje zijn guitige hoofdje door het gaatje in de kokosnoot en werd zo het lachsucces van de middag. Voor mijn kom vol black molly's was beduidend minder interesse. Nadat ons gezin later na drie weken van vakantie terugkwam, was het bevolkingsvraagstuk overigens grotendeels uit de wereld.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat ik ook op latere leeftijd begaan bleef met het lot van de ons omringende fauna, bleek toen ik onlangs door het Groene Hart fietste. Kaarsrechte fietspaden door eindeloze weilanden, doorsneden door een matrix van smalle modderslootjes. Kwakende kikkers in het water, kieviten en wulpen aan het zwerk, en lammetjes in de wei. Soms kan Nederland best mooi zijn. Opeens ontwaarde ik tijdens het fietsen iets vreemds in het weiland. Tussen alle grazende schapen -sommige lopend, anderen liggend- zag ik vier poten de lucht in steken. Ik keek nog eens goed, en ja hoor, er lag een schaap op zijn rug in de wei.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://www.flickr.com/photos/willemkooij/105984276/"&gt;&lt;img style="margin: 0px auto 10px; display: block; text-align: center; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/105984276_3efa178dfa.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Van een vriend die aan de dijk woonde, had ik ooit gehoord dat schapen dood gaan wanneer ze te lang op hun rug liggen. Ze stikken onder hun eigen gewicht, net als walvissen op het strand. Ik keek rond, maar nergens in de wijde omgeving was een boer te bekennen. Een netwerk van slootjes scheidde mij van het in doodsnood verkerende schaap.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na tien minuten tussen twijfel en wanhoop, passeerde er een fietser. Ik wees op het schaap in de vreemde houding, waarop de passant zei wel even langs de boer te zullen fietsen. Opnieuw gingen er tien minuten voorbij, en er was in geen velden of wegen een boer te zien. Het schaap lag nog steeds in zijn oncomfortabele houding, op sterven na de dood.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik zette mijn fiets aan de kant om de slootkanten te inspecteren. De eerste sloot was te breed om erover te springen, maar via een smalle buis kon ik aan de overkant komen. Daarna scheidde nog één slootje mij van het stervende schaap. Het was geen brede sloot, maar de kanten liepen schuin af en waren door koeien tot pap getrapt, zodat er een geleidelijke overgang tussen land en water was ontstaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik koos een plek waar de slootkant het minst drassig was, nam een flinke aanloop en zette mij af. Met een smak belandde ik met beide voeten in de sloot. De sompige bodem slokte mijn schoenen op, zodat ik ze allebei met mijn blote handen uit de blubber moest trekken. Mijn zondagse, witte broek was tot de knieën veranderd in een drapperige smurrie. Ook mijn zomerjas was tot aan de ellebogen besmeurd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nadat ik beide schoenen weer aan had, liep ik door de met plarken bedekte weide naar het schaap in nood. De andere schapen, die zich het lot van hun soortgenoot niet aan leken te trekken, gingen op een beschaafd drafje opzij, onder afkeurend geblaat. Wat hun betreft kon ik net zo goed een wolf in schaapskleren zijn. Toen ik eindelijk het benarde schaap bereikte, probeerde ik het om te duwen. Zo gauw het dier op z'n zij lag, sprong het overeind en ging er blatend vandoor.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met enige genoegdoening volgde ik dezelfde weg terug, met identiek resultaat. Ik keek nog even naar mijn schaap, terwijl ik aanstalten maakte om verder te fietsen en te genieten van het boerenland, toen ik aan de horizon een tractor door het veld zag naderen. Tergend, treiterend langzaam kwam de boer dichterbij. Ik besloot gauw de benen te nemen, voordat hij ontdekte dat hij voor niets in zijn zondagsrust was gestoord.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Recent fietste ik opnieuw door dezelfde polder. Het was voorjaar en de lammetjes stonden in de wei. Maar er was iets wezenlijks veranderd. Bij de boerenerven zag ik roodwitte linten en borden met de tekst: 'Geen toegang wegens besmettingsgevaar'. De lentelucht was zwanger van het mond- en klauwzeervirus. Bij de stallen stonden bakken vol ontsmettingsmiddel waar je met je schoenen of laarzen doorheen moest.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op het nieuws had ik de beelden gezien; duizenden schapen, varkens en koeien die werden 'geruimd', een eufemisme voor afmaken. Dieren die gezond waren, niets mankeerden, werden als oud vuil door grote grijpers in een laadbak gekieperd en weggevoerd om verbrand of massaal te worden begraven. Het dier was tot product geworden, niet meer en niet minder. En zoals je zure melk door de gootsteen gooit, zo werden deze 'besmette' producten vernietigd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Misschien dat we ooit, over vele jaren, tot het inzicht komen dat we genocide hebben gepleegd op onschuldige, weerloze wezens. Misschien wordt er dan ergens in de polder een herdenkingsmonument opgericht voor de miljoenen slachtoffers van de bio-industrie. Een dag om de dieren te herdenken hebben we al.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-style: italic;font-size:85%;" &gt;Dit verhaal is een combinatie van twee columns die eerder in De Lisser en De Voorschotense Courant zijn gepubliceerd.&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-style: italic;font-size:85%;" &gt;&lt;a href="http://www.flickr.com/photos/willemkooij/105984276/"&gt;Foto: Willem Kooij&lt;/a&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115207087519424600?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115207087519424600/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115207087519424600' title='2 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115207087519424600'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115207087519424600'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/07/dag-dieren.html' title='Dag dieren!'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>2</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115189715069818811</id><published>2006-07-02T22:18:00.000-05:00</published><updated>2006-07-04T13:59:08.026-05:00</updated><title type='text'>Bijl aan de muur</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Als Jezus tweeduizend jaar geleden niet was gekruisigd, dan zou de wereld er vandaag heel anders uitzien. Het is voor niet-christenen sowieso moeilijk te begrijpen waarom wij onze Verlosser afbeelden als een misdadiger na zijn galgenmaal.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bij ons op school ging het erin als zoete koek. Je wist als katholiek opgevoed jongetje niet beter, dan dat die man er zijn hele leven al had gehangen. Jezus zonder kruis - als hij er niet aan hing, dan liep hij er wel mee te zeulen - is net zoiets als Boeddha zonder buik.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik deed zelf ijverig mee met het in stand houden van de mythe. Als zevenjarige speelde ik veel in de buitenlucht en keek zodoende vaak naar de hemel. Op Goede Vrijdag schoof rond twee uur 's middags een donkere wolk voor de zon en een dreigende schaduw viel over de straat. Ik holde naar huis om het aan mijn moeder te vertellen. 'Mam, het wordt helemaal donker buiten, ze zijn vast Jezus aan het kruisigen!'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/1600/22956529_814f24bdce.jpg"&gt;&lt;img style="margin: 0px auto 10px; display: block; text-align: center; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/22956529_814f24bdce.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Los van het lijdensverhaal was die hele kerk trouwens maar een brave bedoening. De zondagsmis, met de lange ondoorgrondelijke preken en die uitgerekte latijnse liederen, was meestal zo saai en slaapverwekkend dat ik mijn gezangenboekje oprolde en er een verrekijker van maakte. Daarmee probeerde ik vriendjes van school op te sporen of meisjes uit de buurt te bespieden. Eén keer keek ik tot mijn schrik recht in de ogen van de pastoor. Daarna behoorde dit tijdverdrijf meteen tot het verleden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De knielkwartiertjes duurden een eeuwigheid, vooral wanneer iemand je 'kussentje' had gestolen, een ietwat overdreven benaming voor een stuk vilt van nog geen centimeter doorsnee. Ik wist trouwens niet dat hout zo hard en onbuigzaam kon zijn. En dan was er nog die zouteloze hostie. Terwijl je thuis iedere tien minuten liep te jengelen om een koekje of een snoepje, moest je het in de kerk anderhalf uur uitzingen met iets wat nog het meest weg had van een stukje vloeipapier. Probeer deze zondagse martelgang maar eens uit te leggen aan je toekomstige kroost. Je wordt waarschijnlijk aangeklaagd wegens kindermishandeling jegens jezelf.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het was ook altijd stervenskoud in de kerk, niet echt bevorderlijk voor de tere kinderlongen. Van centrale verwarming had Onze Lieve Heer blijkbaar nog nooit gehoord. Maar wat mij het meest is bijgebleven zijn de afbeeldingen van Jezus aan het kruis. Misschien hadden ze de beeldenstorm destijds nog wat grondiger aan moeten pakken. Ik bedoel, tegenwoordig discussieert iedereen over geweld op tv en de jeugd die steeds agressiever wordt. Maar waar wij in onze jonge jaren allemaal aan bloot werden gesteld; zware spijkers die dwars door handen en voeten staken, een hoofd vol striemen, en bloed gutsend uit de ogen en andere gaten. Daar kan geen Ebola tegenop.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar het meest schrijnend is dat niemand, geen priester of godsdienstleraar, mij ooit heeft uit kunnen leggen waarom die gekwelde man aan het kruis werd geslagen. Wat had hij de mensen misdaan? Johannes de Doper hadden ze gewoon voor de lol z'n hoofd er afgehakt, maar Jezus, die goeddoener?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je moet er overigens niet aan denken dat, in plaats van Jezus, Johannes de centrale figuur binnen het christelijke geloof zou zijn geworden. Weinig esthetisch, zo'n beeldje in je huiskamer van een man met z'n hoofd op een bord. Daarbij zou het de kerk één van haar belangrijkste symbolen ontnemen: het kruis. Of zouden we dan een bijl aan de muur hangen?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a href="http://www.flickr.com/photos/mens32"&gt;&lt;span style="font-style: italic;font-size:85%;" &gt;Foto: Ralph Mens&lt;/span&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115189715069818811?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115189715069818811/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115189715069818811' title='1 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115189715069818811'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115189715069818811'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/07/bijl-aan-de-muur.html' title='Bijl aan de muur'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>1</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115181358779495239</id><published>2006-07-01T23:03:00.000-05:00</published><updated>2006-11-20T11:15:05.140-05:00</updated><title type='text'>Sneeuwlandschap</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Hoewel het weer soms bar was, trok de natuur altijd. Op een houten slee gleden Maarten en ik door een hevige sneeuwstorm over het ijs richting het aangrenzende dorp. Om beurten ging er één zitten, terwijl de ander hollend de slee voorttrok.&lt;br /&gt;Vanaf een bepaald punt was iedere nieuwe meter die we aflegden onontgonnen terrein. We verbreedden ons wereldbeeld en voelden ons als Amundsen op de Zuidpool.&lt;br /&gt;Plotseling zagen we het plaatsnaambordje van de buurgemeente opdoemen. De schrik sloeg ons om het hart. Zo moeten Middeleeuwse ontdekkingsreizigers zich hebben gevoeld die dachten dat de wereld ergens eindigde, en voorbij dat punt van de Aarde af zouden vallen.&lt;br /&gt;Hier eindigde onze wereld. Abrupt draaiden we de slee om en begonnen verkleumd en uitgeput aan de terugtocht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met de grote sneeuwvlokken die uit de grijze lucht kwamen dwarrelen, verschenen beelden van&lt;br /&gt;oer-Hollandse avonturiers voor ons geestesoog. Hun namen lagen op onze paarsblauwe lippen -Piet Heyn, Willem Barendtsz- en we begrepen dat het ons lot was om in de sneeuw te dolen, op een sleetje over ijzige slootjes glijdend, tussen de tijdloze, witte landerijen door, als in een zeventiende-eeuws schilderij.&lt;br /&gt;Af en toe verscheen een eenzame schaatser uit de dikke sneeuwnevels, aangekondigd door het geluid van zijn ijzers op de bevroren waterspiegel. Gekromd tegen de oostenwind, de handen gekneveld op de rug, een bevroren grijns op het blozende gelaat. Maar met twee, drie lange slagen verdween hij weer in de mist. De sneeuw slokte alles op; mensen, vogels, geluiden. Zelfs de scheiding tussen land en water verdween onder de sneeuw.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Plotseling stuitten we op iets dat in het ijs vast leek te zitten. Het bewoog althans niet toen we er met de slee tegenop botsten. Met onze handschoenen veegden we de wattige sneeuw van het ijzige obstakel. Een halve meter lange haas zat in het ijs vastgevroren. Zijn bevroren lijf bevond zich voor de helft onder water, terwijl zijn bovenlichaam en snuit boven het ijs uitstaken. Het was alsof de haas in de vlucht door het opvriezende water was overvallen.&lt;br /&gt;"Misschien zag hij het ijs voor land aan, en is hij er doorheen gezakt", opperde Maarten.&lt;br /&gt;"Zou kunnen", zei ik met van de kou verkleumde kaken. "Loop jij nou weer een stukkie?"&lt;br /&gt;Hij nam het touw van mij over, terwijl ik ineengedoken op de slee ging zitten. Langzaam hield het op met sneeuwen.&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://www.flickr.com/photos/profphotokymmyyehyeah/124672522/"&gt;&lt;img style="margin: 0px auto 10px; display: block; text-align: center; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/124672522_16347c1ae4.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;div style="text-align: justify;"&gt;We gleden onder de spoorbrug door en kwamen uit op een onbekend slootje dat in het bos verdween.&lt;br /&gt;"Weet jij waar dit slootje naar toe gaat?" vroeg ik. Maarten schudde zijn hoofd.&lt;br /&gt;"Laten we even gaan kijken", zei hij. "Als het straks gaat dooien kan het niet meer."&lt;br /&gt;We volgden het slootje het bos in. Nu eens keek ik naar de nog onbetreden vlakte voor ons, dan weer achterom, naar de sporen die wij maakten in de sneeuw; de voetstappen van Maarten en de glijders van de slee, hier en daar kruisend met de sporen van een dier dat de overtocht had gewaagd.&lt;br /&gt;Plotseling werd ik uit mijn dagdroom opgeschrikt door een luide kreet. Maarten was gestopt met hollen en wees naar iets dat tussen de bomen schuil ging. Vóór ons lag, stil als een blad op het water, een verlaten vijver, door niets of niemand beroerd. Geen geluid of ander teken van leven drong tot de plek door.&lt;br /&gt;Op onze knieën vielen we in de zachte sneeuw en veegden het bevroren oppervlak met onze handen schoon. Het ijs was overal tientallen centimeters dik en glansde met een bijna zwarte gloed, maar toch was het overal zo helder dat je zelfs midden op de vijver de bodem nog kon zien.&lt;br /&gt;We drukten onze neuzen tegen de ijzige spiegel, om ademloos de onderwaterwereld te observeren. Meedogeloos bestudeerden we de vissen die in het ijs zaten vastgevroren; de verstilde kleuren op hun schubben, van dieprood tot lichtzilver, de stomme koppen van waaruit de ogen ons onafgebroken aanstaarden.&lt;br /&gt;Toen we ons na enige tijd weer oprichtten, bemerkten we de stilte die als een machtige vogel zijn vleugels over het schemerige landschap had uitgeslagen. Een groot zwijgen lag over de sneeuw en over het donkere ijsoppervlak. Geen van beiden spraken we een woord. We keken stil om ons heen en tuurden naar de hemel, alsof we wachtten op iets dat komen ging.&lt;br /&gt;"Wat denk je?" vroeg Maarten. Het wolkendek gloeide roze op en omsloot ons aan alle kanten.&lt;br /&gt;"Volgens mij valt er vannacht zoveel sneeuw als er nog nooit is gevallen", zei ik.&lt;br /&gt;We voelden de beklemming, de dreiging die van het onhoorbare uitging.&lt;br /&gt;"Misschien raken we helemaal ingesneeuwd, of gebeurt er een grote ramp."&lt;br /&gt;"Een komeet?"&lt;br /&gt;"Laten we gaan."&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zwijgend liepen we over de sloten tussen de ondergesneeuwde bollenlanden door, het sleetje achter ons aan slepend. Af en toe klonk er een schreeuw van een vogel, alsof ze ons wilde waarschuwen voor een naderend onheil. Een voorbij denderende trein boorde zich gillend in de mist, en verscheurde even het zwijgen. Daarna bleef alles stil. Zachtjes begon het weer te sneeuwen en vanuit het oosten viel langzaam de duisternis in.&lt;br /&gt;Totaal bevroren arriveerden we in het donker op de sloot waar we eerder die dag waren opgestapt, de sloot die een beetje onze Bonkervaart was geworden. Alleen stond er niemand op ons te wachten bij de finish. Voordat we ieder naar ons eigen huis liepen, spraken we af dat we elkaar de volgende morgen zouden bellen om te kijken of er iets was gebeurd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen ik 's ochtends wakker werd, was het leven al zonder mij begonnen. Vol verwachting opende ik de gordijnen, alsof het mijn verjaardag was.&lt;br /&gt;Mijn moeder maakte in de tuin het pad van de deur naar de schuur sneeuwvrij. Een paar kinderen rolden op straat een sneeuwpop.&lt;br /&gt;Teleurgesteld gooide ik de dekens van mij af en begon me langzaam aan te kleden. Er was niets veranderd, buiten.&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;span style="font-style: italic;font-size:85%;" &gt;&lt;br /&gt;&lt;a href="http://www.flickr.com/photos/profphotokymmyyehyeah/"&gt;Foto: Kym&lt;/a&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115181358779495239?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115181358779495239/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115181358779495239' title='0 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115181358779495239'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115181358779495239'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/07/sneeuwlandschap.html' title='Sneeuwlandschap'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115165159703510545</id><published>2006-06-30T02:04:00.000-05:00</published><updated>2006-06-30T02:52:21.036-05:00</updated><title type='text'>Het teken</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Harmen stapte, met zijn kraag opgezet tegen de snijdende oostenwind, over het lange karrenpad naar huis. Daar wachtte Marieke met de kinderen bij het warme vuur op nieuws van haar eega. Hij was bij de mis geweest in de kapel van het klooster in het nabijgelegen dorp. Zelf woonden ze in een gehucht dat niet meer dan een paar huisjes telde. Maar de laatste tijd was het er niet pluis. Een vreemd roofdier had vorige week zestien kippen de kop afgebeten, zonder er één op te eten. Dat moest haast wel werk van de duivel zijn. En die koude oostenwind die al dagenlang aanhield voorspelde ook niets goeds.&lt;br /&gt;Daar bovenop was één van de kinderen van Harmen en Marieke ziek geworden; het ijlde en zweette aan één stuk door. Marieke had tegen Harmen gezegd: "Ga eens kijken in de kapel van het klooster, en zie eens wat de monnik ervan zegt."&lt;br /&gt;Wat Harmen in de mis had gehoord, had hem niet vrolijker gemaakt. De monnik zei dat het een duivels jaar was - het had iets te maken met de cijfers 999 op z'n kop - en hij dacht dat wel gauw de hele wereld zou vergaan in een hellevuur, behalve diegenen die zich bekeerden tot Jezus. Er stond een klein beeldje van een man aan een kruis, die bijna duizend jaar eerder had geleefd. Die man was rond deze tijd, in december, geboren in een ver, vreemd land, en er waren tekenen geweest aan de hemel, een ster of een komeet, en er waren koningen naar zijn kribbe gekomen met geschenken, en een andere koning wilde hem doden... Harmen wist niet goed hoe die man, die duizend jaar eerder aan het kruis was gestorven, hun moest redden, maar als het hielp wilde hij het wel proberen.&lt;br /&gt;Ook waarschuwde de monnik, met geheven vinger en priemende ogen boven de grauwe pij, dat er heksen waren gezien in de buurt, die 's avonds dansten in het donker, en dat er vreemde beesten rondzwierven in de streek. Daarop had Harmen hevig geknikt en geroepen dat een beest bij hem zestien kippen de kop af had gebeten, zonder er één op te eten. De mensen in de kapel hadden hem aangestaard en sommigen sloegen een kruis. Nu zou de wereld zeker gauw ten einde komen, had de monnik bezwerend gezegd. De mensen wilden van Harmen weten hoe het beest eruit had gezien. Harmen zei dat hij het zelf niet had gezien, maar volgens een marskramer die toevallig langs was getrokken, had het beest twee koppen en tien staarten. Daarop riep de monnik weer dat het wel zeker het beest van Johannes uit het boek Openbaringen moest zijn, en dat de eindtijd nabij was.&lt;br /&gt;Harmen dacht, terwijl hij wat dieper in zijn jas kroop om aan de gure wind te ontkomen, hoe zijn kind nu beter moest worden. Al die verhalen over het einde der tijden hadden hem niet veel wijzer gemaakt, en het zou de vrouw niet helpen om te horen dat de wereld verdoemd was. Harmen dacht weer aan die man aan het kruis, en aan de doornenkroon om zijn bloederige hoofd. Hij keek eens naar hemel, maar hij zag geen ster of ander teken om hem de weg te wijzen of een aanwijzing te geven. De lucht was grauw en zwanger van sneeuw.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://www.flickr.com/photos/ambergris/35401360/"&gt;&lt;img style="margin: 0pt 10px 10px 0pt; float: left; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/35401360_3c9e93166a.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;Opeens hoorde hij niet ver van hem vandaan wat geritsel in de struiken langs de weg. Zijn hart bonsde in zijn keel. Voorzichtig stapte hij in de richting van het geluid. Hij rekte zijn hals en keek gespannen tussen de kale wintertakken door. En daar, tussen de doornstruiken, zag hij een jong hert, pasgeboren, het vlies nog over de kop, op een zacht stuk mos liggen. De moeder van het dier was nergens te bekennen. Waarschijnlijk was het hert voor hem op de vlucht geslagen en had gedwongen het ree aan haar lot overgelaten. Harmen dacht na wat hij moest doen. In deze kou zou het zeker binnen het uur doodvriezen. Hij besloot het op zijn armen, met zijn jas over het dier heen geslagen, naar huis te dragen. Terwijl hij zo over het pad verder liep, begon het langzaam te sneeuwen. De wereld veranderde in een witte vlakte. Het jonge hert lag stil onder zijn besneeuwde jas.&lt;br /&gt;Marieke stond hem al aan de deur op te wachten. Binnen gloeide het haardvuur. Harmen legde het ree voor het knapperende vuur, en trok langzaam de jas van het rillende dier. Onwetend van wat er met haar gebeurde, schikte het hertje zich in de warme gloed. Een tijdlang stonden ze stil naar het beestje te kijken. Toen verbrak Marieke de stilte en zei: "Wat is er in de mis gezegd?" Harmen vertelde over het getal 999, over heksen en hellevuur, en over de zestien kippen en het duivelse beest. Marieke schudde het hoofd na alle verhalen van haar man. "Die monnik is ook maar een doodgewone sterveling," zei ze, "maar dit is een teken dat voor zichzelf spreekt." Ze wees naar het hert dat met de ogen toe voor de haard lag opgevouwen. En terwijl ze daar stonden, voelden ze plotseling het zieke kind tussen hen in. Het stak een hand uit naar het jonge hert, dat even de kop in de lucht stak om eraan te ruiken. Het kind, dat net nog ijlend in bed had gelegen, keek nu helder uit de bruine ogen en glimlachte stil. De koorts kwam niet meer terug.&lt;br /&gt;Die avond, toen de sneeuwbui was opgetrokken, zagen ze een vonkenregen aan de hemel, wat zeker een teken van de Lieve Heer moest zijn. En terwijl ze naar het hemelse vuurwerk keken, een meteorietenregen, bleef de wereld om hen heen gewoon bestaan, en nergens zagen ze het hellevuur dat de monnik had beloofd, alleen een lucht vol vallende sterren. Het nieuwe millennium kon nu niet ver meer zijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;span style="font-style: italic;"&gt;Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in weekblad De Voorschotense Courant.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Foto: &lt;a href="http://www.flickr.com/photos/ambergris/"&gt;Amber MacPherson&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115165159703510545?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115165159703510545/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115165159703510545' title='0 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115165159703510545'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115165159703510545'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/06/het-teken.html' title='Het teken'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115146773554929919</id><published>2006-06-27T22:52:00.000-05:00</published><updated>2006-06-28T10:00:18.143-05:00</updated><title type='text'>Dierbaar leed</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Dieren waren wij dol op, levende en dode dieren. Tijdens de najaarsstorm was er een merel uit de lucht gevallen. Met zijn pootjes omhoog lag hij op de grond, het zwarte kopje iets opzij, de oranje snavel half geopend -alsof hij nog iets zeggen wilde-, de kleine kraaloogjes vredig geloken.&lt;br /&gt;Mijn neef en ik vonden hem op een sombere vrijdagmiddag in de bosschages -eeuwige wouden- aan de overkant van de straat, waar we hutten bouwden tussen de struiken die na verloop van tijd werden afgebroken door de 'mannen van de &lt;span style="font-style: italic;"&gt;gemeente&lt;/span&gt;'.&lt;br /&gt;Waarom waren boswachters, jagers en mannen van de plantsoenendienst toch altijd van die gemene types?&lt;br /&gt;"Ja", zei mijn neef, "wij maken natuurlijk niks stuk, maar anderen misschien wel." Zo had ik het nog nooit bekeken. Wat mij betreft verdiende hij de Nobelprijs voor de vrede, voor zoveel wijsheid en menselijk inzicht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://www.flickr.com/photos/carisenda/125396159/"&gt;&lt;img style="margin: 0px auto 10px; display: block; text-align: center; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/125396159_ba5817e96a.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;Het vogeltje was nog vers, maar onmiskenbaar dood. Met zijn opgetrokken pootjes leek het net een konijn, vond mijn neef, maar dan liggend in plaats van rechtop. Onmiddellijk werd uit mijn moeder's linnenkast een schoenendoos opgediept en van zijn inhoud ontdaan. Met de krant van die morgen bedekten we de bodem; zodat hij het niet zo koud had onder de grond. Mijn neef strooide nog wat rozebottelblaadjes rond het lijkje, waarna we met plechtige koppen het begravenisceremonieel verrichten.&lt;br /&gt;Tussen de bosjes werd door twee paar blote handen een gat gegraven tot het groot genoeg was om de doos met de vogel te omsluiten. We gooiden het rulle zand terug op het kartonnen deksel en fabriceerden zwijgend een kruis van jasmijntakken. Hadden we nog een grafschrift moeten schrijven, dan zou er hebben gestaan: 'Eeuwige vriend, trouwe kameraad, gevallen in de herfst van 1975'.&lt;br /&gt;Voordat we de bosjes verlieten, zworen we op zijn graf om niemand iets van onze vogel te vertellen.&lt;br /&gt;"Geen mens", zei ik.&lt;br /&gt;"Zelfs je moeder niet?" vroeg mijn neef.&lt;br /&gt;"Zelfs je eigen broer niet", besloot ik.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De volgende morgen lokte ik twee buurjongens de bosjes in, om voor een dubbeltje de man het vogelgraf te bezichtigen. Aanraken kostte een kwartje.&lt;br /&gt;Hoe ik mij voelde, toen ik het vers gedolven vogelgraf open en bloot aantrof, het kruis bedolven onder een grote hoop zand? Onteerd. Dat was het enige woord dat beschreef wat ik voelde. En waar de eer is geschonden, daar roept de wraak, edele ridder.&lt;br /&gt;"Weet je wie dit gedaan heeft?" vroeg één van de buurjongens. Van eenvoudige voyeurs waren ze ineens gepromoveerd tot strijders voor het grotere goed.&lt;br /&gt;Ik knikte, terwijl ik stil op mijn lip beet. Alleen mijn neef wist van het graf. Hij was de enige die deze gruweldaad had kunnen begaan.&lt;br /&gt;Op onze rubberlaarzen, gewapend met de crucifix van jasmijn, liepen we vastberaden en met grimmige gezichten door de straten.  Die Nobelprijs kon hij ook wel op zijn buik schrijven, bedacht ik woedend.&lt;br /&gt;Af en toe begon er één van de spanning harder te lopen, en de anderen renden vanzelf met hem mee. "Spijkertocht in kruisbroek!" riep de jongste van ons drieën onder het hollen, en we wisten precies wat hij bedoelde. Dit was een heilige oorlog, wij hadden God aan onze kant. Mijn neef was een judas, en wat er met judassen gebeurde, dat wisten wij maar al te goed.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na een paar straten kwamen we bij het huis van mijn oom en tante aan.&lt;br /&gt;"Laten we achterom gaan", suggereerde ik. De tactiek van de omtrekkende beweging leek me het beste, bevreesd als ik was voor een directe confrontatie. Via het achterpad kwamen we bij de houten tuindeur. Als één man bonsden we op de houten poort. Mijn tante was in de tuin bezig en deed verbaasd de deur op een kier.&lt;br /&gt;"Is Kees er?" vroeg ik met ingehouden woede.&lt;br /&gt;"Nee, die is niet thuis", zei mijn tante. In de tuin van de buren kraaide een haan.&lt;br /&gt;Waarom neemt ze hem bescherming? dacht ik. Het was weliswaar haar zoon, maar toch..&lt;br /&gt;"Weet u waar hij is?" probeerde ik weer.&lt;br /&gt;"Hij is met die jongen van Smit mee, geloof ik."&lt;br /&gt;De adem stokte in mijn keel. Die jongen van Smit was een duivel, wist ik. We waren als de dood voor hem. Hij woonde in de achterbuurt van ons dorp, die ergens begon waar onze straat eindigde. Die had mijn neef natuurlijk opgestookt. In zijn eentje zou hij zoiets nooit doen.&lt;br /&gt;"Oké, bedankt", mompelde ik, en we maakten ons uit de voeten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Wat nu?" vroeg de grootste van de twee buurjongens. Ik haalde mijn schouders op.&lt;br /&gt;"Misschien kunnen we hier wachten tot ze terug komen", opperde ik. Het idee sprak mij niet erg aan. Die jongen van Smit was een kop groter dan ikzelf, en hij deinsde nergens voor terug. Mijn eer was dan wel geschonden, maar in een pak slaag had ik weinig trek. Daarbij begon het langzaam te regenen.&lt;br /&gt;We hingen nog wat rond achter in de poort. Aan het einde van het pad stond een betonnen muurtje. Erachter lag een slootje, waarnaast een terrein met grafzerken was.&lt;br /&gt;Ik rekte me uit om over de schutting te kijken. Eerst viel mijn oog op het kartonnen deksel, daarna zag ik de doos die in de sloot was gewaaid. Toen pas ontwaarde ik tussen de doornstruiken het vogeltje, zijn zwarte kopje nog steeds opzij, maar nu iets verder geknikt. De zwarte veertjes rond de kop waren met bloed besmeurd. De vleugels stonden wijd uiteen, alsof de merel in doodsnood een poging had gedaan om aan de grafschenners te ontkomen.&lt;br /&gt;"Wat zie je?" vroeg één van de buurjongens.&lt;br /&gt;"Niks", zei ik, "laten we maar gaan."&lt;br /&gt;Zwijgend liepen we de door de regen die steeds harder op onze hoofden viel. Dat zijn de tranen van God, dacht ik. En terwijl we over de natte stoeptegels op onze rubberlaarzen naar huis toe liepen, kwam langzaam het besef dat mijn kindertijd voorbij was.&lt;br /&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;a style="font-style: italic;" href="http://www.flickr.com/photos/carisenda/"&gt;&lt;br /&gt;Foto: Carisenda&lt;/a&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115146773554929919?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115146773554929919/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115146773554929919' title='0 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115146773554929919'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115146773554929919'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/06/dierbaar-leed.html' title='Dierbaar leed'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115141578647395938</id><published>2006-06-27T08:40:00.000-05:00</published><updated>2006-06-27T18:17:57.466-05:00</updated><title type='text'>De aanblik van de dood</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Onlangs struinde ik zomaar wat door een straat in mijn oude woonplaats. Opeens kreeg ik een flashback, en zag ik het hele gebied zoals het er vijftien jaar eerder uitzag. Waar nu het appartementencomplex met de eigenaardige naam &lt;span style="font-style: italic;"&gt;Heulzicht&lt;/span&gt; stond, was toen een garagebedrijf  gesitueerd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn oom en tante woonden er pal naast, op nummer 113, in een vooroorlogs huisje. Naast hen woonde een oude vrouw met krakerige stem, die ons als kind de stuipen op het lijf jaagde. Als je in de tuin wat liep te scharrelen, stak ze plotseling haar hoofd door het dakraam en riep: "Ga weg bij dat hek, anders gooi ik je nat!"&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Achter de huizen was een smal pad dat naar een slootje liep. Aan de overkant van het slootje lag een bedrijf waar ze grafstenen maakten. Als je over de betonnen schutting keek, zag je de marmeren zerken in zwart en wit liggen, sommigen met namen of met versierselen erop.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/1600/5736315_909d863427.0.jpg"&gt;&lt;img style="margin: 0px auto 10px; display: block; text-align: center; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/5736315_909d863427.0.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt; Op een dag overleed de cavia van de familie. Misschien op een idee gebracht door het aangrenzende zerkenbedrijf, besloten mijn neef en ik de cavia een plechtige begrafenis te geven. Het beestje pastte precies in een sigarenkist, en ging zo de potgrond in, achter in de tuin. We flansten een kruis van twee takken in elkaar, en plaatsten het op het graf. Niet zo zeer uit christelijke overwegingen, maar om de plek waar het kistje was begraven te markeren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nieuwsgierig als wij waren naar leven en dood, besloten we zes weken later de cavia weer op te graven. We meenden dat de natuur haar werk wel zou hebben gedaan en verwachtten een gaaf skeletje aan te treffen in de kist. Als een dinosaurus, maar dan in het klein. Groot was dan ook onze teleurstelling toen we de cavia nog in precies dezelfde houding in het sigarenkistje aantroffen, een beetje op z'n zij, de pootjes opgetrokken en zijn snuit half in de lucht gestoken, alsof hij iets rook.&lt;br /&gt;De zwart-witte vacht voelde mottig aan, als een oude, natte jas. Hij rook een beetje muf -naar sigaren en nog iets anders- en zag er wat bedompt uit, maar verder leek het net alsof hij sliep. Andermaal stopten we het kistje met de cavia onder de grond, en spraken af om het na een half jaar nog eens te proberen. De tijd deed ons echter ons plannetje vergeten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tot mijn verrassing ontdekte ik, vijftien jaar later, dat het smalle pad achter het appartementencomplex er nog altijd lag, onberoerd door tijd en planologen. Het garagebedrijf was inmi&lt;span style="font-size:100%;"&gt;ddels vertrokken, en de grafzerken lagen er ook niet meer. De tuintjes achter de flats zagen er echter nog identiek uit. Even schoot de gedachte aan het kistje door mijn hoofd. Maar met het verstrijk&lt;/span&gt;en der jaren worden we steeds minder nieuwsgierig naar de aanblik van de dood.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;span style="font-style: italic;"&gt;Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in weekblad De Lisser&lt;/span&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-style: italic;font-size:85%;" &gt;&lt;a href="http://www.flickr.com/photos/jantik/"&gt;Foto: Jan Tik&lt;/a&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115141578647395938?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115141578647395938/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115141578647395938' title='3 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115141578647395938'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115141578647395938'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/06/de-aanblik-van-de-dood.html' title='De aanblik van de dood'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>3</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115136530248915004</id><published>2006-06-26T18:34:00.000-05:00</published><updated>2006-06-26T19:11:26.733-05:00</updated><title type='text'>Experimenten</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Kinderen doen in wreedheid niet onder voor wetenschappers wat experimenten met dieren betreft. Maar waar de laatste groep onderzoekers hun wrede rattenproefjes vergoelijkt met de leugen der vooruitgang, worden kinderen vooral gedreven door een ontembare nieuwsgierigheid.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat een mier ook pijn kan lijden, dat komt niet in je op wanneer ze zich met half verschroeid achterlijf voortslepen over de straatstenen. Een simpel vergrootglas en de middagzon waren onze enige instrumenten.&lt;br /&gt;Wat dat betreft ging de buurvrouw rigoreuzer te werk. Ze goot een halve fles spiritus leeg over het stoepje en stak er vervolgens de brand in.&lt;br /&gt;'Zo, opgeruimd staat netjes', zei ze dan voldaan, terwijl ze de restjes verbrandde mier van de stoep af veegde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Lieveheersbeestjes stopten we in jampotjes, om de stippen op hun rug te kunnen tellen en zo hun leeftijd te determineren. Ook rupsen moesten, met een paar heggeblaadjes, achter glas om de metamorfose tot vlinder te kunnen aanschouwen. Nodeloos te zeggen dat geen rups het ooit tot dit laatste stadium heeft geschopt. De volgende morgen lagen de groene, harige beestjes levenloos op de bodem van de jampot, de heggeblaadjes onaangetast.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://www.flickr.com/photos/manuelvdw/38249754/"&gt;&lt;img style="margin: 0pt 10px 10px 0pt; float: left; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/38249754_4e21bc57d9.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;Spinnen de poten uittrekken deden wij niet, dat was ons te min. Dat gestrompel van een geamputeerde spinnenkop, wat schoot je daar mee op? Wel probeerden we in de herfst de achtpotige beestjes met web en al te vangen in een tot lus gevouwen twijgje. Met onze buit - soms wel drie of vier exemplaren in één lus - plaagden we de meisjes op het schoolplein. Kruisspinnen maakten de meeste indruk op de andere sekse, ondervonden wij al gauw.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Regenwormen waren van een andere wereld. Om te beginnen zaten ze onder de grond. Door te tikken op de aarde kwamen ze naar boven, dat hadden we vogels met hun poten zien doen.&lt;br /&gt;'Dan denken de wurmen dat het regent', zei een bioloog in de dop. De beestjes staken staken na verloop van tijd inderdaad hun kop - of was het nou hun staart? - boven de grond. Het experiment dat daarop volgde ligt nogal voor de hand. De regenworm werd met behulp van een zakmesje of schroevendraaier in twee stukken gesneden en ademloos keken we toe hoe de verschillende delen - kop noch staart - huns weegs gingen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op latere leeftijd werden de experimenten wreder. Zo hadden sommige jongens uit de buurt er plezier in om kikkers te pletten tussen twee stoeptegels, om vervolgens met opgewonden weerzin het resultaat te bewonderen.&lt;br /&gt;Op afstand toekijkend zei een buurjongen, zijn standaard frase voor enge scenes op tv hanterend: 'Ah joh, 't is toch niet echt'.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Misschien is dat wat sommigen doet besluiten hun experimenten voort te zetten, om hun wreedheden uiteindelijk op hun medemens bot te vieren; het idee dat het toch niet echt is. Of, in het minst erge geval, worden ze wetenschapper.&lt;br /&gt;&lt;span style="font-style: italic;font-size:85%;" &gt;&lt;a href="http://www.flickr.com/photos/manuelvdw/"&gt;&lt;br /&gt;Foto: Manuel van de Weijer&lt;/a&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115136530248915004?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115136530248915004/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115136530248915004' title='0 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115136530248915004'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115136530248915004'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/06/experimenten.html' title='Experimenten'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115129608851498981</id><published>2006-06-25T23:12:00.000-05:00</published><updated>2006-06-26T08:48:33.556-05:00</updated><title type='text'>De Paardenvallei</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Na twintig uur rijden over de Route du Soleil, met de smaak van zuurtjes, kleffe bolletjes en oude koffie in de mond, kwamen we eindelijk op onze plaats van bestemming aan: de Spaanse Pyreneeën. Hier zou onze tocht pas goed beginnen. Vier mannen van middelbare leeftijd met rugzakken, klaar om zeven dagen lang -ieder met zijn eigen redenen- de bewoonde wereld te verruilen voor de wildernis van een uitgestrekt berggebied. Net over de Franse grens, westelijk van het dwergstaatje Andorra, lag het backpackers-paradijs met haar reusachtige bergen op ons te wachten. Volgens de reisgids een onontgonnen gebied voor pioniers, zonder duidelijke paden of routes, met enkel een kompas, een kaart van het gebied (schaal 1 op 50.000) en ons gezond verstand om op te vertrouwen.&lt;br /&gt;De auto parkeerden we in de schaduw van een vijgenboom, aan de voet van een typisch Catalaans bergdorpje waar men meestal maar mondjesmaat Spaans spreekt. Een twintigtal robuuste huizen of boerderijen, opgetrokken uit hetzelfde materiaal als de omliggende bergen, meer was het niet.&lt;br /&gt;Na een kwartiertje klauteren over een smalle landweg, waar slechts af en toe een ezel of tractor over passeerde, lieten we het dorp en daarmee de bewoonde wereld achter ons en strekte de woestenij van de bergen zich voor ons uit. Inmiddels hadden we gezelschap gekregen van twee honden, de enige levende wezens die onze kortstondige aanwezigheid in het dorp hadden opgemerkt. De viervoeters, die zojuist nog hijgend van de hitte in de schaduw van een dorre boom op een boerenerf hadden gelegen, draafden nu door het dichte struikgewas achter ons aan, alsof ze hun hele leven nooit iets anders hadden gedaan. Terwijl wij worstelden om met onze zwaar bepakte rugzakken, gevuld met voedsel voor zeven dagen, door de stekelige bosjes over schuinaflopende hellingen vooruit te komen, renden de honden steeds op en af om ons de weg te wijzen.&lt;br /&gt;Na een klim van ruim een uur kwamen we op een breder landweggetje uit.&lt;br /&gt;'Ah, een snelweg', merkte één van ons op. Elk pad dat meer dan een halve meter breed was, werd vanaf dat moment aangemerkt als 'snelweg'.&lt;br /&gt;Moe van de lange reis en het vruchteloze geklauter door het struikgewas, besloten we op een groene heuveltop onze tenten op te slaan. Terwijl wij op een gaspitje ons potje kookten, lagen de honden huiselijk tegen onze rugzakken te rusten, vertrouwd alsof het onze eigen dieren waren.&lt;br /&gt;Met het invallen van de schemering overviel mij een nietigmakend gevoel, en een groot ontzag voor de bergen en de ons omringende natuur die niet 'soft' is, maar robuust en krachtig als de eeuwigheid zelf. De maan en de sterren kwamen uit het schemerlicht tevoorschijn, en het hout van ons kampvuur knapperde er lustig op los.&lt;br /&gt;In deze rust begon een van de honden plotseling hartverscheurend te janken. Verschrikt keken we op naar iets dat zich over het bergpad, dat wij eerder die dag hadden beklommen, voortbewoog. Aan het geluid dat het maakte te oordelen, was het iets groots. Wat kon het zijn? Een kudde wilde zwijnen? Een koppel dolle beren? Mijn fantasie ging als een verschrikt hert op de loop met mijn realiteitszin.&lt;br /&gt;De grootste en oudste van de twee honden sprong overeind en stoof weg in de richting van het bergpad. Weifelend kwamen wij overeind om te zien wat er op ons af kwam. Even later zagen we de grote, verschrikte koppen van een groepje paarden dat met angst in de ogen het pad omhoog volgde, achterna gezeten door de dolle hond. Vol ontzag keken we naar het schouwspel, met een gerust gemoed in de wetenschap dat het geen roofzuchtige beesten waren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://www.flickr.com/photos/20896688@N00/53963363/"&gt;&lt;img style="margin: 0px auto 10px; display: block; text-align: center; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/400/53963363_6f5516d6be.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;'Dat zijn wilde paarden', wist één van ons te vertellen, 'die lopen hier vrij rond voor ze naar de paardenslager gaan.'&lt;br /&gt;'Een soort scharrelpaarden dus', merkte een ander gevat op.&lt;br /&gt;De rest van de nacht bleef het rustig. Een zwoele wind blies over de bergweide en deed ons besluiten om in onze slaapzak onder de sterrenhemel te slapen, beschermd door de waakzame honden. Een tijdlang kon ik niet slapen, en tuurde ik met open ogen naar de duizelingwekkende hoeveelheid sterren boven mijn blote hoofd. De witte band van de Melkweg was duidelijk te zien en versterkte mijn gevoel van nietigheid nog verder. Ik moest denken aan de Amerikaanse naturalist John Muir, die meer dan honderd jaar geleden schreef:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-style: italic;"&gt;&lt;blockquote&gt;"How hard to realize that every camp of men or beast has this glorious starry firmament for a roof! In such places standing alone on the mountain-top it is easy to realize that whatever special nests we make - leaves and moss like the marmots and birds, or tents or piled stone - we all dwell in a house of one room - the world with the firmament for its roof - and are sailing the celestial spaces without leaving any track."&lt;/blockquote&gt;&lt;/span&gt;Deze tijdloze percepties overdenkend dommelde ik uiteindelijk in een diepe, droomrijke slaap.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'s Ochtends gaven we ons over aan de rituelen van het kampeerdersbestaan; water koken voor de eerste kop koffie, wassen in het ijskoude bergstroompje en de slaapzakken oprollen. Terwijl we zo bezig waren, werd ik opeens een figuur gewaar die doodstil aan de rand van de heuvel stond, bij het bergpad waar de avond tevoren de paarden voorbij waren gehold. Het was een oude man op sandalen, met een versleten broek die werd opgehouden door een stuk touw. Met één hand leunend op een houten staf, staarde hij door een verrekijker die hij in zijn andere hand vasthield, zoekend naar iets dat zich op de bergtoppen moest bevinden.&lt;br /&gt;We begroetten elkaar na enige tijd met een simpel &lt;span style="font-style: italic;"&gt;'bon dia'.&lt;/span&gt; De man bleek de eigenaar te zijn van de paarden, die we de vorige nacht voorbij hadden zien stuiven. Hij wees ons een kudde paarden, klein als stipjes, die rustig op de kammen van de bergen graasden, en legde uit dat hij er een aantal miste, die waarschijnlijk naar een andere vallei waren getrokken. Wanneer ze te ver afdwaalden, liep hij het risico ze voorgoed kwijt te raken.&lt;br /&gt;We legden in ons beste Spaans uit dat we de paarden de nacht ervoor langs hadden zien komen, en wezen met armgebaren in welke richting de dieren waren weggetrokken. De man knikte en mompelde: 'Naar de volgende vallei.'&lt;br /&gt;Om de hitte midden op de dag enigszins te ontlopen, besloten we om vroeg op pad te gaan en rond het middaguur een siësta te houden, naar goed Spaans gebruik. Bij het vertrek bleek de oudste van de twee honden zich bij de paardenman te hebben geschaard. De andere hond, een soort Huskie, wist echter van geen wijken en dribbelde braaf achter ons aan.&lt;br /&gt;Langs het bergpad, dat de wilde paarden de avond tevoren hadden gevolgd, klommen we omhoog. Langzaam veranderde het groene weidelandschap in een rotsachtig massief. Vóór ons lag de pas waarlangs we naar de volgende vallei moesten zien te komen. De hond liep heen en weer te sjokken, alsof hij deze weg al honderd keer had afgelegd en ongeduldig wachtte tot wij hem volgden naar onze bestemming. Af en toe stopte het dier plotseling, spitste zijn oren en schoot dan weg, tegen de berghelling op. Terwijl wij de hond hijgend en zwetend nakeken, sprong opeens een gems tevoorschijn, zojuist nog achter een rots verborgen voor onze ogen, maar niet voor de neus van onze viervoeter. Eenmaal kwam de hond terug met de achterpoot van een gems in zijn bek, maar aan de staat van het pootje te zien had hij het niet van een springlevend bokje afgerukt.&lt;br /&gt;'Misschien moeten we hem een naam geven', suggereerde een van ons na een tijdje.&lt;br /&gt;Even bleef het stil.&lt;br /&gt;'Fikkie, da's een echte hondennaam', merkte een ander daarna op. De rest stemde in met deze lumineuze inval en zodoende kreeg de hond een naam waar hij ook nog naar leek te luisteren.&lt;br /&gt;Na een paar uur klauteren over kale rotsblokken en door geërodeerde puinwaaiers, kwamen we in een prachtige groene vallei terecht, met een azuurblauw meer middenin. Er stond een primitieve schuilhut, met een houten waterbak waar wat tomaten en paprika's in ronddreven, waarschijnlijk van onze voorgangers waar verder geen spoor van was te bekennen.&lt;br /&gt;We keken wat rond in en om het huisje, namen een voorzichtige duik in het ijskoude bergwater en zetten koffie op de gasbrander. Eén van ons had in de hut een logboek gevonden, waar andere passanten hun wederwaardigheden in hadden opgetekend. Terwijl de anderen wat zaten te prutsen met de oploskoffie of in de grond zaten te wroeten op zoek naar visaas, klonk er opeens een kreet: 'Hé, Fikkie staat er ook in, samen met die andere hond!'&lt;br /&gt;Vol verbazing bekeken we het logboek waar een goedlijkende tekening in stond van 'onze honden'. Uit het Spaanse verhaal dat eronder stond, maakten we op dat de twee honden een week eerder met twee andere trekkers waren meegelift naar de hut. Ons vermoeden dat Fikkie de weg al vaker had afgelegd, bleek dus te kloppen. Hij bevond zich op bekend terrein.&lt;br /&gt;De rest van de tijd brachten we door met uitrusten en vissen aan het blauwe meer. We hadden een werphengel gemaakt van een plastic fles waar rum in had gezeten, een vislijntje en een houten klos. De draad rolden we om de fles heen, waarna de klos als werpgewicht diende. Een stukje metaal van een sardienenblikje fungeerde als blinkertje en een enkele worm vormde het aas. Hoewel we tot laat in de avond grote forellen pesterig boven de waterspiegel uit zagen springen, wilden de vissen niet bijten. In plaats van aan een gegrilde forel zaten we 's avonds aan de macaroni met tomatensaus.&lt;br /&gt;Die nacht sliep ik onrustig. We hadden besloten om de tenten niet op te zetten, en hoewel het gras voor een zachte ondergrond zorgde, voelde ik voortdurend de aanwezigheid van andere levende wezens in het duister om ons heen. Het herhaaldelijk aanslaan van Fikkie bevestigde en versterkte dit gevoel nog verder. In de verte klonk het gerommel van een onweersbui en het weerlicht weerkaatste tegen de machtige silhouetten van de bergen om ons heen.&lt;br /&gt;Opeens werd ik een vreemd geluid gewaar in de donkere nacht. Na een tijdje luisteren herkende ik het geluid van een koeienbel, hoewel we die dag nergens koeien of schapen hadden gezien. Aan het trillen van de grond waarop ik lag, voelde ik dat er een groep grote beesten in de buurt was, die zo te horen onze kant op kwam.&lt;br /&gt;'De paarden!' riep ik verschrikt.&lt;br /&gt;Fikkie was inmiddels luid jankend in de richting van het geluid weggerend, en even later hoorde ik het wilde gehinnik van een van de hengsten. Ik had in een film over het leven van Ghandi ooit gezien dat paarden niet over mensen heenlopen wanneer ze op de grond liggen, maar toch lag ik vrij onrustig in mijn slaapzak. Mijn drie metgezellen waren in diepe dromen verzonken en zich geheel onbewust van het naderende gevaar.&lt;br /&gt;In het donker kon ik niet goed zien waar de paarden zich bevonden, maar het leek erop alsof ze in een boog om ons heen liepen. Langzaam verwijderde het geluid van de klingelende koeienbel zich en uiteindelijk sukkelde ik tegen het ochtendgloren in slaap.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De volgende morgen, die voor mijn gevoel veel te vroeg begon, werden wij andermaal begroet door een diepblauwe hemel en een zon die zijn eerste warme stralen al over de bergkammen wierp, de dauwdruppels die het prille licht in regenboogkleuren uiteen deden vallen in een mum van tijd verdampend.&lt;br /&gt;Terwijl we ontbeten met als hoofdbestanddeel koffie, aangevuld met een homp brood, salami en sardientjes in tomatensaus, zagen we de oude man in de verte staan, karakteristiek leunend op zijn houten staf met de verrekijker aan zijn ogen.&lt;br /&gt;'Kijk', zei er één spontaan, 'daar heb je de Paardenfluisteraar weer', en de anderen barsten in lachen uit. In latere verhalen heette de desbetreffende vallei steevast 'de vallei van de Paardenfluisteraar' of kortweg 'de Paardenvallei'.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Die dag en de daarop volgende dagen wisselden we het klimmen in het zweet ons aanschijns af met uitrusten in de schaduw van een verdwaalde boom, en kookten we onze maaltijden uit pak of blik op het gasbrandertje. De paarden en de Paardenfluisteraar zagen we niet meer terug. Fikkie bleef wel voortdurend aan onze zijde, tot op 2700 meter hoogte, door weer en wind, slapend in onze voortent wanneer het regende, etend van onze spaghetti en drie keer zoveel lopend dan wij. Op een bepaald punt zagen we aan zijn onzekere gedrag dat hij buiten zijn territorium was gekomen en we beseften dat we de hond tot het einde met ons mee moesten nemen, om te zorgen dat hij weer veilig thuis zou komen. Toch rende de hond, wanneer wij met grote moeite omhoog klommen langs niet bestaande paden, door de eeuwige sneeuw en over grote rotsblokken, waarbij de voorste van ons stiekem steenmannetjes maakte om de anderen gerust te stellen, nog altijd dapper voor ons uit, alsof hij ons aan wilde moedigen om verder te gaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op de zevende dag zetten we de daling in tot we op een asfaltweg terecht kwamen, nog wat onwennig lopend op de vlakke ondergrond, en besloten we op zoek te gaan naar een restaurant. Na een week salami, Sultana's en spaghetti, snakten we naar vers voedsel, een stuk sappig vlees en een goed glas wijn.&lt;br /&gt;De eerste dorpjes die we aandeden leverden niets eetbaars op. Een verzameling boerenhuisjes waartussen een restaurant even zeldzaam was als een giraffe op de Zuidpool. De dorpelingen wezen ons vriendelijk in de richting van het gehucht waar onze auto ergens moest staan. Fikkie begon zich meer en meer op zijn gemak te voelen. In plaats van achter ons aan te sjokken met de staart tussen zijn poten, dribbelde hij weer lustig heen en weer, her en der snuffelend en zijn spoor uitzettend.&lt;br /&gt;Na een uur lopen arriveerden we, met de aanblik van een groepje uitgehongerde soldaten na een slopende veldtocht, in het dorpje dat we vaag herkenden van de eerste dag. Terwijl wij over een stenen bruggetje liepen, stoof Fikkie plotseling weg en rende linea recta door een openstaande deur een herberg binnen. Het bleek zowaar een restaurant te zijn en vermoeid maar tevreden zetten we onze rugzakken tegen een tafeltje op het terras. Nog voor we konden gaan zitten kwam een vrouw de keuken van het restaurant uitgerend.&lt;br /&gt;'Hebben jullie die hond meegebracht?' riep ze ons opgewonden toe.&lt;br /&gt;Wij probeerden de vrouw uit te leggen dat wij de hond wel mee hadden genomen, maar dat het niet ónze hond was. Daarop riep de vrouw, de eigenares van het restaurant, dat het háár hond was, die ze al een week kwijt was.&lt;br /&gt;Na van de verbazing te zijn bekomen haalden we onze kaart tevoorschijn en lieten we haar de tocht zien die we samen met haar hond hadden afgelegd.&lt;br /&gt;'Ai, ai, ai!', riep de vrouw vol ongeloof uit, 'pobre perro', arme hond. De restauranteigenares legde uit dat Fikkie, die eigenlijk Rufi heette, weleens met vrienden van haar de bergen in trok. Sindsdien rende hij achter iedere voorbijganger aan die met een rugzak langs kwam. Eenmaal was hij zelfs achter een fietser aangehold, waarna zijn baasje hem die zelfde dag veertig kilometer verderop in een Frans dorpje op moest halen.&lt;br /&gt;Na enige verhalen te hebben uitgewisseld dirigeerde de vrouw ons naar de eetkamer. Even later zaten we, ongewassen en ongeschoren, aan een massief houten tafel achter een keur aan vleesgerechten, groentes en fruit. Fikkie lag intussen onder onze tafel in een diepe slaap bij te komen van zijn grote bergavontuur, dromend van grote paarden en wilde gemsen. Hij was weer thuis, in de bewoonde wereld, en wij eigenlijk ook, hoewel nog twintig uur Route du Soleil ons scheidde van ons eigen vertrouwde bed.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a href="http://www.flickr.com/photos/20896688@N00/"&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;span style="font-style: italic;"&gt;Foto: Desert Rider&lt;/span&gt;&lt;/span&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115129608851498981?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115129608851498981/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115129608851498981' title='0 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115129608851498981'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115129608851498981'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/06/de-paardenvallei.html' title='De Paardenvallei'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115120787378580532</id><published>2006-06-24T22:48:00.000-05:00</published><updated>2006-06-25T23:07:09.506-05:00</updated><title type='text'>De Ooievaars</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Over een stoffig landweggetje reden ze door het vlakke landschap, dat hier en daar werd doorbroken door enkele bonzai-boompjes, kromgegroeid in de ongelijke strijd met de eeuwige zeewind, de takken uitwaaierend in de breedte. Het landschap, in het uiterste zuiden van Spanje, schurkend tegen de Marokkaanse kust, riep beelden op van Afrikaanse savannes.&lt;br /&gt;Het was begin november, maar in het diepe zuiden van Europa, enkele tientallen kilometers buiten Sevilla, kon je nog gemakkelijk met enkel een licht jasje af. De autoraampjes waren half opengedraaid en de droge, zoetige lucht stroomde naar binnen. De weg doorkruiste een moerasachtige vlakte, waar duizenden watervogels zich tegoed deden aan wormpjes, schelpdieren en insecten. Tientallen soorten liepen of zwommen kriskras door elkaar. Er was wenig of niets dat de dieren hier kon storen. Slechts een enkele roofvogel die hoog in de lucht op een prooi zat te loeren, bracht af en toe wat beroering teweeg in de vogelzwerm.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na een half uur rijden over de zandweg, met niets dan een grote stofwolk in hun kielzog, arriveerden ze op de plaats van bestemming, een broedplaats voor ooievaars. De &lt;span style="font-style: italic;"&gt;ciconiiformes&lt;/span&gt; wipten over uit Afrika, om in alle rust en zonder natuurlijke vijanden voor hun nageslacht te zorgen. Hoezeer het landschap ook op de Afrikaanse savanne leek, leeuwen, tijgers en andere roofdieren blonken uit door hun afwezigheid. Wel zag je er af en toe groepen gieren hoog aan de blauwe hemel rondcirkelen, machtige beesten met spanwijdtes van meer dan twee meter lang, die loom het landschap op karkassen van dode dieren inspecteerden.&lt;br /&gt;Op een oranjekleurige zandvlakte parkeerden ze de auto en gingen te voet verder. In de boomtoppen aan de horizon konden ze de ooievaarkolonie vermoeden, maar nog niet zien. 'Misschien zijn ze al vertrokken', dacht hij, 'en zijn we dit hele eind voor niets gekomen'. Het landschap was weliswaar de moeite waard, maar verder was er niet veel te beleven op de dorre, droge vlakte. Hier en daar werd het terrein doorklieft door grillige kloven, littekens van vroegere modderstroompjes en een bewijs dat het er flink kon regenen. Het was echter al enkele maanden achtereen kurkdroog en de rode aarde was gebarsten en korrelig aan de oppervlakte.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Van jongs af aan had hij al een zwak voor ooievaars gehad. In zijn kindertijd waren ze alom aanwezig, in de vorm van verhalen over de grote vogels als kraamhulp en brengers van nieuw leven, tot aan juffrouw Ooievaar in de Fabeltjeskrant die avond aan avond klepperend de beeldbuis vulde en 's ochtends bij het ontbijt alweer klaarstond op de beschuitbus. En toch waren diezelfde ooievaars in het dagelijkse leven even opvallend afwezig als leeuwen op het Iberisch schiereiland.&lt;br /&gt;Zodoende groeide de ooievaar uit tot een mythisch wezen, waarvan er in Nederland begin jaren zeventig nog minder dan een dozijn werden gesignaleerd. Bijna ieder dorp had wel zo'n treurig karrenwiel op een paal, waar jaar na jaar geen ooievaarspaar op nestelde.&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/1600/173701222_e95f59fed7.jpg"&gt;&lt;img style="margin: 0pt 10px 10px 0pt; float: left; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/173701222_e95f59fed7.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;Pas in de jaren negentig kwam de ooievaar weer voorzichtig terug in de lage landen, nadat het landbouwgif was teruggedrongen en de kikkerpopulatie een beetje aantrok. Op een avond zag hij in de schemering vier ooievaars midden in een weiland staan en van schrik viel hij zowat van zijn fiets.&lt;br /&gt;In zijn belevingswereld bleven ooievaars voorgoed omgeven door een mythisch aureool. En nu stond hij in Zuid-Spanje met één been in de kraamkamer van de ooievaar. Het was alsof hij de Olympus had beklommen en dadelijk de goden in hun eigen habitat zou aanschouwen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Plotseling wees zijn metgezel hem op iets in de lucht. Daar, hoog boven hen, zweefde een hele troep van veertig of vijftig ooievaars, zo groot als gieren, op stromen warme lucht. Langzaam dreven de vogels richting de boomtoppen, waar sommige zich lieten zakken en op nesten in de kruinen neerstreken.&lt;br /&gt;Door een verrekijker observeerde hij het magisch tafereel. In bijna elke boomtop zag hij een stel ooievaars die er een nest hadden gebouwd. De lage bomen met hun uitwaaierende kruinen waren ideaal voor de grote vogels die er een hekel aan leken te hebben om op de aardbodem te vertoeven. Indien mogelijk verbleven ze hoog in de lucht of op hun verheven nesten, en als ze al afdaalden naar de aardkloot om een kikker of een hagedis te vangen, dan nog hielden ze bij voorkeur slechts één poot aan de grond.&lt;br /&gt;Door de verrekijker kon hij duidelijk hun kleuren zien: wit verenpak met zwarte vleugels en een grote rode snavel. Verder geen opsmuk of opzichtig vertoon zoals bijvoorbeeld bij pauwen het geval was; beesten die amper konden vliegen en een geweeklaag uitkraamden dat vogels onwaardig was. Nee, dan de ooievaars. Met hun machtige vleugels vlogen ze non-stop de halve wereld rond, altijd op zoek naar warme streken, de winterkou ver achter zich latend, niet gebonden aan heg of steg, vrij om te gaan waar ze wilden.&lt;br /&gt;Vanuit Afrika kenden de ooievaars twee aanvliegroutes op Europa, wist hij uit een boek over trekvogels. Eén route liep vanuit Midden-Afrika naar het westen om bij de Straat van Gibraltar de oversteek naar Spanje te maken, en zo verder tot in Noord-Europa. De andere route vond zijn oorsprong in Zuid-Afrika en volgde de loop van de Nijl waarna de ooievaars bij de Bosporus het Avondland binnenvlogen om vervolgens in Midden-Europa te belanden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Starend door de verrekijker bedacht hij dat ooievaars eigenlijk bezoekers uit een andere wereld waren, vertrouwd in de omgeving waar ze 's zomers neerstreken, maar toch immer een exoot die vroeg of laat weer vertrok naar een ver en mysterieus oord. Misschien associëren we hen dáárom met zuigelingen, filosofeerde hij. Die komen immers ook uit een andere wereld, en lijken toch vertrouwd in hun nieuwe omgeving.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;span style="font-style: italic;"&gt;Foto: &lt;/span&gt;&lt;a style="font-style: italic;" href="http://www.flickr.com/photos/joosteto"&gt;Joost Witteveen&lt;/a&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115120787378580532?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115120787378580532/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115120787378580532' title='2 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115120787378580532'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115120787378580532'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/06/de-ooievaars.html' title='De Ooievaars'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>2</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115112232391868467</id><published>2006-06-23T22:59:00.000-05:00</published><updated>2006-06-24T18:53:17.773-05:00</updated><title type='text'>De eekhoorn</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Er was eens een man die het liefst een eekhoorn wilde zijn. Hoewel zijn postuur in niets overeenkomst vertoonde met het gepluimde knaagdier, had het beest zijn grote sympathie. De man was gedrongen, en wat hij in lengte ontbeerde was hem in de breedte gegeven. Een flinke borstkast, armen en benen als boomstronken, en knoestige vuisten. Desondanks was hij portretschilder en wist hij de gelijkenis van een gezicht tot op de millimeter nauwkeurig weer te geven op het canvas.&lt;br /&gt;Voordat hij eekhoorn wilde worden, wilde hij een indiaan zijn, en daarvoor een vleermuis. Als jongetje hing hij urenlang op zijn kop aan het klimrek, de benen om de metalen buis geslagen, met een Zorro-cape zijn torso bedekkend, en pretendeerde te slapen. Uiteindelijk overtuigde de dokter zijn moeder ervan dat het kind een hersenaandoening zou krijgen van al dat gehang. Toen was het over met vleermuisje spelen, en besloot hij een indiaan te worden.&lt;br /&gt;De beste manier om indianenvaardigheden te ontwikkelen, was een lidmaatschap van de scouting, dacht hij. Daar leerde hij sluipen door de bossen, sporen van wilde dieren herkennen, en overleven in de wildernis. Om de adelaarsveer te verdienen, die hem de status van indiaan gaf, moest hij een test ondergaan. Gedurende een hele nacht moest hij zich verstoppen in het bos en zorgen dat zijn medescouts hem niet vonden.&lt;br /&gt;Misschien was het zijn vleermuizen-inborst die hem de grot deed ontdekken. Daar, onder de overhangende rotspartij, met de sterrenhemel als enige afleiding, bracht hij de lange, donkere nacht in zijn eentje door, omringd door geluiden van onbekende beesten in het bos.&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://www.flickr.com/photo_zoom.gne?id=173941483&amp;size=m"&gt;&lt;img style="margin: 0pt 10px 10px 0pt; float: left; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/173941483_bec7340901.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;Nadat hij de veer had verworven, en dus de indianenstatus had bereikt, was er lange tijd niets meer om naar te streven. En, zoals het een indiaan betaamt, laafde hij zijn lege bestaan met vuurwater. Het drinken begon als een gezelschapsritueel, met zijn makkers rond het kampvuur. Daarna zette hij het ritueel voort in de dorpskroeg, waarbij het gezelschap steeds verder uitdunde, tot hij op een dag alleen aan de bar zat. Al zijn vrienden waarmee hij rond het kampvuur had gezeten, waren vertrokken. Sommige waren getrouwd, andere maakten carrière, en weer anderen gingen op reis.&lt;br /&gt;De man trok weg uit het dorp, de bergen in. Omringd door deze reuzen van rots en steen voelde hij geen behoefte om te drinken. Daar voelde hij enkel de behoefte om te overleven. Hij werd bergbeklimmer. Hangend aan touwen tegen een steile bergwand, de zwaartekracht tartend, voelde hij zich op zijn best. Misschien was het andermaal zijn vleermuis-instinct dat hem dreef tot zijn liefde voor rotspartijen.&lt;br /&gt;Op een avond kreeg hij tijdens een klauterpartij kramp in zijn armen. Hij kon niet terug naar de berghut en moest de nacht doorbrengen op de top van de berg. Na die nacht wilde hij nooit meer een vleermuis zijn.&lt;br /&gt;Hoe en wanneer het eekhoornideaal doordrong tot zijn bestaan is onduidelijk. Misschien nadat hij de brui had gegeven aan zijn vaste baan. Het voornaamste motief om eekhoorn te willen zijn, was dat de beestjes relatief gemakkelijk aan hun eten konden komen. Terwijl hij zelf zijn kostje bij elkaar moest schrapen door het schilderen van portretten -meestal van zelfingenomen directeuren van staatsbedrijven of lokale politici met een gigantisch ego, die hij bewust lelijker afbeeldde dan ze al waren- hoefde de eekhoorn slechts wat noten te verzamelen, noten die overal voor het oprapen lagen, en kon het beestje de rest van de dag vrolijk zwieren en zwaaien door het bos.&lt;br /&gt;Ook was hij onder de indruk van de manier waarop eekhoorns bijna leken te vliegen van tak tot tak. Het benaderde het ideaal van vliegen het dichtste, zonder dat je daadwerkelijk een vogel hoefde te zijn. Vogels vond hij niks. Te weinig botten, te veel veren. Wie had er immers ooit meer dan één veer nodig, zoals de indiaan?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;span style="font-style: italic;"&gt;Foto: &lt;/span&gt;&lt;a style="font-style: italic;" href="http://www.flickr.com/photos/mdu2boy/"&gt;Phil Romans&lt;/a&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115112232391868467?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115112232391868467/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115112232391868467' title='0 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115112232391868467'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115112232391868467'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/06/de-eekhoorn.html' title='De eekhoorn'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115104336147809650</id><published>2006-06-23T01:12:00.000-05:00</published><updated>2006-06-24T07:21:25.906-05:00</updated><title type='text'>Muizenissen</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Poezen hebben een andere timing dan wij mensen. Wie zelf poezen heeft weet dat wel. Wanneer je net aan tafel zit voor het avondeten staan ze aan de achterdeur te mauwen, en als je even op de bank gaat liggen komen ze buiten kopjes geven tegen het raam.&lt;br /&gt;Ze willen ook nooit op dezelfde tijden gaan slapen als mensen. Nee, de hele dag liggen ze voor de kachel of op een kussen voor pampus, en als je zelf na een dag hard werken eindelijk de dekens over je heen trekt, beginnen ze als gekken door het huis te rennen.&lt;br /&gt;Wat eten betreft houden ze zich wel aan de klok. Om een uur of zes 's avonds beginnen ze rond je benen te draaien en laten je steeds struikelen. Het geluid van de blikopener alleen al is genoeg om ze uit hun diepste winterslaap te halen.&lt;br /&gt;Maar het meest actief zijn poezen in het voorjaar. Bijna om de dag brengen ze een jong vogeltje of een vissenkop thuis. Trots dragen ze hun verworvenheden tot in de huiskamer, om er nog even demonstratief mee te spelen. Ooit heb ik onze poes midden in de nacht met muis en al buiten gezet. Ook mollen, kikkers en veldmuizen behoren tot de indrukwekkende collectie kleine dieren die onze kat in de loop der tijd mee naar huis nam. Ik hoef u de taferelen bij de verschillende gelegenheden niet te beschrijven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://www.flickr.com/photos/fotosesther/116774908/"&gt;&lt;img style="margin: 0px auto 10px; display: block; text-align: center; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/116774908_a37b8da7be.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;Soms, als ik naar onze kat kijk, die spinnend in zichzelf opgerold voor de kachel ligt te slapen, vraag ik mij af met wat voor ogen zij ons bezien.&lt;br /&gt;Het begint natuurlijk al bij het opstaan. We stropen onze oude huid - het nachthemd of de pyjama - af en meten ons een nieuwe aan; een ritueel dat soms heel wat voeten in de aarde heeft. Alsof we niet kunnen beslissen welke schutkleuren we die dag nodig hebben, zo staan we een eeuwigheid voor de klerenkast en schuiven besluiteloos menig knaapje heen en weer.&lt;br /&gt;Vervolgens stappen we in blikken dozen om ons met veel gebrom uit de voeten te maken en pas tegen de avond - met lege handen! - terug te keren. Nee, wat jagen betreft kunnen wij nog een hoop van onze viervoetige vrienden leren. Toch weten we uiteindelijk ergens voedsel vandaan te toveren, meestal uit de kast waarin het eeuwig winter is.&lt;br /&gt;Dan, na ons eten verorberd te hebben, klikken we een kastje aan en gaan er met z'n allen om heen zitten, alsof het een kampvuur is. Als dan rond middernacht het kastje 'op' is, gaan we eindelijk naar bed, hoewel er tegenwoordig geen einde aan de inhoud van het kastje schijnt te komen en we er steeds vaker voor in slaap vallen.&lt;br /&gt;En de beste tijd om te jagen, de nacht, trekt geheel aan ons mensen voorbij. Geen wonder dat we nooit met een muis of een vogeltje thuiskomen.&lt;br /&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-style: italic;"&gt;Foto:&lt;a href="http://www.flickr.com/photos/fotosesther/"&gt; Esther van Nes&lt;/a&gt;&lt;/span&gt;&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115104336147809650?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115104336147809650/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115104336147809650' title='0 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115104336147809650'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115104336147809650'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/06/muizenissen.html' title='Muizenissen'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115100928509348208</id><published>2006-06-22T15:45:00.000-05:00</published><updated>2006-06-24T07:37:31.676-05:00</updated><title type='text'>De laatste reiger</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;2020. Overal waar je kijkt zie je de wielen boven de daken uitsteken. Ooit schijnen die beesten met uitsterven te zijn bedreigd. Nou, daar is anders niets meer van te merken. Vorige week slokte er eentje de laatste kikker in m'n vijvertje op, een zeldzaam exemplaar nog wel. D'r is bijna geen kikvors meer over in ons eens zo trotse kikkerland. Doordat er zoveel ooievaars zijn. Het verklaart natuurlijk ook waarom er zoveel mensen in ons land wonen; vroeger beweerde men namelijk dat baby's door de ooievaar werden gebracht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is trouwens je reinste horizonvervuiling, al die karrenwielen op palen overal. Bijna iedereen heeft er één in zijn achtertuin staan. En die vogels schijten heel je auto onder, gaat mooi je laklaag van naar de knoppen. Als je het mij vraagt is het pure zoutzuur. Even rustig in je tuin zitten is er ook niet meer bij. Je schrikt je rot als er weer zo'n zwartwitte Boeing z'n landingsgestel uitslaat. En dat geklepper met die grote rode snavels, het lijken wel castañetes.&lt;br /&gt;&lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://www.flickr.com/photos/joosteto/"&gt;&lt;img style="margin: 0pt 10px 10px 0pt; float: left; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/55172741_1628b7e3df.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;Nee, geef mij maar die goeie ouwe reigers. Roerloos zag je ze staan langs de slootkant, de kop weggedoken in het grauwe verenpak. Door weer en wind onberoerd, balancerend op één poot, stonden ze daar de zin van het leven te overdenken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik kan mij de tijd nog herinneren, als klein jochie, dat je hele kolonies van die machtige vogels kon vinden in de bossen. Hoog in de toppen van de bomen maakten ze daar hun ambachtelijke nesten. Soms zag je er één overvliegen, hoog in de lucht, met krachtige vleugelslag. En heel soms hoorde je er één zijn solitaire kreet uitslaan, alsof ze - gekweld door het aardse bestaan - hun leed probeerden te uiten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vanochtend zag ik er één vliegen. Bijna roerloos gleed hij langs de toppen der bomen, nauwelijks te onderscheiden van de grijze najaarslucht. In zuidelijke richting volgde hij zijn weg, nog één keer draaiend met de dunne nek, een kreet slakend die door het grauwe morgenlicht sneed.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Beneden hem werd het snerpende geluid van een kettingzaag plotseling afgebroken. Bijna geluidloos viel een boom tegen de grond. Overal in de wijde omtrek lagen lijken van oude wilgen kriskras door elkaar. Nu de laatste reigers waren vertrokken, hadden die oude bomen toch geen nut meer, vonden de mensen in het dorp. Daarbij kan men de stammen goed gebruiken, om nesten op te richten voor de ooievaars. Iedereen wil tegenwoordig een ooievaar in z'n tuin.&lt;br /&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-style: italic;"&gt;Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in De Voorschotense Courant&lt;br /&gt;&lt;a href="http://www.flickr.com/photos/joosteto"&gt;Foto: Joost Witteveen&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115100928509348208?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115100928509348208/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115100928509348208' title='0 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115100928509348208'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115100928509348208'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/06/de-laatste-reiger.html' title='De laatste reiger'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-30071612.post-115094087714948922</id><published>2006-06-21T20:43:00.000-05:00</published><updated>2006-06-27T18:27:23.903-05:00</updated><title type='text'>Roos</title><content type='html'>&lt;div style="text-align: justify;"&gt;In het schuin door de ramen vallende voorjaarslicht dwarrelde stil het stof dat telkens werd opgeschrikt, wanneer wij op onze sloffen van de lessenaar teruggleden naar onze bankjes over het grijze linoleum. Aandachtig bestudeerde ik de plaatjes op het leesplankje voor mij, en vervolgens het gezicht van mijn buurman. Hij was de sterkste van de klas en uit een soort onbeheerst vriendschapsgevoel &lt;a onblur="try {parent.deselectBloggerImageGracefully();} catch(e) {}" href="http://flickr.com/photos/mens32"&gt;&lt;img style="margin: 0pt 10px 10px 0pt; float: left; cursor: pointer;" src="http://photos1.blogger.com/blogger/2630/3218/320/30429702_158abadcdf.jpg" alt="" border="0" /&gt;&lt;/a&gt;stompte hij mij regelmatig op mijn schouders, zoals een jonge hond kan bijten wanneer hij wil spelen.&lt;br /&gt;&lt;/div&gt;&lt;div style="text-align: justify;"&gt;Soms trok hij aan mijn haar, dat bijna tot mijn schouders reikte, omdat hij dacht dat het een pruik was. Alleen meisjes hadden zulke lange haren, vond hij. Ik had er nooit over nagedacht of ik een jongen of een meisje was. Pas toen ik voor het eerst verliefd werd, op een meisje met -volgens mijn oudere broers- een kapsel 'pispotmodel', begreep dat ik een jongen moest zijn. Er bleek een scheiding als tussen zon en schaduw door de wereld te lopen, die haar verdeelde in twee kampen: 'jongensboek', 'meisjeshaar'. Mijn buurman stompte mij op mijn schouders om uit te vinden tot welk kamp ik behoorde, en om zijn eigen aard bevestigd te zien.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eugene heette hij, maar omdat niemand die naam bij hem vond passen, en hij zich er eigenlijk voor schaamde, werd hij door iedereen met zijn achternaam -'Roos'- aangesproken. 'Roos' kwam na 'vuur', wist ik. Ik keek naar het plaatje dat een bloem met rode bladeren en een groene stengel verbeeldde. Er onder stond het woord 'r-o-o-s' gespeld. Nadat ik de letters goed in mij had opgenomen, keek ik naar het schrift dat, met het etiket naar boven, op het tafeltje van mijn buurman lag: 'r-o-o-s'. Ik bedacht dat de letters op het etiket overeenkwamen met de naam van de eigenaar, en kwam vervolgens tot de slotsom dat iets in de persoon van mijn buurman overeen moest komen met het plaatje van de roos. Maar hoe ik ook keek en vergeleek, er scheen geen enkele gelijkenis te bestaan tussen de twee. Het was eerder zo dat de één de ander uitsloot. Er moest ergens een vergissing zijn gemaakt. Ik ging verder, het leesplankje langs, en stuitte op een plaatje van een jongen met korte, blonde haren waaronder het woord 'k-e-e-s' stond gespeld. Ik keek weer naar mijn buurman en knikte tevreden: kort, blond haar, dat moest 'em zijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De juf haalde de leesplankjes op en deelde vellen papier uit, waarop dezelfde plaatjes stonden afgebeeld, maar nu zonder de woorden. We moesten de plaatjes uitknippen en op een ander vel onder de juiste letterreeks plakken. Zelfverzekerd en met moeite mijn opwinding verbergend, begon ik aan het karwei. Tussen het knippen en plakken door keek ik naar het gezicht van de juf, maar niets in de rustige trekken op haar gezicht verraadde de valstrik die ze had uitgezet. Met superieure zelfgenoegzaamheid plakte ik het ventje met de korte blonde haren bij de letters 'r-o-o-s', en het plaatje van de bloem met de rode bladeren bij het woordje 'k-e-e-s'.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Zo", zei ik, mijn handen afvegend, "klaar is Kees!" Roos keek even op van zijn werk, maar net als de juf hield hij zijn gezicht in een strakke plooi, die niets verraadde van wat er onder omging. De kleverige lijmresten aan mijn vingertoppen droogden snel op tot harde, plastieke kapjes die barstten wanneer je je vingers kromde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het plakvel lag gerimpeld voor mij in de zon op het bruine tafelblad, waar de houdertjes voor inkt nog inzaten, een overblijfsel uit lang vervlogen tijden. Verveeld speelden we soms met het schuifje dat over het kokervormige houdertje gleed. Plotseling begon ik mijn buurman met heel andere ogen te bekijken. Al die tijd hadden we hem R-o-o-s genoemd, terwijl hij eigenlijk K-e-e-s heette.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Breng je werk maar hier", zei de juf die mij met mijn armen over elkaar had zien zitten. Ik legde het kromgetrokken vel papier voor haar op tafel en keek gespannen toe hoe de pen de plaatjes één voor één langs ging. Het strenge, opgeknotte haar van de juf wierp een scherpe schaduw op het groene schoolbord en ging daar een eigen leven leiden, los van het hoofd. Een soort bult die uit de kop leek te groeien. Plotseling verstarde het ding en ik zag hoe de juf een rode streep door het plaatje van de roos trok. In grote verwarring volgde ik de verdere verrichtingen van de schaduw, die zojuist van de muur af over het linoleumwas gegleden, en nu weer bezit van het bord had genomen. Ik concentreerde mij op het patroon van fijne lijntjes, die de strenge handen van de juf overdekten. Door een nauwelijks waarneembare spierbeweging werd het netwerk van lijntjes strak getrokken, en ik zag hoe de hand een streep door 'Kees' zette.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De juf keek mij doordringend aan. Ze schudde een krijtje uit een blauw kartonnen doosje en reikte het mij aan met de woorden: "Spel eens 'roos' op het bord." De klas keek nieuwsgierig van het werk op, terwijl ik met klamme handen het droge krijt aanpakte. Omzichtig en met grote concentratie trok ik een piepende, verticale streep op het bord, daarna vanuit het midden een slepende schuine naar rechts, om de constructie te completeren met een streep, symmetrisch aan de vorige. In de gapende ruimte achter mij steeg een licht geroezemoes op, overstemd door het zwijgen van de juf.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na een enigszins hellende K produceerde ik twee hooggerugde E's, waarin ik een spottend gelaat meende te zien, en rondde ik de reeks af met een naar een acht neigende S. Het geheel slingerde als een gammele oude fiets. "Lees eens op", sprak de juf. In gedachte spelde ik de letters uit en zei toen, in de stilte van de middag en met licht trillende stem: "Roos."&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De gelige lijm in de pot op de lessenaar glansde in de opzwellende zon. Vanuit een stille hoek van het heelal kwam het zachte huilen aanrollen, om los te barsten in een onbeheerst wolvengejank, dat het klaslokaal in al zijn voegen deed schudden. "Houdt jullie hoofd!" riep de juf, "allemaal." De schaduw gleed links van de muur af om in volle lengte voor mij te verrijzen. Onderdanig ging de wind liggen, zonder werkelijk te verdwijnen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De juf pakte de borstel en veegde met haar rimpelige hand mijn vehikel uit. De witte kalkdeeltjes dwarrelden even stuurloos door de lucht en gleden toen langs de zonnestralen naar een hoek van het lokaal. In haar sierlijke, trefzekere handschrift schreef de juf een zin op het bord: 'Ben je boos, pluk een...' Ze overhandigde mij het krijt en zei: "Nu maak jij het af."&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De woorden cirkelden door mijn hoofd, zonder dat ik er vat op kon krijgen. 'Ben je boos, pluk een roos', 'Ben je booos, pluk een rooos', OOOOOOO-de grond leek onder mijn voeten weg te glijden en ik voelde hoe een zwart gat mij naar beneden zoog. De plaatjes van de rode bloem en van de blonde jongen wisselden stuivertje voor mijn ogen, en vanuit het niets doemden twee hooggerugde, schaterlachende E's op. In één blinde beweging kraste ik het woord op het bord: KEES.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Even bleef het stil in het lokaal. Toen stortte de uitgehongerde troep wolven zich op hun prooi, overal waar ze hun glimmende tanden zetten, diepe, bloedende wonden achterlatend. De juf besloot dat het verwijderen van de prooi de meute tot bedaren moest brengen en sleepte mij aan mijn haren de klas uit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Langzaam keerde de rust weer in het lokaal, maar tijdens het speelkwartier barstte het gejoel in volle hevigheid boven mij los: "Ben je boos, pluk een kees! Ben je boos, pluk een Kees!" Vanuit de klimrekken, vanaf de skelters, in het voorbijgaan, vanuit de zandbak, van alle kanten klonk het: "Ben je boos, pluk een Kees! Ben je boos, pluk een Kees!"&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Roos reed intussen op de mooiste kar de speelplaats in de rondte en kreeg van alle inspanning een rode kleur op zijn boerse, blozende gezicht. Hij parkeerde nietsvermoedend het vehikel bij de zandbak, waarop de een-na-sterkste van de klas op hem toeliep. Met zijn handen in zijn zakken zei hij, voor iedereen duidelijk hoorbaar: "Mag ik nu effe, KEES?"&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het boerse gezicht trok wit weg. Een paar seconden slechts duurde de stille titanenstrijd, toen brak Roos af. Hij keerde zijn bleke gezicht naar mij toe, keek een ogenblik verloren om zich heen, en kroop toen verslagen van de skelter. De nieuwe leider nam bezit van zijn zegekar, en liet zich onder bewonderende blikken door twee meelopers rondrijden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Roos stond geknakt bij de zandbak. Langzaam slopen de hyena's naderbij om hun nieuwe slachto&lt;span style="font-size:100%;"&gt;ffer &lt;/span&gt;te besnuffelen. Steeds luider klonk nu het grommen en huilen -"Keesie, Keesie"- en het wit van&lt;span style="font-size:100%;"&gt; h&lt;/span&gt;un tanden schitterde bloeddorstig in de namiddagzon.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-size:85%;"&gt;&lt;span style="font-style: italic;"&gt;Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in de bundel 'Naar Morgen' bij Uitgeverij Omwenteling te Eindhoven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;a href="http://www.flickr.com/photos/mens32"&gt;Foto: Ralph Mens&lt;/a&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;/span&gt;&lt;/div&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/30071612-115094087714948922?l=kortverhaal.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://kortverhaal.blogspot.com/feeds/115094087714948922/comments/default' title='Post Comments'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://www.blogger.com/comment.g?blogID=30071612&amp;postID=115094087714948922' title='0 Comments'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115094087714948922'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/30071612/posts/default/115094087714948922'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://kortverhaal.blogspot.com/2006/06/roos.html' title='Roos'/><author><name>ramens</name><uri>http://www.blogger.com/profile/02177697858160332505</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='32' height='21' src='http://static.flickr.com/63/177017649_f514ce7941_m.jpg'/></author><thr:total>0</thr:total></entry></feed>
